Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-07
ECLI:NL:GHAMS:2023:3610
Strafrecht
Hoger beroep
822 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002864-22 (ontneming)
datum uitspraak: 7 december 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 24 oktober 2022 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer
15-870709-16 tegen de betrokkene
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1963,
adres: [adres01] .
Procesgang
Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 56.642,49.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank van 26 april 2022 veroordeeld ter zake van het - kort gezegd - (tweemaal) medeplegen van het telen van een grote hoeveelheid hennep.
Voorts heeft de rechtbank bij vonnis van 24 oktober 2022 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 56.642,49 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van dit hof van 7 december 2023 vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en diens raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep bevestiging van het vonnis in eerste aanleg gevorderd.
De raadsman heeft primair niet-ontvankelijkheid van openbaar ministerie bepleit, gelet op de in de strafzaak bepleite vrijspraak.
Nu de verdachte bij arrest van 7 december 2023 (parketnummer 23-001147-22) in hoger beroep is vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd in de aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggende strafzaak, zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. R.M. Steinhaus en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Leeuwen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 december 2023.
=
===
[…]