Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-11-24
ECLI:NL:GHAMS:2023:2940
Strafrecht
Hoger beroep
1,491 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000874-21
datum uitspraak: 24 november 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 6 april 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-052786-19 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 9 november 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer gebroken ellebogen, in elk geval een of meer botbreuken, heeft toegebracht door met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge, althans aanmerkelijke, snelheid op die [benadeelde] in te rijden;
subsidiairhij op of omstreeks 9 november 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge, althans aanmerkelijke, snelheid in de richting van die [benadeelde] is gereden en/of op die de [benadeelde] is ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 9 november 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft mishandeld door met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge, althans aanmerkelijke, snelheid op die [benadeelde] in te rijden, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer gebroken ellebogen, in elk geval een of meer botbreuken ten gevolge heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte opzettelijk, al dan niet in voorwaardelijke zin, met de door hem bestuurde auto op het slachtoffer is ingereden, zoals in alle varianten is tenlastegelegd. Tegenover de stellige ontkenning van de verdachte staan verklaringen van het slachtoffer en getuigen die naar het oordeel van het hof op essentiële punten teveel uiteenlopen om daar een bewezenverklaring op te kunnen baseren.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.657,06, bestaande uit € 1.657,06 aan materiële schade en € 6.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 7.295,98. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering, afgezien van een bedrag van € 6,08 aan materiële schade (reiskosten verhoor rechter-commissaris).
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij – gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering – niet in de vordering worden ontvangen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. S. Jongeling en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 november 2023.
mr. S. Jongeling en mr. D. Greven zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.