Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-06-06
ECLI:NL:GHAMS:2024:1793
Strafrecht
Hoger beroep
5,130 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001133-22
datum uitspraak: 6 juni 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-055925-16 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 mei 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
1.hij, op of omstreeks 2 juni 2014, te Haarlem opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 228 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij, op of omstreeks 2 juni 2014, te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op 2 juni 2014 door politieambtenaren in de woning aan de [adres 2] een hennepkwekerij is aangetroffen met 228 hennepplanten en dat een medewerker van Liander ter plaatse heeft vastgesteld dat de stroom voor de hennepkwekerij om de meter werd geleid. Namens Liander is aangifte gedaan van diefstal van energie in de periode van 12 februari 2014 tot en met 2 juni 2014, waarin de kwekerij gezien de indicatoren voor een eerdere oogst geacht kon worden in werking te zijn geweest. Het energiecontract voor deze woning stond sinds 1 januari 2001 op naam van de verdachte. In de woning zijn poststukken aangetroffen gericht aan de verdachte. De woning was volgens de raadpleging van het Kadaster op 3 juni 2014 sinds 28 december 2000 eigendom van de verdachte.
Bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2016 met parketnummer
21-005288-15, dat blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende de verdachte van
7 mei 2024 op 29 september 2016 onherroepelijk is geworden, is de verdachte veroordeeld ter zake van kort gezegd, het medeplegen van het kweken van hennep in de periode van 9 juli 2013 tot en met 22 oktober 2013 in een door hem gehuurde woning in Almere. De samenvatting in het arrest van de in die zaak door de verdachte afgelegde verklaring houdt onder meer in dat de verdachte de woning heeft gehuurd en de hennepplanten heeft verzorgd. Daarmee staat vast dat de verdachte zich heeft bezig gehouden met het kweken van hennep in een woning in Almere, in een periode niet ver verwijderd van de periode waarin de in de tenlastelegging bedoelde kwekerij in zijn woning in Haarlem in werking is geweest.
Voor de betrokkenheid bij deze hennepkwekerij van een ander dan de verdachte biedt het dossier geen solide aanknopingspunt.
Het hof oordeelt het vorenstaande redengevend voor het bewijs dat de verdachte in zijn woning hennep heeft gekweekt en de daarvoor gebruikte stroom heeft gestolen.
De verdachte heeft niet een voor de redengevendheid van het bewijs ontzenuwende verklaring afgelegd. Hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat hij zijn woning begin 2014 heeft verhuurd aan een vriend van de vriendin met wie hij destijds samenwoonde. De naam van deze huurder heeft de verdachte niet kunnen geven, het huurcontract zei de verdachte niet meer over te beschikken, bewijs van de huurbetalingen zei de verdachte niet te hebben. Het adres waarop de verdachte samenwoonde, wist hij niet meer. Zelfs de achternaam van zijn toenmalige vriendin kon de verdachte niet geven. Het enige wat hij nog wist was haar voornaam: “[naam]” (fonetisch) en dat ze afkomstig was uit Thailand.
De verklaring van de verdachte is niet verifieerbaar. Het hof schuift deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde. Dat wordt niet anders door het enkele gegeven dat de verdachte van 7 januari 2014 tot 20 juni 2014 blijkens de SKDB-staat van 30 januari 2024 niet ingeschreven stond op het adres [adres 2].
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 2 juni 2014 te Haarlem opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [adres 2]) een hoeveelheid van in totaal ongeveer 228 hennepplanten;
2.hij op 2 juni 2014 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen stroom, toebehorende aan Liander, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.
De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat de feiten zeer oud zijn, de overschrijding van de redelijke termijn, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 juni 2024.
Mr. M. Jeltes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld, betreffende in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen in de wettelijke vorm door bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakte processen-verbaal, die onderdeel vormen van het digitaal doorgenummerde politiedossier. Voor zover het geschriften betreft, zoals bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5°, wetboek van Strafvordering, zijn deze gebruikt in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Proces-verbaal van bevindingen van 2 juni 2014, doorgenummerde p. 35-37.
Proces-verbaal van aangifte van 13 januari 2016, met bijlage, doorgenummerde p. 7-34.
Een geschrift, zijnde een door Liander opgestelde bijlage bij de aangifte, doorgenummerde p. 9.
Proces-verbaal van bevindingen van 2 juni 2014, doorgenummerde p. 36.
