Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-06-17
ECLI:NL:GHAMS:2024:1729
Strafrecht
Hoger beroep
2,374 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001908-23
datum uitspraak: 17 juni 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 juni 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 15-066304-23 en 15-309399-21 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat zij een andere beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging vordert.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. De politierechter heeft deze vordering in eerste aanleg toegewezen. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de vordering wordt afgewezen.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep eveneens verzocht de vordering af te wijzen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte zich in een vergevorderd stadium van de ziekte van Parkinson bevindt. Ten gevolge van de ziektesymptomen en het medicatiegebruik ondervindt de verdachte psychische en somatische klachten. De somatische klachten, onder andere bestaande uit ‘bevriezingen’ (freezing), maken dat de verdachte detentieongeschikt is, aldus de raadsman.
Het hof overweegt als volgt.
Gebleken is dat de verdachte zich in de voorliggende zaak voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende voorwaarden, is in beginsel essentieel dat aan overtreding van deze voorwaarden consequenties worden verbonden. Echter, het hof acht het, gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de verdachte, niet opportuun te bewerkstelligen dat de verdachte opnieuw detentie dient te ondergaan. Het hof zal daarom de vordering tot tenuitvoerlegging – conform de vordering van de advocaat-generaal – afwijzen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2021, parketnummer 15-309399-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Arrondissementsparket Noord-Holland van 19 april 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2021, parketnummer 15-309399-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. D.A.C. Koster en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juni 2024.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]
[…]
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001908-23
datum uitspraak: 17 juni 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 juni 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 15-066304-23 en 15-309399-21 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat zij een andere beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging vordert.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. De politierechter heeft deze vordering in eerste aanleg toegewezen. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de vordering wordt afgewezen.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep eveneens verzocht de vordering af te wijzen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte zich in een vergevorderd stadium van de ziekte van Parkinson bevindt. Ten gevolge van de ziektesymptomen en het medicatiegebruik ondervindt de verdachte psychische en somatische klachten. De somatische klachten, onder andere bestaande uit ‘bevriezingen’ (freezing), maken dat de verdachte detentieongeschikt is, aldus de raadsman.
Het hof overweegt als volgt.
Gebleken is dat de verdachte zich in de voorliggende zaak voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende voorwaarden, is in beginsel essentieel dat aan overtreding van deze voorwaarden consequenties worden verbonden. Echter, het hof acht het, gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de verdachte, niet opportuun te bewerkstelligen dat de verdachte opnieuw detentie dient te ondergaan. Het hof zal daarom de vordering tot tenuitvoerlegging – conform de vordering van de advocaat-generaal – afwijzen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2021, parketnummer 15-309399-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Arrondissementsparket Noord-Holland van 19 april 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2021, parketnummer 15-309399-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. D.A.C. Koster en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juni 2024.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]
[…]