Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-04-30
ECLI:NL:GHAMS:2024:1096
Civiel recht
Hoger beroep
1,026 tokens
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.328.059/01 NOT
nummer eerste aanleg : C/05/409942 / KL RK 22-126
Dictum
inzake
mr. [appellant],
notaris te [vestigingsplaats],
appellant,
tegen
BUREAU FINANCIEEL TOEZICHT
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R. Wisse.
Partijen worden hierna de notaris en het BFT genoemd.
Procesverloop
1.1.
In deze zaak heeft het hof op 2 april 2024 een beslissing gegeven.
1.2.
Bij e-mailbericht van 4 april 2024 heeft de gemachtigde van het BFT, mr. R. Wisse, opgemerkt dat in deze beslissing a) het BFT ten onrechte is aangeduid als L.A. Woudstra en b) mr. R. Wisse ten onrechte is aangeduid als mr. R.A. Wisse.
Binnen de daarvoor gegeven termijn heeft de notaris schriftelijk te kennen gegeven dat hij kan instemmen met herstel van deze verschrijvingen.
Beoordeling
2.1
Het hof stelt vast dat de beslissing van 2 april 2024 twee kennelijke fouten bevat die zich lenen voor eenvoudig herstel.
2.2
Het hof zal daarom overgaan tot herstel van de genoemde kennelijke fouten.
Dictum
Het hof:
verbetert de in deze zaak op 2 april 2024 gegeven beslissing aldus dat:
- als naam van geïntimeerde in plaats van “L.A. Woudstra” wordt vermeld: “Bureau Financieel Toezicht”;
- als naam van de gemachtigde van geïntimeerde in plaats van “R.A. Wisse” wordt vermeld: “mr. R. Wisse”;
draagt de griffier op om op de originele beslissing te vermelden dat de beslissing met deze herstelbeslissing is verbeterd.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, J.C.W. Rang en J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024 door de rolraadsheer.
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.328.059/01 NOT
nummer eerste aanleg : C/05/409942 / KL RK 22-126
Dictum
inzake
mr. [appellant],
notaris te [vestigingsplaats],
appellant,
tegen
BUREAU FINANCIEEL TOEZICHT
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R. Wisse.
Partijen worden hierna de notaris en het BFT genoemd.
Procesverloop
1.1.
In deze zaak heeft het hof op 2 april 2024 een beslissing gegeven.
1.2.
Bij e-mailbericht van 4 april 2024 heeft de gemachtigde van het BFT, mr. R. Wisse, opgemerkt dat in deze beslissing a) het BFT ten onrechte is aangeduid als L.A. Woudstra en b) mr. R. Wisse ten onrechte is aangeduid als mr. R.A. Wisse.
Binnen de daarvoor gegeven termijn heeft de notaris schriftelijk te kennen gegeven dat hij kan instemmen met herstel van deze verschrijvingen.
Beoordeling
2.1
Het hof stelt vast dat de beslissing van 2 april 2024 twee kennelijke fouten bevat die zich lenen voor eenvoudig herstel.
2.2
Het hof zal daarom overgaan tot herstel van de genoemde kennelijke fouten.
Dictum
Het hof:
verbetert de in deze zaak op 2 april 2024 gegeven beslissing aldus dat:
- als naam van geïntimeerde in plaats van “L.A. Woudstra” wordt vermeld: “Bureau Financieel Toezicht”;
- als naam van de gemachtigde van geïntimeerde in plaats van “R.A. Wisse” wordt vermeld: “mr. R. Wisse”;
draagt de griffier op om op de originele beslissing te vermelden dat de beslissing met deze herstelbeslissing is verbeterd.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, J.C.W. Rang en J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024 door de rolraadsheer.