Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-10
ECLI:NL:GHAMS:2023:2635
Strafrecht
Hoger beroep
1,676 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000555-22
datum uitspraak: 10 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-042577-22 en 13-249905-21 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboortedag 1]) op [geboortedag 2] 1968,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2022 opgelegde voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft gevorderd en de raadsman heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
De verdachte heeft zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarden overtreden. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke opgelegde straf worden gelast. Het hof acht echter termen, gelegen in de gewijzigde persoonlijke omstandigheden, aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 20 februari 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2022, parketnummer 13-249905-21, voorwaardelijk opgelegde geldboete ter hoogte van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. M.J.A. Plaisier en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober 2023.
mrs. N.E. Kwak, A.R.O. Mooy en I. Peetoom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000555-22
datum uitspraak: 10 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-042577-22 en 13-249905-21 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboortedag 1]) op [geboortedag 2] 1968,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2022 opgelegde voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft gevorderd en de raadsman heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
De verdachte heeft zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarden overtreden. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke opgelegde straf worden gelast. Het hof acht echter termen, gelegen in de gewijzigde persoonlijke omstandigheden, aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 20 februari 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2022, parketnummer 13-249905-21, voorwaardelijk opgelegde geldboete ter hoogte van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. M.J.A. Plaisier en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober 2023.
mrs. N.E. Kwak, A.R.O. Mooy en I. Peetoom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.