Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-09-27
ECLI:NL:GHAMS:2023:2773
Strafrecht
Hoger beroep
2,042 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002177-21
datum uitspraak: 27 september 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 81-315353-20 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 26 juli 2019 tot en met 23 september 2019 te Landsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, bij saneringshandelingen op het perceel [adres 2] heeft gehandeld in strijd met de Regeling uniforme saneringen, immers heeft hij en/of zijn mededader(s) in strijd met:
a. artikel 2.1 Regeling uniforme saneringen, als degene die saneert niet aan het bevoegd gezag schriftelijk, uiterlijk vijf werkdagen voorafgaan aan de aanvang, de datum en het tijdstip van de feitelijke aanvang van de saneringswerkzaamheden gemeld, en/of
b. artikel 2.2 lid 1 Regeling uniforme saneringen, de sanering uitgevoerd zonder een persoon die op grond van het Besluit bodemkwaliteit beschikte over een erkenning voor het uitvoeren van de betrokken werkzaamheden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de economische politierechter.
Vrijspraak
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt het hof als volgt.
De verplichtingen genoemd in artikel 2.1 en 2.2, lid 1, van de Regeling uniforme saneringen richten zich tot degene die saneert en degene die de sanering feitelijk uitvoert. Uit hetgeen de verdachte ter terechtzitting heeft verklaart blijkt dat hij niet de eigenaar van het perceel is noch de opdrachtgever tot het afgraven van een stuk grond op het perceel. Het afgraven heeft ook niet ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van de verdachte plaatsgevonden en hij heeft zelf geen afgraafwerkzaamheden verricht. De verdachte heeft slechts als vertaler opgetreden tussen degene die de werkzaamheden zou verrichten en de opdrachtgever die geen Nederlands spreekt. De verdachte kan onder deze omstandigheden niet worden aangemerkt als normadressaat.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking met dagtekening 19 januari 2021 onder CJIB nummer [nummer].
Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. A.R.O. Mooy en mr. B.E. Dijkers en, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 september 2023.
mr. B.E. Dijkers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002177-21
datum uitspraak: 27 september 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 81-315353-20 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 26 juli 2019 tot en met 23 september 2019 te Landsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, bij saneringshandelingen op het perceel [adres 2] heeft gehandeld in strijd met de Regeling uniforme saneringen, immers heeft hij en/of zijn mededader(s) in strijd met:
a. artikel 2.1 Regeling uniforme saneringen, als degene die saneert niet aan het bevoegd gezag schriftelijk, uiterlijk vijf werkdagen voorafgaan aan de aanvang, de datum en het tijdstip van de feitelijke aanvang van de saneringswerkzaamheden gemeld, en/of
b. artikel 2.2 lid 1 Regeling uniforme saneringen, de sanering uitgevoerd zonder een persoon die op grond van het Besluit bodemkwaliteit beschikte over een erkenning voor het uitvoeren van de betrokken werkzaamheden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de economische politierechter.
Vrijspraak
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt het hof als volgt.
De verplichtingen genoemd in artikel 2.1 en 2.2, lid 1, van de Regeling uniforme saneringen richten zich tot degene die saneert en degene die de sanering feitelijk uitvoert. Uit hetgeen de verdachte ter terechtzitting heeft verklaart blijkt dat hij niet de eigenaar van het perceel is noch de opdrachtgever tot het afgraven van een stuk grond op het perceel. Het afgraven heeft ook niet ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van de verdachte plaatsgevonden en hij heeft zelf geen afgraafwerkzaamheden verricht. De verdachte heeft slechts als vertaler opgetreden tussen degene die de werkzaamheden zou verrichten en de opdrachtgever die geen Nederlands spreekt. De verdachte kan onder deze omstandigheden niet worden aangemerkt als normadressaat.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking met dagtekening 19 januari 2021 onder CJIB nummer [nummer].
Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. A.R.O. Mooy en mr. B.E. Dijkers en, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 september 2023.
mr. B.E. Dijkers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.