Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-05-28
ECLI:NL:GHAMS:2024:1491
Strafrecht
Hoger beroep
1,624 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002933-23
datum uitspraak: 28 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-320351-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat de door de politierechter gehanteerde bewijsvoering wordt vervangen door de bewijsvoering die na het eventueel instellen van het beroep in cassatie zal worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Daarbij tekent het hof nog het volgende aan:
hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd - met name voor zover dit ziet op verschillen in de verklaringen van de aangevers - doet niet af aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van de aangevers. Voor het overige vindt hetgeen de verdediging heeft aangevoerd zijn weerlegging in de bewijsoverweging van de politierechter;
het hof vindt de door de politierechter opgelegde taakstraf passend en geboden. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de politierechter bij het bepalen van de hoogte van de opgelegde taakstraf gerechtvaardigd heeft meegewogen dat de slachtoffers lichamelijk letsel hebben overgehouden aan het bewezenverklaarde feit, ook al was dat letsel niet als strafverzwarende omstandigheid in de zin van artikel 141, tweede lid, Wetboek van Strafrecht tenlastegelegd dan wel bewezenverklaard.
het hof stelt de duur van de vervangende hechtenis – welke duur ontbreekt in het dictum van de politierechter – op 75 dagen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 mei 2024.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002933-23
datum uitspraak: 28 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-320351-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat de door de politierechter gehanteerde bewijsvoering wordt vervangen door de bewijsvoering die na het eventueel instellen van het beroep in cassatie zal worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Daarbij tekent het hof nog het volgende aan:
hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd - met name voor zover dit ziet op verschillen in de verklaringen van de aangevers - doet niet af aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van de aangevers. Voor het overige vindt hetgeen de verdediging heeft aangevoerd zijn weerlegging in de bewijsoverweging van de politierechter;
het hof vindt de door de politierechter opgelegde taakstraf passend en geboden. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de politierechter bij het bepalen van de hoogte van de opgelegde taakstraf gerechtvaardigd heeft meegewogen dat de slachtoffers lichamelijk letsel hebben overgehouden aan het bewezenverklaarde feit, ook al was dat letsel niet als strafverzwarende omstandigheid in de zin van artikel 141, tweede lid, Wetboek van Strafrecht tenlastegelegd dan wel bewezenverklaard.
het hof stelt de duur van de vervangende hechtenis – welke duur ontbreekt in het dictum van de politierechter – op 75 dagen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 mei 2024.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]