Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-19
ECLI:NL:GHAMS:2023:2569
Strafrecht
Raadkamer
4,230 tokens
Inleiding
GeRechtshof Amsterdam
zaaknummers 200.333.815/01 ( [verzoeker 1] B.V.), 200.333.817/01 ( [verzoeker 2] B.V.), 200.333.818/01 ( [verzoeker 3] B.V.), 200.333.819/01 ( [verzoeker 4] ), 200.333.820/01 ( [verzoeker 5] ), 200.333.821/01 ( [verzoeker 6] ), 200.333.824 ( [verzoeker 7] )
Parketnummers hoofdzaken 23-002205-21 ( [verzoeker 1] B.V.), 23-002206-21 ( [verzoeker 2]
B.V.), 23-002207-21 ( [verzoeker 3]
B.V., 23-002183-21 ( [verzoeker 4] ), 23-002184-21
( [verzoeker 5] ), 23-002185-21 ( [verzoeker 6] ) en 23-002186-21 ( [verzoeker 7]
)
Dictum
op de wrakingsverzoeken ingediend door of namens
[verzoeker 1] B.V. (23-002205-21),
[adres 1] ,
[verzoeker 2] B.V. (23-002206-21),
[adres 2] ,
[verzoeker 3] B.V. (23-002207-21),
[adres 3] ,
voornoemde vennootschapen steeds bijgestaan door mrs. M. Rosingh en A.M. Borel Rinkes, advocaten te Amsterdam.
[verzoeker 4] (23-002183-21),
wonende te [adres 4]
bijgestaan door mrs. J.W. Soeteman en J.R. Kramer, advocaten te Amsterdam.
[verzoeker 5] (23-002184-21),
wonende te [adres 5] ,
bijgestaan door mr. B.L.M. Ficq, advocaat te Amsterdam.
[verzoeker 6] (23-002185-21),
wonende te [adres 6] ,
bijgestaan door mrs. C.J.M. den Blanken en E.M. Geboers, advocaten te Amsterdam.
[verzoeker 7] (23-002186-21),
wonende te: [adres 7] ,
bijgestaan door mrs. H.W.A.A. de Jong en S.W.M. Stevens, advocaten respectievelijk te Rotterdam en Den Haag.
hierna: de verzoekers.
Procesverloop
De hoofdzaken zijn strafzaken in hoger beroep naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek genaamd 13Offside. De verzoeken tot wraking zijn gedaan op 19 oktober 2023 tijdens de gezamenlijke, maar niet gevoegde regiebehandeling ter openbare zitting van het gerechtshof Amsterdam van de zeven in de aanhef genoemde strafzaken.
De verzoeken strekken tot wraking van mrs. A.P.M van Rijn, M. Senden en H.A. Stalenhoef (voorzitter, oudste en jongste raadsheer; hierna ook: de (zittings)combinatie).
De mondelinge behandeling van de onderhavige wrakingsverzoeken heeft ook plaatsgevonden op 19 oktober 2023. Verzoekers [verzoeker 4] en [verzoeker 7] zijn verschenen met hun raadslieden en namens [verzoeker 1] B.V., [verzoeker 2] B.V., [verzoeker 3] B.V., [verzoeker 5] en [verzoeker 6] zijn verschenen hun raadslieden. De raadsheren zijn eveneens verschenen. Namens het openbaar is verschenen mr. J.B. Develing, advocaat-generaal.
Namens de verzoekers hebben hun respectieve raadslieden de wrakingsverzoeken toegelicht. Namens de gewraakte raadsheren heeft mr. Van Rijn het woord gevoerd. De raadsheren hebben niet berust in de wrakingsverzoeken.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van de wrakingsverzoeken
2De gronden van de wrakingsverzoeken
Uit het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting van 19 oktober 2023 in de hoofdzaak betreffende de verdachte [verzoeker 7] en uit toelichtingen namens de verzoekers en van de gewraakte zittingscombinatie tijdens de wrakingszitting, leidt de wrakingskamer de navolgende gang van zaken af.
