Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-04-09
ECLI:NL:GHAMS:2024:2251
Strafrecht
Hoger beroep
4,736 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000744-23
datum uitspraak: 9 april 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-000115-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2002,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid en/of meermalen tegen het hoofd en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of (meermalen) (met kracht) met geschoeide voet tegen het hoofd en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Amsterdam openlijk, te weten, op de Sint Jansstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] op de grond te gooien en/of
(meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of (meermalen) (met kracht) met geschoeide voet tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Vrijspraak primair tenlastegelegde
Het hof heeft kennisgenomen van het dossier, waaronder de beelden van de tenlastegelegde geweldpleging, en is op grond hiervan van oordeel dat niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid bewezen kan worden dat de verdachte, dan wel de medeverdachte, het slachtoffer tegen het hoofd heeft geschopt. Bij die stand van zaken kan niet worden bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte het vereiste opzet hebben gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Uit de geweldshandelingen die wel kunnen worden bewezen blijkt in dit geval onvoldoende dat sprake was van een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel, of van aanvaarding van die kans door de verdachte en zijn medeverdachte, zodat van opzet op het toebrengen van dergelijk letsel in voorwaardelijke zin ook geen sprake kan zijn. Het hof is daarom van oordeel dat een poging tot zware mishandeling niet bewezen kan worden en zal de verdachte van hetgeen hem primair ten laste is gelegd vrijspreken.
Bewezenverklaring subsidiair tenlastegelegde
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 1 januari 2023 te Amsterdam openlijk, op de Sint Jansstraat, op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], door die [slachtoffer] op de grond te gooien en meermalen tegen het hoofd en het lichaam te slaan en met geschoeide voet tegen het lichaam te schoppen.
Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De raadsman heeft een beroep op noodweerexces gedaan, stellende dat hoewel de noodweersituatie inmiddels was beëindigd, het handelen van de verdachte het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging – te weten de angst en het zwart worden voor de ogen – die is veroorzaakt doordat de verdachte met een fles op het hoofd is geslagen door [slachtoffer] De raadsman vindt dat de verdachte daarom van alle rechtsvervolging dient te worden ontslagen.
Met de verdediging gaat het hof ervan uit dat de verdachte, gelet op het bij hem geconstateerde letsel en de omstandigheid dat op de beelden is te zien dat [slachtoffer] een fles in zijn handen had, door [slachtoffer] met een fles op zijn hoofd is geslagen op de Dam in Amsterdam. Aannemelijk is dat op dat moment sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte en de medeverdachte daarna achter [slachtoffer] aan zijn gerend. De achtervolging vond plaats via de Damstraat, naar en over de Oudezijds Voorburgwal en door naar de Sint Jansstraat. In de Sint Jansstraat staan de verdachte en [slachtoffer] even stil tegenover elkaar en daarna wordt het slachtoffer naar de grond gebracht en meermalen geslagen en geschopt door de verdachte en zijn medeverdachte.
De verklaring van de verdachte bij de politie is zowel over het moment vóór, als over het moment ná, het slaan met de fles weinig concreet en voorzien van weinig details. De verdachte kon zich niet meer precies herinneren waarom hij achter [slachtoffer] aanrende. De verdachte had naar eigen zeggen veel gedronken. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte (voor het eerst) verklaard dat hij in paniek was en het na de klap met de fles zwart voor zijn ogen werd. Verder heeft hij in hoofdlijnen hetzelfde verklaard: hij had veel gedronken (hij was dronken) en kon zich niet herinneren waarom hij was aangerend achter de jongen die hem met de fles had geslagen.
Het hof overweegt als volgt.
Noodweerexces kan zich ook voordoen als de noodweersituatie inmiddels is geëindigd. Ook dan geldt dat van verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging slechts sprake kan zijn als de verweten gedraging het onmiddellijk gevolg was van een hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door de wederrechtelijke aanranding. Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het “onmiddellijk gevolg” moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging.
Zoals hiervoor overwogen gaat het hof ervan uit dat er een noodweersituatie is geweest die was geëindigd op het moment dat de verdachte (en zijn medeverdachte) de bewezenverklaarde gedragingen verrichtte(n).
