Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-22
ECLI:NL:GHAMS:2023:3715
Strafrecht
Hoger beroep
1,759 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001038-23
datum uitspraak: 22 december 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-336949-22 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1965,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf en maatregel – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
de bewijsoverweging aanvult;
de bewijsmiddelen aanvult indien cassatie wordt ingesteld.
Aanvullende bewijsoverweging
Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De verdachte, de overbuurman van de aangeefster, heeft in de ten laste gelegde periode ongeveer twintig brieven bij de aangeefster in de brievenbus gedaan. De brieven bevatten passages met een dwingende en soms dreigende strekking en hebben een obsessieve en soms seksuele lading. Bovendien heeft de verdachte de aangeefster meermalen op straat aangesproken en heeft hij meermalen bij haar woning aangebeld. Ook heeft hij ongevraagd een ponypack met cocaïne bij haar bezorgd. Door deze gedragingen heeft de verdachte de aangeefster zoveel vrees aangejaagd dat zij zich niet meer veilig voelt in haar eigen straat.
Het hof is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte zoals die uit de bewijsmiddelen blijken, alsmede de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden, naar objectieve maatstaven bezien zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster sprake is geweest. De verdachte heeft deze inbreuk opzettelijk gemaakt met het oogmerk de aangeefster te dwingen iets te doen, te dulden en haar vrees aan te jagen. Immers de verdachte volhardde in het maken van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster terwijl hem duidelijk was gemaakt dat zij dit niet wilde. Hij deed dit om haar ertoe te bewegen contact met hem te onderhouden en te dulden.
Oplegging van straffen en maatregel
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren, en heeft een vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende het verbod om direct of indirect contact met het slachtoffer op te nemen voor de duur van twee jaren opgelegd.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van honderdvijftig uren, en dat een vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende het verbod om direct of indirect contact met het slachtoffer op te nemen voor de duur van vijf jaren zal worden opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn overbuurvrouw. De verdachte heeft gedurende meerdere jaren opdringerige en vreesaanjagende brieven in de brievenbus van haar woning gedaan, haar herhaaldelijk op straat aangesproken, meermaals bij haar aangebeld en eenmalig ongevraagd cocaïne bij haar bezorgd. Zijn handelen heeft ertoe geleid dat de aangeefster, zich niet meer veilig voelt in haar eigen straat. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof ziet in de lange duur van de belaging aanleiding een vrijheidsbenemende maatregel in de vorm van een contactverbod op te leggen. Gelet op het feit dat de verdachte en de aangeefster overburen zijn zal de maatregel worden beperkt tot het verbod om direct contact op te nemen, te zoeken of te hebben met de aangeefster.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en maatregel en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
2 (twee) maanden
.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf
voor de duur van
80 (tachtig) uren
, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis
.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 (twee) jaren geen direct contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer01] , geboren op [geboortedatum02] 1965, wonende op het adres [adres02] .
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt
1 week
voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. N.E. Kwak en mr. G.J.M. Kruizinga, in tegenwoordigheid van
mr. R.J. den Arend en mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december 2023.
=
===
[…]