Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-02-22
ECLI:NL:GHAMS:2024:1649
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,024 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.292.320/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 22 februari 2024
inzake
1. de vereniging
FUNDABELANG,
gevestigd te Utrecht,
2. [A],
wonende te [....] ,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. [C],
wonende te [....] ,
5. [D],
wonende te [....] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MAKELAARDIJ [E] B.V.,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat: mr. H.H. Tan, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FUNDA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mrs. S.P. Kamerbeek, C.N. van Dooren en K. Notenboom, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NVM HOLDING B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
2. de vereniging
NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.,
gevestigd te Nieuwegein,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. R. Klashorst en P.P.M. van Kippersluis, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FUNDA,
gevestigd te Nieuwegein,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. J. van Borssum Waalkes en M. Deckers, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeksters sub 1 tot en met sub 6 gezamenlijk als FundaBelang c.s.;
verweerster als Funda;
belanghebbenden sub 1 en sub 2 gezamenlijk als NVM Holding c.s.;
belanghebbende sub 3 als STAK Funda.
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 10 en 14 februari 2022 en 21 maart 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikkingen van 10 en 14 februari 2022 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Funda over de periode vanaf 22 september 2016 en mr. H.M. de Mol van Otterloo te Amsterdam benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij beschikking van 21 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld.
1.3
De onderzoeker heeft laatstelijk bij e-mail van 12 februari 2024 aan de Ondernemingskamer verslag gedaan van de stand van zaken. Hij heeft gemeld dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen waaraan inmiddels uitvoering is gegeven, waardoor aan de bezwaren die de Ondernemingskamer ertoe hebben gebracht een onderzoek te bevelen is tegemoetgekomen. Volgens de onderzoeker hebben partijen hem laten weten dat zij geen behoefte meer hebben aan hervatting van het onderzoek. Omdat de onderzoeker ook zelf geen belang bij voortzetting meer ziet, zou de zaak wat hem betreft kunnen worden geroyeerd. De onderzoeker heeft gemeld dat hij zijn verslag ook aan partijen zal sturen.
1.4
Vervolgens heeft de Ondernemingskamer e-mailberichten ontvangen:
op 12 februari 2024 van mr. Van Borssum Waalkes, waarin hij onder verwijzing naar voormeld verslag van de onderzoeker namens STAK Funda heeft verzocht het onderzoek te beëindigen, om redenen zoals door de onderzoeker uiteengezet;
op 12 februari 2024 van mr. Van Kippersluis, waarin hij in vervolg op het verslag van de onderzoeker namens NVM Holding c.s. heeft verzocht het onderzoek te beëindigen zonder een kostenveroordeling uit te spreken, hetgeen overeenstemt met de tussen partijen gemaakte afspraken;
op 12 februari 2024 van mr. Kamerbeek, waarin hij zich namens Funda aansluit bij voormelde verzoeken van STAK Funda en NVM Holding c.s.;
op 13 februari 2024 van mr. Kooiman, kantoorgenoot van mr. Tan, waarin zij kenbaar heeft gemaakt dat FundaBelang c.s. zich aansluiten hij het verzoek het onderzoek te beëindigen.
2De gronden van de beslissing
Nu de onderzoeker kenbaar heeft gemaakt dat de zaak zou kunnen worden geroyeerd, omdat partijen – op grond van een tussen hen bereikte overeenstemming die inmiddels is geëffectueerd – geen behoefte meer hebben aan hervatting van het onderzoek en hij daar zelf ook geen belang meer in ziet, partijen in aansluiting daarop eenparig de Ondernemingskamer hebben verzocht het onderzoek te beëindigen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het op 10 februari 2022 bevolen onderzoek beëindigen met ingang van heden.
Dictum
De Ondernemingskamer:
beëindigt, met ingang van heden, het bij de beschikking van 10 februari 2022 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Funda B.V.;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof en mr. N.E.M. Keereweer, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024.
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.292.320/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 22 februari 2024
inzake
1. de vereniging
FUNDABELANG,
gevestigd te Utrecht,
2. [A],
wonende te [....] ,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. [C],
wonende te [....] ,
5. [D],
wonende te [....] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MAKELAARDIJ [E] B.V.,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat: mr. H.H. Tan, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FUNDA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mrs. S.P. Kamerbeek, C.N. van Dooren en K. Notenboom, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NVM HOLDING B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
2. de vereniging
NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.,
gevestigd te Nieuwegein,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. R. Klashorst en P.P.M. van Kippersluis, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FUNDA,
gevestigd te Nieuwegein,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. J. van Borssum Waalkes en M. Deckers, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeksters sub 1 tot en met sub 6 gezamenlijk als FundaBelang c.s.;
verweerster als Funda;
belanghebbenden sub 1 en sub 2 gezamenlijk als NVM Holding c.s.;
belanghebbende sub 3 als STAK Funda.
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 10 en 14 februari 2022 en 21 maart 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikkingen van 10 en 14 februari 2022 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Funda over de periode vanaf 22 september 2016 en mr. H.M. de Mol van Otterloo te Amsterdam benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij beschikking van 21 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld.
1.3
De onderzoeker heeft laatstelijk bij e-mail van 12 februari 2024 aan de Ondernemingskamer verslag gedaan van de stand van zaken. Hij heeft gemeld dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen waaraan inmiddels uitvoering is gegeven, waardoor aan de bezwaren die de Ondernemingskamer ertoe hebben gebracht een onderzoek te bevelen is tegemoetgekomen. Volgens de onderzoeker hebben partijen hem laten weten dat zij geen behoefte meer hebben aan hervatting van het onderzoek. Omdat de onderzoeker ook zelf geen belang bij voortzetting meer ziet, zou de zaak wat hem betreft kunnen worden geroyeerd. De onderzoeker heeft gemeld dat hij zijn verslag ook aan partijen zal sturen.
1.4
Vervolgens heeft de Ondernemingskamer e-mailberichten ontvangen:
op 12 februari 2024 van mr. Van Borssum Waalkes, waarin hij onder verwijzing naar voormeld verslag van de onderzoeker namens STAK Funda heeft verzocht het onderzoek te beëindigen, om redenen zoals door de onderzoeker uiteengezet;
op 12 februari 2024 van mr. Van Kippersluis, waarin hij in vervolg op het verslag van de onderzoeker namens NVM Holding c.s. heeft verzocht het onderzoek te beëindigen zonder een kostenveroordeling uit te spreken, hetgeen overeenstemt met de tussen partijen gemaakte afspraken;
op 12 februari 2024 van mr. Kamerbeek, waarin hij zich namens Funda aansluit bij voormelde verzoeken van STAK Funda en NVM Holding c.s.;
op 13 februari 2024 van mr. Kooiman, kantoorgenoot van mr. Tan, waarin zij kenbaar heeft gemaakt dat FundaBelang c.s. zich aansluiten hij het verzoek het onderzoek te beëindigen.
2De gronden van de beslissing
Nu de onderzoeker kenbaar heeft gemaakt dat de zaak zou kunnen worden geroyeerd, omdat partijen – op grond van een tussen hen bereikte overeenstemming die inmiddels is geëffectueerd – geen behoefte meer hebben aan hervatting van het onderzoek en hij daar zelf ook geen belang meer in ziet, partijen in aansluiting daarop eenparig de Ondernemingskamer hebben verzocht het onderzoek te beëindigen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het op 10 februari 2022 bevolen onderzoek beëindigen met ingang van heden.
Dictum
De Ondernemingskamer:
beëindigt, met ingang van heden, het bij de beschikking van 10 februari 2022 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Funda B.V.;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof en mr. N.E.M. Keereweer, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024.