Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-05-14
ECLI:NL:GHAMS:2024:1543
Strafrecht
Raadkamer
1,888 tokens
Inleiding
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000344-23 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002874-21
Beschikking op het gezamenlijke verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker 1]
geboren op [geboortedag 1] 1962,
en
[verzoeker 2]
,
Geboren op [geboortedag 2] 1961,
Beiden domicilie kiezende ten kantore van hun advocaat, mr. C. Crince Le Roy,
Kinkerstraat 23H, 1053 te Amsterdam.
Procesverloop
Het verzoekschrift is op 20 april 2023 ingekomen.
Op 10 mei 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 mei 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker en zijn advocaat zijn met kennisgeving hiervan niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het klaagschrift met rekestnummer 000943-22 ten bedrage van € 964,95;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.
Beoordeling
Bij beschikking van dit hof van 14 maart 2023 is het gezamenlijke klaagschrift op de voet van artikel 552 Sv behandeld en de teruggave van het geldbedrag aan klagers gelast.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de beklagprocedure tot een bedrag van € 964,95.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 340,00.
Dictum
Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 1.304,95 (dertienhonderdvier euro en vijfennegentig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, A.R.O. Mooy en R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 mei 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
- € 1.304,95 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv]
Amsterdam, 14 mei 2024,
mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.
Inleiding
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000344-23 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002874-21
Beschikking op het gezamenlijke verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker 1]
geboren op [geboortedag 1] 1962,
en
[verzoeker 2]
,
Geboren op [geboortedag 2] 1961,
Beiden domicilie kiezende ten kantore van hun advocaat, mr. C. Crince Le Roy,
Kinkerstraat 23H, 1053 te Amsterdam.
Procesverloop
Het verzoekschrift is op 20 april 2023 ingekomen.
Op 10 mei 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 mei 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker en zijn advocaat zijn met kennisgeving hiervan niet in raadkamer verschenen.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het klaagschrift met rekestnummer 000943-22 ten bedrage van € 964,95;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.
Beoordeling
Bij beschikking van dit hof van 14 maart 2023 is het gezamenlijke klaagschrift op de voet van artikel 552 Sv behandeld en de teruggave van het geldbedrag aan klagers gelast.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de beklagprocedure tot een bedrag van € 964,95.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 340,00.
Dictum
Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 1.304,95 (dertienhonderdvier euro en vijfennegentig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, A.R.O. Mooy en R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 mei 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
- € 1.304,95 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv]
Amsterdam, 14 mei 2024,
mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.