Nadat op 19 oktober 2023 met de gezamenlijke, maar niet gevoegde regiebehandeling van de strafzaken tegen voornoemde verzoekers was begonnen, is namens hen allen een preliminair verweer als bedoeld in artikel 283 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gevoerd, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De advocaat-generaal heeft in alle zaken op dit verweer geantwoord en afwijzing van het verweer gevorderd, waarna eerst mr. De Jong en diens cliënt, verzoeker [verzoeker 7] het woord hebben gevoerd. Daarop heeft de voorzitter tegen [verzoeker 7] gezegd:
“Er komt vast nog gelegenheid voor u om in deze combinatie of in een andere combinatie uit te leggen dat u onschuldig bent, maar niet vandaag.”
Na een onderbreking op verzoek voor overleg met zijn cliënt, wraakte mr. De Jong de zittingscombinatie met als grond dat de door de voorzitter uitgesproken woorden bij zijn cliënt de indruk hebben gewekt dat de voorzitter haar oordeel over het preliminaire verweer reeds gevormd had. Omdat verondersteld wordt dat de voorzitter namens de combinatie sprak, betreft het wrakingsverzoek ook de andere twee raadsheren.
Namens alle andere verzoekers hebben hun respectieve raadslieden de zittingscombinatie eveneens gewraakt en zich voor de gronden daartoe aangesloten bij hetgeen mr. De Jong daarover heeft aangevoerd.
Mr. Van Rijn heeft namens de combinatie verklaard dat de raadsheren niet berusten in de wrakingsverzoeken. Zij heeft toegelicht dat zij met de door haar gebezigde woorden niet heeft bedoeld te zeggen dat het preliminaire verweer ongegrond zou worden verklaard of op de beslissing daarover vooruit te lopen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van de wrakingsverzoeken.
Beoordeling
Juridisch kader
Artikel 512 Sv houdt in dat op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Deze bepaling is ook van toepassing op de raadsheren die het hoger beroep behandelen.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als hij tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Uitgangspunt is dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van uitzonderlijke omstandigheden. Het moet dan gaan om omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van partijdigheid of van de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.
Beoordeling
Namens alle verzoekers is in de hoofdzaken een preliminair verweer gevoerd waarop, door de raadslieden vóór de eventuele verdere behandeling, een beslissing werd verlangd. Ingevolge artikel 283, vijfde lid Sv wordt de behandeling van de zaak in een dergelijke situatie pas voortgezet als de rechter het preliminaire verweer ontijdig of ongegrond bevindt. In dat licht bezien hebben de door de voorzitter gebezigde woorden tegen verzoeker [verzoeker 7] , bij hem en bij de andere daarbij (al dan niet door gemachtigde raadslieden) tegenwoordige verzoekers de indruk gewekt en kunnen wekken dát het onderzoek in de hoofdzaken, door deze of een andere combinatie, later zal worden voorgezet, hetgeen alleen mogelijk is als het preliminair gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer ontijdig of ongegrond is of zal worden bevonden. In die situatie en gezien het moment waarop ze werden geuit, hebben de gewraakte woorden van de voorzitter bij de verzoekers de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de voorzitter gewekt aangaande de beslissing over het lot van het niet-ontvankelijkheidsverweer. De verzoeken zullen ten aanzien van de voorzitter, mr Van Rijn, worden toegewezen.
Gesteld noch anderszins is gebleken dat de andere leden van de combinatie zich in vergelijkbare bewoordingen hebben uitgelaten. Daarom zullen de verzoeken ten aanzien van mrs. Senden en Stalenhoef ongegrond worden verklaard .
