Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-04-26
ECLI:NL:GHAMS:2024:1283
Strafrecht
Hoger beroep
1,370 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003351-23
datum uitspraak: 26 april 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 december 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-319689-23 en 15-290275-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1991,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het
niet-ontvankelijk verklaren van de verdachte in het ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De zaak is eerder aan de orde geweest op de terechtzitting van 6 februari 2024. De zaak is toen zonder inhoudelijke behandeling geschorst.
Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 21 februari 2024 wenst de verdachte het hoger beroep niet langer te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting heeft bevestigd. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de advocaat-generaal ter zake van de in eerste aanleg tijdig ingediende, maar niet ter terechtzitting in eerste aanleg behandelde vorderingen van de benadeelde partijen zal handelen conform de door haar ter terechtzitting toegelichte werkwijze van het Openbaar Ministerie in dergelijke gevallen.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. M. Vollebregt, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Betlem, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 april 2024.
mr. D.A.C. Koster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003351-23
datum uitspraak: 26 april 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 december 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-319689-23 en 15-290275-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1991,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het
niet-ontvankelijk verklaren van de verdachte in het ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De zaak is eerder aan de orde geweest op de terechtzitting van 6 februari 2024. De zaak is toen zonder inhoudelijke behandeling geschorst.
Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 21 februari 2024 wenst de verdachte het hoger beroep niet langer te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting heeft bevestigd. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de advocaat-generaal ter zake van de in eerste aanleg tijdig ingediende, maar niet ter terechtzitting in eerste aanleg behandelde vorderingen van de benadeelde partijen zal handelen conform de door haar ter terechtzitting toegelichte werkwijze van het Openbaar Ministerie in dergelijke gevallen.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. M. Vollebregt, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Betlem, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 april 2024.
mr. D.A.C. Koster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.