Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-24
ECLI:NL:GHAMS:2023:2675
Strafrecht
Hoger beroep
688 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-291343-22
parketnummer hoger beroep : 23-003036-22
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 24 oktober 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 november 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte01]
voornamen:
geboren: op [geboortedatum01] 1994 te [woonplaats01] ( [geboorteland01] )
adres: [adres01] .
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
In het aantekening mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 november 2022 is vermeld dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht tegen het onderhavige vonnis hoger beroep in te stellen. Van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot het oordeel dat de gedane afstand niet kan gelden als afstand op grond van artikel 381, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is niet gebleken.
Op grond van het vorenstaande zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het tegen het onderhavige vonnis ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. A.C. Vermeijden, griffier.
mr. R.A.E. van Noort
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-291343-22
parketnummer hoger beroep : 23-003036-22
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 24 oktober 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 november 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte01]
voornamen:
geboren: op [geboortedatum01] 1994 te [woonplaats01] ( [geboorteland01] )
adres: [adres01] .
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
In het aantekening mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 november 2022 is vermeld dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht tegen het onderhavige vonnis hoger beroep in te stellen. Van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot het oordeel dat de gedane afstand niet kan gelden als afstand op grond van artikel 381, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is niet gebleken.
Op grond van het vorenstaande zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het tegen het onderhavige vonnis ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. A.C. Vermeijden, griffier.
mr. R.A.E. van Noort