Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-01-16
ECLI:NL:GHAMS:2024:1546
Strafrecht
Hoger beroep
1,084 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001239-23
datum uitspraak: 16 januari 2024
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-017336-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
adres: [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2023 en 16 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Bij e-mailbericht van de raadsvrouw van 15 januari 2024 heeft zij verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, omdat hij daar geen belang meer bij heeft. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. R. Veldhuisen en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2024.
mr. M. Jeltes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001239-23
datum uitspraak: 16 januari 2024
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-017336-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
adres: [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2023 en 16 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Bij e-mailbericht van de raadsvrouw van 15 januari 2024 heeft zij verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, omdat hij daar geen belang meer bij heeft. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. R. Veldhuisen en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2024.
mr. M. Jeltes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen