Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-04-05
ECLI:NL:GHAMS:2024:1123
Strafrecht
Raadkamer
1,926 tokens
Inleiding
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 5 april 2024
parketnummer 23-000448-23
datum vonnis eerste aanleg 20 januari 2022
parketnummer 96-003019-21
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 5 april 2024.
Tegenwoordig:
mr. N.A. Schimmel raadsheer,
en R.S. Toornvliet en Y. Amama griffiers.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.D.J. Teengs Gerritsen, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op vragen van de raadsheer te zijn:
[verdachte]
geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]
[adres]
De raadsheer vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De raadsheer houdt voor de betekening van de inleidende dagvaarding. Deze is in persoon betekend en er is niet binnen 14 dagen na het vonnis hoger beroep ingesteld.
De verdachte verklaart desgevraagd:
Ik had de brief te laat gezien. Ik verblijf bij mijn zus. Toen ik de verstekveroordeling binnenkreeg, heb ik direct contact opgenomen met mijn advocaat.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2024.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 20 januari 2022 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De inleidende dagvaarding is op 9 december 2021 in persoon uitgereikt.
De verdachte is op 20 januari 2022 bij verstek veroordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen na 20 januari 2022 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde op 3 februari 2022. De verdachte heeft een jaar later, op 10 februari 2023, hoger beroep ingesteld
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De raadsheer geeft aan verdachte kennis dat hij binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffiers is vastgesteld en door de raadsheer en griffier Toornvliet is ondertekend.
Inleiding
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 5 april 2024
parketnummer 23-000448-23
datum vonnis eerste aanleg 20 januari 2022
parketnummer 96-003019-21
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 5 april 2024.
Tegenwoordig:
mr. N.A. Schimmel raadsheer,
en R.S. Toornvliet en Y. Amama griffiers.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.D.J. Teengs Gerritsen, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op vragen van de raadsheer te zijn:
[verdachte]
geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]
[adres]
De raadsheer vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De raadsheer houdt voor de betekening van de inleidende dagvaarding. Deze is in persoon betekend en er is niet binnen 14 dagen na het vonnis hoger beroep ingesteld.
De verdachte verklaart desgevraagd:
Ik had de brief te laat gezien. Ik verblijf bij mijn zus. Toen ik de verstekveroordeling binnenkreeg, heb ik direct contact opgenomen met mijn advocaat.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2024.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 20 januari 2022 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De inleidende dagvaarding is op 9 december 2021 in persoon uitgereikt.
De verdachte is op 20 januari 2022 bij verstek veroordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen na 20 januari 2022 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde op 3 februari 2022. De verdachte heeft een jaar later, op 10 februari 2023, hoger beroep ingesteld
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De raadsheer geeft aan verdachte kennis dat hij binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffiers is vastgesteld en door de raadsheer en griffier Toornvliet is ondertekend.