Een geschrift, zijnde een Kadastraal bericht object, doorgenummerde p. 61.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001133-22
datum uitspraak: 6 juni 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-055925-16 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 mei 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
1.hij, op of omstreeks 2 juni 2014, te Haarlem opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 228 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij, op of omstreeks 2 juni 2014, te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op 2 juni 2014 door politieambtenaren in de woning aan de [adres 2] een hennepkwekerij is aangetroffen met 228 hennepplanten en dat een medewerker van Liander ter plaatse heeft vastgesteld dat de stroom voor de hennepkwekerij om de meter werd geleid. Namens Liander is aangifte gedaan van diefstal van energie in de periode van 12 februari 2014 tot en met 2 juni 2014, waarin de kwekerij gezien de indicatoren voor een eerdere oogst geacht kon worden in werking te zijn geweest. Het energiecontract voor deze woning stond sinds 1 januari 2001 op naam van de verdachte. In de woning zijn poststukken aangetroffen gericht aan de verdachte. De woning was volgens de raadpleging van het Kadaster op 3 juni 2014 sinds 28 december 2000 eigendom van de verdachte.
Bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2016 met parketnummer
21-005288-15, dat blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende de verdachte van
7 mei 2024 op 29 september 2016 onherroepelijk is geworden, is de verdachte veroordeeld ter zake van kort gezegd, het medeplegen van het kweken van hennep in de periode van 9 juli 2013 tot en met 22 oktober 2013 in een door hem gehuurde woning in Almere. De samenvatting in het arrest van de in die zaak door de verdachte afgelegde verklaring houdt onder meer in dat de verdachte de woning heeft gehuurd en de hennepplanten heeft verzorgd. Daarmee staat vast dat de verdachte zich heeft bezig gehouden met het kweken van hennep in een woning in Almere, in een periode niet ver verwijderd van de periode waarin de in de tenlastelegging bedoelde kwekerij in zijn woning in Haarlem in werking is geweest.
Voor de betrokkenheid bij deze hennepkwekerij van een ander dan de verdachte biedt het dossier geen solide aanknopingspunt.
Het hof oordeelt het vorenstaande redengevend voor het bewijs dat de verdachte in zijn woning hennep heeft gekweekt en de daarvoor gebruikte stroom heeft gestolen.
De verdachte heeft niet een voor de redengevendheid van het bewijs ontzenuwende verklaring afgelegd. Hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat hij zijn woning begin 2014 heeft verhuurd aan een vriend van de vriendin met wie hij destijds samenwoonde. De naam van deze huurder heeft de verdachte niet kunnen geven, het huurcontract zei de verdachte niet meer over te beschikken, bewijs van de huurbetalingen zei de verdachte niet te hebben. Het adres waarop de verdachte samenwoonde, wist hij niet meer. Zelfs de achternaam van zijn toenmalige vriendin kon de verdachte niet geven. Het enige wat hij nog wist was haar voornaam: “[naam]” (fonetisch) en dat ze afkomstig was uit Thailand.
De verklaring van de verdachte is niet verifieerbaar. Het hof schuift deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde. Dat wordt niet anders door het enkele gegeven dat de verdachte van 7 januari 2014 tot 20 juni 2014 blijkens de SKDB-staat van 30 januari 2024 niet ingeschreven stond op het adres [adres 2].
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 2 juni 2014 te Haarlem opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [adres 2]) een hoeveelheid van in totaal ongeveer 228 hennepplanten;
2.hij op 2 juni 2014 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen stroom, toebehorende aan Liander, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.
De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat de feiten zeer oud zijn, de overschrijding van de redelijke termijn, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 juni 2024.
Mr. M. Jeltes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Tenzij anders vermeld, betreffende in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen in de wettelijke vorm door bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakte processen-verbaal, die onderdeel vormen van het digitaal doorgenummerde politiedossier. Voor zover het geschriften betreft, zoals bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5°, wetboek van Strafvordering, zijn deze gebruikt in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Proces-verbaal van bevindingen van 2 juni 2014, doorgenummerde p. 35-37.
Proces-verbaal van aangifte van 13 januari 2016, met bijlage, doorgenummerde p. 7-34.
Een geschrift, zijnde een door Liander opgestelde bijlage bij de aangifte, doorgenummerde p. 9.
Proces-verbaal van bevindingen van 2 juni 2014, doorgenummerde p. 36.
Een geschrift, zijnde een Kadastraal bericht object, doorgenummerde p. 61.