Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-04-18
ECLI:NL:GHAMS:2024:1212
Strafrecht
Hoger beroep
2,668 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003349-21
datum uitspraak: 18 april 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 december 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 15-237806-21 en 15-229397-20 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1986,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 april 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 4 september 2021 te Heemskerk, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenote, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- (met kracht) tegen een (voor)deur heeft geduwd en/of geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer] achter de deur stond en waardoor die [slachtoffer] (met kracht) voornoemde deur tegen de neus en/of in/tegen het gezicht heeft gekregen en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) heeft geslagen en/of gestompt tegen de neus en/of in/tegen het gezicht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 4 september 2021 te Heemskerk, in elk geval in Nederland, zijn echtgenote, [slachtoffer], heeft mishandeld door toen en aldaar:
- (met kracht) tegen een (voor)deur te duwen en/of te schoppen en/of te slaan, terwijl die [slachtoffer] achter de deur stond en waardoor die [slachtoffer] voornoemde deur (met kracht) tegen de neus en/of tegen de mond en/of in/tegen het gezicht heeft gekregen en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) te slaan en/of te stompen tegen de neus en/of in/tegen het gezicht;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Primair ten laste gelegde
Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
Subsidiair ten laste gelegde
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Door de raadsman is vrijspraak bepleit.
Het hof heeft op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep in onvoldoende mate de overtuiging bekomen dat de verdachte opzet had op mishandeling van zijn echtgenote, ook niet in voorwaardelijke zin. Naar het oordeel van het hof is daarom niet bewezen hetgeen de verdachte subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 4 november 2021, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2021, parketnummer 15-229397-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.L.M. van der Voet, en mr. M. Vollebregt, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
18 april 2024.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003349-21
datum uitspraak: 18 april 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 december 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 15-237806-21 en 15-229397-20 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1986,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 april 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 4 september 2021 te Heemskerk, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenote, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- (met kracht) tegen een (voor)deur heeft geduwd en/of geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer] achter de deur stond en waardoor die [slachtoffer] (met kracht) voornoemde deur tegen de neus en/of in/tegen het gezicht heeft gekregen en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) heeft geslagen en/of gestompt tegen de neus en/of in/tegen het gezicht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 4 september 2021 te Heemskerk, in elk geval in Nederland, zijn echtgenote, [slachtoffer], heeft mishandeld door toen en aldaar:
- (met kracht) tegen een (voor)deur te duwen en/of te schoppen en/of te slaan, terwijl die [slachtoffer] achter de deur stond en waardoor die [slachtoffer] voornoemde deur (met kracht) tegen de neus en/of tegen de mond en/of in/tegen het gezicht heeft gekregen en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) te slaan en/of te stompen tegen de neus en/of in/tegen het gezicht;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Primair ten laste gelegde
Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
Subsidiair ten laste gelegde
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Door de raadsman is vrijspraak bepleit.
Het hof heeft op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep in onvoldoende mate de overtuiging bekomen dat de verdachte opzet had op mishandeling van zijn echtgenote, ook niet in voorwaardelijke zin. Naar het oordeel van het hof is daarom niet bewezen hetgeen de verdachte subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 4 november 2021, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 april 2021, parketnummer 15-229397-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.L.M. van der Voet, en mr. M. Vollebregt, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
18 april 2024.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.