Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-11-14
ECLI:NL:GHAMS:2023:2868
Strafrecht
Hoger beroep
2,372 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 96-251642-22 (zaak A), 96-206110-21 (zaak B) en 96-223117-20 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000529-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 14 november 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het in de zaak A met parketnummer 96-251642-22 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
en
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd
op 21 mei 2021 te Amsterdam;
Het in de zaak B met parketnummer 96-206110-21 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegdop 5 maart 2021 te Amsterdam;
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
- zich laat behandelen door FACT Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Personenauto (omschrijving: PL1300-2021047141-G2883974, Grijs, merk: Daewoo, chassisnr: [nummer], bouwjaar 2000).
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2021 parketnummer 96-223117-20, met een termijn van 1 (één) jaar.
Gewezen door mr. A.M. Kengen, in bijzijn van D.M.M. Linskens, griffier.
mr. A.M. Kengen
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 96-251642-22 (zaak A), 96-206110-21 (zaak B) en 96-223117-20 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000529-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 14 november 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het in de zaak A met parketnummer 96-251642-22 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
en
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd
op 21 mei 2021 te Amsterdam;
Het in de zaak B met parketnummer 96-206110-21 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegdop 5 maart 2021 te Amsterdam;
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
- zich laat behandelen door FACT Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Personenauto (omschrijving: PL1300-2021047141-G2883974, Grijs, merk: Daewoo, chassisnr: [nummer], bouwjaar 2000).
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2021 parketnummer 96-223117-20, met een termijn van 1 (één) jaar.
Gewezen door mr. A.M. Kengen, in bijzijn van D.M.M. Linskens, griffier.
mr. A.M. Kengen
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.