Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-03-28
ECLI:NL:GHAMS:2024:1006
Strafrecht
Hoger beroep
5,002 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001688-23
datum uitspraak: 28 maart 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2023, in de strafzaak onder parketnummer 15-255610-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
[adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 maart 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B/C/E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, N242, als bestuurder een motorrijtuig, (een vrachtwagen), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Heerhugowaard, als bestuurder en/of eigenaar of houder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee heeft gereden en/of laten rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N242, terwijl de hoogte van dat voertuig, met inbegrip van de lading (ongeveer) 4,16 meter bedroeg, in elk geval de toegestane hoogte van 4,00 meter werd overschreden;
3.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard als bestuurder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee rijdende op de weg, de N242, gaande in de richting van het aldaar aanwezige spoorviaduct heeft getracht dit spoorviaduct te passeren dit terwijl de door hem te vervoeren kermisattractie te hoog was om onder het spoorviaduct door te rijden ten gevolge waarvan een botsing en/of aanrijding is ontstaan tussen deze kemisattractie en het spoorviaduct, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering, en omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter
Standpunt van de advocaat-generaal en de raadsman
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en dat de verdediging zich refereert aan het oordeel van het hof.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B/C/E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, N242, als bestuurder een motorrijtuig (een vrachtwagen), van één van die categorieën heeft bestuurd.
2.hij op 22 juni 2022 te Heerhugowaard, als bestuurder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N242, terwijl de hoogte van dat voertuig, met inbegrip van de lading de toegestane hoogte van 4,00 meter overschreed.
3.hij op 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, als bestuurder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee rijdende op de weg, de N242, gaande in de richting van het aldaar aanwezige spoorviaduct, heeft getracht dit spoorviaduct te passeren dit terwijl de door hem te vervoeren kermisattractie te hoog was om onder het spoorviaduct door te rijden, ten gevolge waarvan een botsing is ontstaan tussen deze kermisattractie en het spoorviaduct, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werden veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5.1.2 van de Regeling Voertuigen.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken (feit 1), een geldboete ter hoogte van € 500,00 (feit 2) en ten aanzien van feit 3 artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) toegepast.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als in eerste aanleg opgelegd voor feit 1 en 2 en dat ten aanzien van feit 3 artikel 9a Sr wordt toegepast.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat aan de verdachte geen gevangenisstraf wordt opgelegd. De verdachte heeft de afgelopen tijd zijn leven op de rit gekregen met behulp van zijn familie. Ook financieel wordt de verdachte door zijn familie ondersteund en een eventuele boete zou door de familie worden betaald. Zijn familie bestaat uit ondernemers in de kermisbranche en zij zijn vermogend. Hoewel de verdachte eerst was afgekeurd door het UWV, heeft de hulp van zijn familie – en met name van zijn moeder – ertoe geleid dat hij weer arbeidsgeschikt is verklaard. De verdachte doet zijn uiterste best alles te doen wat van hem wordt verwacht.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Door op de openbare weg een vrachtwagen te besturen, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd en beslissingen van het bevoegd gezag genegeerd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Verklaart het onder 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. R.D. van Heffen en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van
mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
28 maart 2024.
mr. Van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[...]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001688-23
datum uitspraak: 28 maart 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2023, in de strafzaak onder parketnummer 15-255610-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
[adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 maart 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B/C/E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, N242, als bestuurder een motorrijtuig, (een vrachtwagen), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Heerhugowaard, als bestuurder en/of eigenaar of houder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee heeft gereden en/of laten rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N242, terwijl de hoogte van dat voertuig, met inbegrip van de lading (ongeveer) 4,16 meter bedroeg, in elk geval de toegestane hoogte van 4,00 meter werd overschreden;
3.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard als bestuurder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee rijdende op de weg, de N242, gaande in de richting van het aldaar aanwezige spoorviaduct heeft getracht dit spoorviaduct te passeren dit terwijl de door hem te vervoeren kermisattractie te hoog was om onder het spoorviaduct door te rijden ten gevolge waarvan een botsing en/of aanrijding is ontstaan tussen deze kemisattractie en het spoorviaduct, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering, en omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter
Standpunt van de advocaat-generaal en de raadsman
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en dat de verdediging zich refereert aan het oordeel van het hof.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B/C/E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, N242, als bestuurder een motorrijtuig (een vrachtwagen), van één van die categorieën heeft bestuurd.
2.hij op 22 juni 2022 te Heerhugowaard, als bestuurder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N242, terwijl de hoogte van dat voertuig, met inbegrip van de lading de toegestane hoogte van 4,00 meter overschreed.
3.hij op 22 juni 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, als bestuurder van een voertuig (een vrachtwagen), daarmee rijdende op de weg, de N242, gaande in de richting van het aldaar aanwezige spoorviaduct, heeft getracht dit spoorviaduct te passeren dit terwijl de door hem te vervoeren kermisattractie te hoog was om onder het spoorviaduct door te rijden, ten gevolge waarvan een botsing is ontstaan tussen deze kermisattractie en het spoorviaduct, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werden veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5.1.2 van de Regeling Voertuigen.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken (feit 1), een geldboete ter hoogte van € 500,00 (feit 2) en ten aanzien van feit 3 artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) toegepast.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als in eerste aanleg opgelegd voor feit 1 en 2 en dat ten aanzien van feit 3 artikel 9a Sr wordt toegepast.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat aan de verdachte geen gevangenisstraf wordt opgelegd. De verdachte heeft de afgelopen tijd zijn leven op de rit gekregen met behulp van zijn familie. Ook financieel wordt de verdachte door zijn familie ondersteund en een eventuele boete zou door de familie worden betaald. Zijn familie bestaat uit ondernemers in de kermisbranche en zij zijn vermogend. Hoewel de verdachte eerst was afgekeurd door het UWV, heeft de hulp van zijn familie – en met name van zijn moeder – ertoe geleid dat hij weer arbeidsgeschikt is verklaard. De verdachte doet zijn uiterste best alles te doen wat van hem wordt verwacht.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Door op de openbare weg een vrachtwagen te besturen, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd en beslissingen van het bevoegd gezag genegeerd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Verklaart het onder 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. R.D. van Heffen en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van
mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
28 maart 2024.
mr. Van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[...]