Dictum
De wrakingskamer:
wijst toe het verzoek tot wraking van de voorzitter mr. A.P.M van Rijn;
verklaart het verzoek tot wraking van de raadsheren mrs. M. Senden en
H.A. Stalenhoef ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 19 oktober 2023 en toen in het openbaar uitgesproken door
mrs. R.D. van Heffen, A.V.T. de Bie en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch als griffier.
mr. Kwak en mr. Pesch zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen
Inleiding
GeRechtshof Amsterdam
zaaknummers 200.333.815/01 ( [verzoeker 1] B.V.), 200.333.817/01 ( [verzoeker 2] B.V.), 200.333.818/01 ( [verzoeker 3] B.V.), 200.333.819/01 ( [verzoeker 4] ), 200.333.820/01 ( [verzoeker 5] ), 200.333.821/01 ( [verzoeker 6] ), 200.333.824 ( [verzoeker 7] )
Parketnummers hoofdzaken 23-002205-21 ( [verzoeker 1] B.V.), 23-002206-21 ( [verzoeker 2]
B.V.), 23-002207-21 ( [verzoeker 3]
B.V., 23-002183-21 ( [verzoeker 4] ), 23-002184-21
( [verzoeker 5] ), 23-002185-21 ( [verzoeker 6] ) en 23-002186-21 ( [verzoeker 7]
)
Dictum
op de wrakingsverzoeken ingediend door of namens
[verzoeker 1] B.V. (23-002205-21),
[adres 1] ,
[verzoeker 2] B.V. (23-002206-21),
[adres 2] ,
[verzoeker 3] B.V. (23-002207-21),
[adres 3] ,
voornoemde vennootschapen steeds bijgestaan door mrs. M. Rosingh en A.M. Borel Rinkes, advocaten te Amsterdam.
[verzoeker 4] (23-002183-21),
wonende te [adres 4]
bijgestaan door mrs. J.W. Soeteman en J.R. Kramer, advocaten te Amsterdam.
[verzoeker 5] (23-002184-21),
wonende te [adres 5] ,
bijgestaan door mr. B.L.M. Ficq, advocaat te Amsterdam.
[verzoeker 6] (23-002185-21),
wonende te [adres 6] ,
bijgestaan door mrs. C.J.M. den Blanken en E.M. Geboers, advocaten te Amsterdam.
[verzoeker 7] (23-002186-21),
wonende te: [adres 7] ,
bijgestaan door mrs. H.W.A.A. de Jong en S.W.M. Stevens, advocaten respectievelijk te Rotterdam en Den Haag.
hierna: de verzoekers.
Procesverloop
De hoofdzaken zijn strafzaken in hoger beroep naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek genaamd 13Offside. De verzoeken tot wraking zijn gedaan op 19 oktober 2023 tijdens de gezamenlijke, maar niet gevoegde regiebehandeling ter openbare zitting van het gerechtshof Amsterdam van de zeven in de aanhef genoemde strafzaken.
De verzoeken strekken tot wraking van mrs. A.P.M van Rijn, M. Senden en H.A. Stalenhoef (voorzitter, oudste en jongste raadsheer; hierna ook: de (zittings)combinatie).
De mondelinge behandeling van de onderhavige wrakingsverzoeken heeft ook plaatsgevonden op 19 oktober 2023. Verzoekers [verzoeker 4] en [verzoeker 7] zijn verschenen met hun raadslieden en namens [verzoeker 1] B.V., [verzoeker 2] B.V., [verzoeker 3] B.V., [verzoeker 5] en [verzoeker 6] zijn verschenen hun raadslieden. De raadsheren zijn eveneens verschenen. Namens het openbaar is verschenen mr. J.B. Develing, advocaat-generaal.
Namens de verzoekers hebben hun respectieve raadslieden de wrakingsverzoeken toegelicht. Namens de gewraakte raadsheren heeft mr. Van Rijn het woord gevoerd. De raadsheren hebben niet berust in de wrakingsverzoeken.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van de wrakingsverzoeken
2De gronden van de wrakingsverzoeken
Uit het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting van 19 oktober 2023 in de hoofdzaak betreffende de verdachte [verzoeker 7] en uit toelichtingen namens de verzoekers en van de gewraakte zittingscombinatie tijdens de wrakingszitting, leidt de wrakingskamer de navolgende gang van zaken af.
