Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-01
ECLI:NL:GHAMS:2023:2942
Strafrecht
Hoger beroep
2,513 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummers: 23-000113-23 (zaak A) en 23-002403-23 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd)
datum uitspraak: 1 december 2023
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-301900-22 (zaak A) en tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank
Noord-Holland van 24 augustus 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-202919-23 (zaak B) tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [gebvoorteland01] ) op [geboortedatum01] 1993,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van de onderzoeken ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormelde vonnissen.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Voeging
Het hoger beroep tegen het op 28 december 2022 in zaak A gewezen vonnis is bij het hof geregistreerd onder parketnummer 23-000113-23.
Het hoger beroep tegen het op 24 augustus 2023 in zaak B gewezen vonnis is bij het hof geregistreerd onder parketnummer 23-002403-23.
Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 17 november 2023 de voeging van de zaken met parketnummers 23-000113-23 en 23-002403-23 bevolen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd
in zaak A
, gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging, dat:
hij op of omstreeks 19 november 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een (foto van een) Belgisch rijbewijs met het nummer [nummer01] op naam van [verdachte01] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad dan wel daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt;
in zaak B
dat:
1.
hij op of omstreeks 13 augustus 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten Pools Rijbewijs, [nummer02] , t.n.v. [verdachte01] , door deze te tonen aan verbalisanten bij controle op naleving van de Wegenverkeerswet;
2.
hij op of omstreeks 13 augustus 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Dodoneausstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
De vonnissen waarvan beroep zullen worden vernietigd, omdat het hof in zaak A tot een andere bewezenverklaring komt en het hof de zaken heeft gevoegd, zodat het één arrest wijst.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande
in zaak A
dat:
1.
hij op 19 november 2022 te Amsterdam, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een foto van een Belgisch rijbewijs met het nummer [nummer01] op naam van [verdachte01] , waarvan hij wist dat deze vals of vervalst was;
in zaak B
dat:
1.
hij op 13 augustus 2023 te Zaandam, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten Pools Rijbewijs, [nummer02] , t.n.v. [verdachte01] , door deze te tonen aan verbalisanten bij controle op naleving van de Wegenverkeerswet;
2.
hij op 13 augustus 2023 te Zaandam, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Dodoneausstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Hetgeen in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Het in zaak B onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk gebruik maken van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Het in zaak B onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg
in zaak A
bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg
in zaak B
onder 1 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en voor het in zaak B onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot vier weken hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A en in zaak B onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en voor het in zaak B onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot vier weken hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich op 19 november 2022 schuldig gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst rijbewijs door bij een controle op de naleving van de Wegenverkeerswet aan verbalisanten een foto van het valse of vervalste rijbewijs te tonen. Nog geen jaar later op
Dictum
Het hof:
Vernietigt de vonnissen waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
13-301900-22 (zaak A) en in de zaak met parketnummer 15-202919-23 (zaak B) onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-301900-22 (zaak A) en in de zaak met parketnummer
15-202919-23 (zaak B) onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-301900-22 (zaak A) en in de zaak met parketnummer 15-202919-23 (zaak B) onder 1 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf
voor de duur van
6 (zes) maanden
.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
2 (twee) maanden
, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-202919-23 (zaak B) onder 2 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot hechtenis
voor de duur van
4 (vier) weken
.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeer
van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK Rijbewijs (goednummer: 1515286).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. W.M.C. Tilleman en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van
mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
1 december 2023.
Mr. W.M.C. Tilleman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]