Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-07
ECLI:NL:GHAMS:2023:3611
Strafrecht
Hoger beroep
531 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002774-21 (ontneming)
datum uitspraak: 23 november 2023
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 oktober 2021 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer
13-845207-18 tegen de betrokkene
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1973,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 november 2023.
Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de betrokkene in het hoger beroep
De raadsman heeft per e-mailbericht van 17 november 2023 te kennen gegeven dat de betrokkene het hoger beroep wenst in te trekken. Er is een akte intrekken hoger beroep opgemaakt op 20 november 2023. Intrekking van het hoger beroep was toen echter niet meer mogelijk, aangezien het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 13 oktober 2022 was aangevangen.
Nu de betrokkene geen belang meer stelt in behandeling van het hoger beroep en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak in hoger beroep, zal het hof, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv, de betrokkene niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. R.M. Steinhaus en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Leeuwen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 november 2023.