Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-18
ECLI:NL:GHAMS:2023:3559
Strafrecht
Hoger beroep
563 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-126027-22
parketnummer hoger beroep : 23-001506-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 december 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 mei 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1982 te [geboorteplaats01]
adres: [adres01] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
gepleegd
op 20 mei 2022 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboete
van
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro)
, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis
.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
1 (één) jaar
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij01] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 216,36 (tweehonderdzestien euro en zesendertig cent) bestaande uit € 16,36 (zestien euro en zesendertig cent) materiële schade en € 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade
, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 20 mei 2022.
Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van T. Zikken, griffier.
mr. S.M.M. Bordenga