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. T. de Bont en M. Vollebregt, in tegenwoordigheid van mr. E.C. van Eijck van Heslinga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2024.
mr. R. van der Heijden en mr. M. Vollebregt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000744-23
datum uitspraak: 9 april 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-000115-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2002,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid en/of meermalen tegen het hoofd en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of (meermalen) (met kracht) met geschoeide voet tegen het hoofd en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Amsterdam openlijk, te weten, op de Sint Jansstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] op de grond te gooien en/of
(meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of (meermalen) (met kracht) met geschoeide voet tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Vrijspraak primair tenlastegelegde
Het hof heeft kennisgenomen van het dossier, waaronder de beelden van de tenlastegelegde geweldpleging, en is op grond hiervan van oordeel dat niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid bewezen kan worden dat de verdachte, dan wel de medeverdachte, het slachtoffer tegen het hoofd heeft geschopt. Bij die stand van zaken kan niet worden bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte het vereiste opzet hebben gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Uit de geweldshandelingen die wel kunnen worden bewezen blijkt in dit geval onvoldoende dat sprake was van een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel, of van aanvaarding van die kans door de verdachte en zijn medeverdachte, zodat van opzet op het toebrengen van dergelijk letsel in voorwaardelijke zin ook geen sprake kan zijn. Het hof is daarom van oordeel dat een poging tot zware mishandeling niet bewezen kan worden en zal de verdachte van hetgeen hem primair ten laste is gelegd vrijspreken.
Bewezenverklaring subsidiair tenlastegelegde
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 1 januari 2023 te Amsterdam openlijk, op de Sint Jansstraat, op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], door die [slachtoffer] op de grond te gooien en meermalen tegen het hoofd en het lichaam te slaan en met geschoeide voet tegen het lichaam te schoppen.
Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De raadsman heeft een beroep op noodweerexces gedaan, stellende dat hoewel de noodweersituatie inmiddels was beëindigd, het handelen van de verdachte het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging – te weten de angst en het zwart worden voor de ogen – die is veroorzaakt doordat de verdachte met een fles op het hoofd is geslagen door [slachtoffer] De raadsman vindt dat de verdachte daarom van alle rechtsvervolging dient te worden ontslagen.
Met de verdediging gaat het hof ervan uit dat de verdachte, gelet op het bij hem geconstateerde letsel en de omstandigheid dat op de beelden is te zien dat [slachtoffer] een fles in zijn handen had, door [slachtoffer] met een fles op zijn hoofd is geslagen op de Dam in Amsterdam. Aannemelijk is dat op dat moment sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte en de medeverdachte daarna achter [slachtoffer] aan zijn gerend. De achtervolging vond plaats via de Damstraat, naar en over de Oudezijds Voorburgwal en door naar de Sint Jansstraat. In de Sint Jansstraat staan de verdachte en [slachtoffer] even stil tegenover elkaar en daarna wordt het slachtoffer naar de grond gebracht en meermalen geslagen en geschopt door de verdachte en zijn medeverdachte.
De verklaring van de verdachte bij de politie is zowel over het moment vóór, als over het moment ná, het slaan met de fles weinig concreet en voorzien van weinig details. De verdachte kon zich niet meer precies herinneren waarom hij achter [slachtoffer] aanrende. De verdachte had naar eigen zeggen veel gedronken. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte (voor het eerst) verklaard dat hij in paniek was en het na de klap met de fles zwart voor zijn ogen werd. Verder heeft hij in hoofdlijnen hetzelfde verklaard: hij had veel gedronken (hij was dronken) en kon zich niet herinneren waarom hij was aangerend achter de jongen die hem met de fles had geslagen.
Het hof overweegt als volgt.
Noodweerexces kan zich ook voordoen als de noodweersituatie inmiddels is geëindigd. Ook dan geldt dat van verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging slechts sprake kan zijn als de verweten gedraging het onmiddellijk gevolg was van een hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door de wederrechtelijke aanranding. Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het “onmiddellijk gevolg” moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging.
Zoals hiervoor overwogen gaat het hof ervan uit dat er een noodweersituatie is geweest die was geëindigd op het moment dat de verdachte (en zijn medeverdachte) de bewezenverklaarde gedragingen verrichtte(n).
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. T. de Bont en M. Vollebregt, in tegenwoordigheid van mr. E.C. van Eijck van Heslinga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2024.
mr. R. van der Heijden en mr. M. Vollebregt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.