Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-05-08
ECLI:NL:GHAMS:2024:1353
Strafrecht
Hoger beroep
5,168 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003171-23
datum uitspraak: 8 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 20 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-241045-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 19 november 2022 tot en met 26 juni 2023 te Amsterdam en/of Zaandam, althans in Nederland, als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl zij als leerling aan een school, te weten [school] stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissingen komt dan de kantonrechter ten aanzien van de kwalificatie en de aan de op te leggen straf te verbinden bijzondere voorwaarde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij in de periode van 19 november 2022 tot en met 12 juni 2023 te Amsterdam en/of Zaandam, als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl zij als leerling aan een school, te weten [school] stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
als leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie met als bijzondere voorwaarde toezicht en begeleiding door de Jeugdbescherming Amsterdam met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft het hof ter terechtzitting verzocht te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarde. De verdachte is gedreven om naar school te gaan. Als zij niet naar school ging was dit niet uit luiheid of desinteresse maar omdat zij daar niet toe in staat was als gevolg van vermoeidheid, veroorzaakt door haar menstruatieklachten. Inmiddels heeft de verdachte hierover goede afspraken gemaakt met haar school. Haar klachten en daarmee haar verzuim zijn verminderd en de schoolresultaten van de verdachte zijn zodanig dat zij overgaat naar het volgende leerjaar.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ongeoorloofd schoolverzuim door gedurende een periode van een half jaar een groot aantal uren ongeoorloofd afwezig te zijn op school. De Leerplichtwet 1969 verplicht de jongere de school na inschrijving regelmatig te bezoeken om op deze manier in het belang van een goede en ononderbroken opleiding voor die jongere te trachten schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Met het oog op haar toekomst acht het hof het van het grootste belang dat de verdachte zich niet langer schuldig maakt aan schoolverzuim.
Het hof heeft kennisgenomen van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) van 14 november 2023 waarin geadviseerd wordt aan de verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte meewerkt aan hulpverlening welke de jeugdreclassering nodig vindt.
Ter terechtzitting heeft de zittingsvertegenwoordiger van de Raad toegelicht dat de situatie van de verdachte nog steeds zorgelijk is, zowel wat betreft haar schoolverzuim als wat betreft de behandeling van haar medische klachten. De verdachte is nog steeds veelvuldig afwezig. Zij staat op kader niveau voor belangrijke kernvakken een onvoldoende. De Raad acht het van groot belang dat het al veel te lang bestaande patroon, van menstruatieklachten met veel bloedverlies, waardoor de verdachte vermoeid is, waardoor zij school verzuimt, doorbroken wordt. De Raad acht het noodzakelijk dat zij hier professionele begeleiding bij krijgt.
Het hof heeft verder kennis genomen van een op naam van de verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 april 2024 waaruit blijkt dat zij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur passend en geboden.
Het hof acht het daarnaast raadzaam aan deze voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarde te verbinden dat de verdachte meewerkt aan hulpverlening welke de jeugdbescherming noodzakelijk acht om de schoolgang van de verdachte te borgen. Gelet op de lange duur van de periode waarin de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofd schoolverzuim en het feit dat zij thans nog steeds veelvuldig verzuimt acht het hof het waarschijnlijk dat dit de verdachte niet geheel en al op eigen kracht zal lukken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op artikel 26 van de Leerplichtwet 1969 en de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie.
Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dat noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte meewerkt aan hulpverlening welke de jeugdbescherming noodzakelijk acht met het oog op de schoolgang van de verdachte.
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Regio Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 mei 2024.
De jongste en oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003171-23
datum uitspraak: 8 mei 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 20 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-241045-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 19 november 2022 tot en met 26 juni 2023 te Amsterdam en/of Zaandam, althans in Nederland, als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl zij als leerling aan een school, te weten [school] stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissingen komt dan de kantonrechter ten aanzien van de kwalificatie en de aan de op te leggen straf te verbinden bijzondere voorwaarde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij in de periode van 19 november 2022 tot en met 12 juni 2023 te Amsterdam en/of Zaandam, als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl zij als leerling aan een school, te weten [school] stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
als leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie met als bijzondere voorwaarde toezicht en begeleiding door de Jeugdbescherming Amsterdam met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft het hof ter terechtzitting verzocht te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarde. De verdachte is gedreven om naar school te gaan. Als zij niet naar school ging was dit niet uit luiheid of desinteresse maar omdat zij daar niet toe in staat was als gevolg van vermoeidheid, veroorzaakt door haar menstruatieklachten. Inmiddels heeft de verdachte hierover goede afspraken gemaakt met haar school. Haar klachten en daarmee haar verzuim zijn verminderd en de schoolresultaten van de verdachte zijn zodanig dat zij overgaat naar het volgende leerjaar.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ongeoorloofd schoolverzuim door gedurende een periode van een half jaar een groot aantal uren ongeoorloofd afwezig te zijn op school. De Leerplichtwet 1969 verplicht de jongere de school na inschrijving regelmatig te bezoeken om op deze manier in het belang van een goede en ononderbroken opleiding voor die jongere te trachten schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Met het oog op haar toekomst acht het hof het van het grootste belang dat de verdachte zich niet langer schuldig maakt aan schoolverzuim.
Het hof heeft kennisgenomen van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) van 14 november 2023 waarin geadviseerd wordt aan de verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte meewerkt aan hulpverlening welke de jeugdreclassering nodig vindt.
Ter terechtzitting heeft de zittingsvertegenwoordiger van de Raad toegelicht dat de situatie van de verdachte nog steeds zorgelijk is, zowel wat betreft haar schoolverzuim als wat betreft de behandeling van haar medische klachten. De verdachte is nog steeds veelvuldig afwezig. Zij staat op kader niveau voor belangrijke kernvakken een onvoldoende. De Raad acht het van groot belang dat het al veel te lang bestaande patroon, van menstruatieklachten met veel bloedverlies, waardoor de verdachte vermoeid is, waardoor zij school verzuimt, doorbroken wordt. De Raad acht het noodzakelijk dat zij hier professionele begeleiding bij krijgt.
Het hof heeft verder kennis genomen van een op naam van de verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 april 2024 waaruit blijkt dat zij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur passend en geboden.
Het hof acht het daarnaast raadzaam aan deze voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarde te verbinden dat de verdachte meewerkt aan hulpverlening welke de jeugdbescherming noodzakelijk acht om de schoolgang van de verdachte te borgen. Gelet op de lange duur van de periode waarin de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofd schoolverzuim en het feit dat zij thans nog steeds veelvuldig verzuimt acht het hof het waarschijnlijk dat dit de verdachte niet geheel en al op eigen kracht zal lukken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op artikel 26 van de Leerplichtwet 1969 en de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie.
Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dat noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte meewerkt aan hulpverlening welke de jeugdbescherming noodzakelijk acht met het oog op de schoolgang van de verdachte.
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Regio Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 mei 2024.
De jongste en oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]