Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-05
ECLI:NL:GHAMS:2023:2955
Strafrecht
Hoger beroep
662 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000601-23
datum uitspraak: 5 december 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-057375-21 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [naam01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1998,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
de bewijsoverweging van de rechtbank, tweede alinea op pagina 3 van het vonnis, na de zin “De verdachte [verdachte01] heeft verklaard dat hij deze handelingen van [naam 1] en [naam 2] heeft waargenomen, dat hij erbij stond en dat hij aan het lachen was.” aanvult met de zin: “
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte op vragen van het hof verklaard dat hij op een meter afstand van aangeefster stond.”;
ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij als volgt overweegt. Anders dan door de raadsvrouw bepleit ziet het hof evenals de rechtbank geen aanleiding om de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren dan wel deze te matigen tot een bedrag van € 750,00;
de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met het hierna te noemen bewijsmiddel.
Toevoeging van een bewijsmiddel
-
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2023.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik stond op een meter afstand vanaf het meisje.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. R.A.E. van Noort en mr. G.J.M. Kruizinga, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 december 2023.