Nadat op 19 oktober 2023 met de gezamenlijke, maar niet gevoegde regiebehandeling van de strafzaken tegen voornoemde verzoekers was begonnen, is namens hen allen een preliminair verweer als bedoeld in artikel 283 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gevoerd, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De advocaat-generaal heeft in alle zaken op dit verweer geantwoord en afwijzing van het verweer gevorderd, waarna eerst mr. De Jong en diens cliënt, verzoeker [verzoeker 7] het woord hebben gevoerd. Daarop heeft de voorzitter tegen [verzoeker 7] gezegd:
“Er komt vast nog gelegenheid voor u om in deze combinatie of in een andere combinatie uit te leggen dat u onschuldig bent, maar niet vandaag.”
Na een onderbreking op verzoek voor overleg met zijn cliënt, wraakte mr. De Jong de zittingscombinatie met als grond dat de door de voorzitter uitgesproken woorden bij zijn cliënt de indruk hebben gewekt dat de voorzitter haar oordeel over het preliminaire verweer reeds gevormd had. Omdat verondersteld wordt dat de voorzitter namens de combinatie sprak, betreft het wrakingsverzoek ook de andere twee raadsheren.
Namens alle andere verzoekers hebben hun respectieve raadslieden de zittingscombinatie eveneens gewraakt en zich voor de gronden daartoe aangesloten bij hetgeen mr. De Jong daarover heeft aangevoerd.
Mr. Van Rijn heeft namens de combinatie verklaard dat de raadsheren niet berusten in de wrakingsverzoeken. Zij heeft toegelicht dat zij met de door haar gebezigde woorden niet heeft bedoeld te zeggen dat het preliminaire verweer ongegrond zou worden verklaard of op de beslissing daarover vooruit te lopen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van de wrakingsverzoeken.
Beoordeling
Juridisch kader
Artikel 512 Sv houdt in dat op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Deze bepaling is ook van toepassing op de raadsheren die het hoger beroep behandelen.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als hij tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Uitgangspunt is dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van uitzonderlijke omstandigheden. Het moet dan gaan om omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van partijdigheid of van de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.
Beoordeling
Namens alle verzoekers is in de hoofdzaken een preliminair verweer gevoerd waarop, door de raadslieden vóór de eventuele verdere behandeling, een beslissing werd verlangd. Ingevolge artikel 283, vijfde lid Sv wordt de behandeling van de zaak in een dergelijke situatie pas voortgezet als de rechter het preliminaire verweer ontijdig of ongegrond bevindt. In dat licht bezien hebben de door de voorzitter gebezigde woorden tegen verzoeker [verzoeker 7] , bij hem en bij de andere daarbij (al dan niet door gemachtigde raadslieden) tegenwoordige verzoekers de indruk gewekt en kunnen wekken dát het onderzoek in de hoofdzaken, door deze of een andere combinatie, later zal worden voorgezet, hetgeen alleen mogelijk is als het preliminair gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer ontijdig of ongegrond is of zal worden bevonden. In die situatie en gezien het moment waarop ze werden geuit, hebben de gewraakte woorden van de voorzitter bij de verzoekers de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de voorzitter gewekt aangaande de beslissing over het lot van het niet-ontvankelijkheidsverweer. De verzoeken zullen ten aanzien van de voorzitter, mr Van Rijn, worden toegewezen.
Gesteld noch anderszins is gebleken dat de andere leden van de combinatie zich in vergelijkbare bewoordingen hebben uitgelaten. Daarom zullen de verzoeken ten aanzien van mrs. Senden en Stalenhoef ongegrond worden verklaard .
Dictum
De wrakingskamer:
wijst toe het verzoek tot wraking van de voorzitter mr. A.P.M van Rijn;
verklaart het verzoek tot wraking van de raadsheren mrs. M. Senden en
H.A. Stalenhoef ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 19 oktober 2023 en toen in het openbaar uitgesproken door
mrs. R.D. van Heffen, A.V.T. de Bie en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch als griffier.
mr. Kwak en mr. Pesch zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen