Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-03
ECLI:NL:GHAMS:2023:2418
Civiel recht
Wraking
1,396 tokens
Dictum
betreffende het verzoek van 22 november 2022 tot herziening van de beslissing van de wrakingskamer van 25 juli 2022, gedaan namens
[verzoeker]
,
wonende te [plaats A] ,
gemachtigde mr. J.H. Weermeijer,
hierna: verzoeker.
Procesverloop
1.1
Bij beslissing van 25 juli 2022 heeft de wrakingskamer het op 8 juni 2022 namens verzoeker in de procedure met zaaknummer 21/01711 ingediende verzoek tot wraking van mrs. [X] , [Y] en [Z] , leden van de belastingkamer van dit hof, afgewezen.
1.2
Op 4 oktober 2022 heeft verzoeker de wrakingskamer verzocht de beslissing van 25 juli 2022 te herzien. Bij beslissing van 12 oktober 2022 heeft de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
1.3
Bij brief van 22 november 2022, ingekomen bij het hof op dezelfde datum, heeft verzoeker opnieuw een verzoek gedaan tot herziening van de beslissing van 25 juli 2022.
1.4
Bij e-mailbericht van 24 november 2022 heeft de wrakingskamer de gemachtigde bericht dat op het verzoek zonder zitting zal worden beslist.
1.5
Op 28 november 2022 heeft de gemachtigde namens verzoeker een verzoek tot wraking ingediend van mrs. A.N. van de Beek, J.F. Aalders en R. Kuiper. Bij beslissing van 18 september 2023 heeft de wrakingskamer het verzoek afgewezen.
2Het verzoek tot herziening
Verzoeker legt aan zijn verzoek tot herziening ten grondslag - zo begrijpt de wrakingskamer – dat de wrakingskamer in zijn beslissing van 12 oktober 2022 niet heeft beslist, althans niet is ingegaan op de in het verzoek tot herziening van 4 oktober 2022 aangevoerde gronden. Hij verzoekt dat, onder verwijzing naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:11104) alsnog te doen en het (oorspronkelijke) wrakingsverzoek gegrond te verklaren.
Beoordeling
Zoals reeds overwogen in de beslissing van 12 oktober 2022 kan de beslissing van de wrakingskamer van 25 juli 2022 niet worden aangemerkt als een uitspraak als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid Awb. Die beslissing is dan ook niet vatbaar voor herziening. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd in zijn nieuwe herzieningsverzoek leidt niet tot een ander oordeel.Aangezien het hier om een evidente niet-ontvankelijkheid gaat wordt de zaak buiten zitting afgedaan. Het verzoek tot herziening is kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot herziening kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. J.F. Aalders en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.N. Biersteker, en is op 3 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.
Dictum
betreffende het verzoek van 22 november 2022 tot herziening van de beslissing van de wrakingskamer van 25 juli 2022, gedaan namens
[verzoeker]
,
wonende te [plaats A] ,
gemachtigde mr. J.H. Weermeijer,
hierna: verzoeker.
Procesverloop
1.1
Bij beslissing van 25 juli 2022 heeft de wrakingskamer het op 8 juni 2022 namens verzoeker in de procedure met zaaknummer 21/01711 ingediende verzoek tot wraking van mrs. [X] , [Y] en [Z] , leden van de belastingkamer van dit hof, afgewezen.
1.2
Op 4 oktober 2022 heeft verzoeker de wrakingskamer verzocht de beslissing van 25 juli 2022 te herzien. Bij beslissing van 12 oktober 2022 heeft de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
1.3
Bij brief van 22 november 2022, ingekomen bij het hof op dezelfde datum, heeft verzoeker opnieuw een verzoek gedaan tot herziening van de beslissing van 25 juli 2022.
1.4
Bij e-mailbericht van 24 november 2022 heeft de wrakingskamer de gemachtigde bericht dat op het verzoek zonder zitting zal worden beslist.
1.5
Op 28 november 2022 heeft de gemachtigde namens verzoeker een verzoek tot wraking ingediend van mrs. A.N. van de Beek, J.F. Aalders en R. Kuiper. Bij beslissing van 18 september 2023 heeft de wrakingskamer het verzoek afgewezen.
2Het verzoek tot herziening
Verzoeker legt aan zijn verzoek tot herziening ten grondslag - zo begrijpt de wrakingskamer – dat de wrakingskamer in zijn beslissing van 12 oktober 2022 niet heeft beslist, althans niet is ingegaan op de in het verzoek tot herziening van 4 oktober 2022 aangevoerde gronden. Hij verzoekt dat, onder verwijzing naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:11104) alsnog te doen en het (oorspronkelijke) wrakingsverzoek gegrond te verklaren.
Beoordeling
Zoals reeds overwogen in de beslissing van 12 oktober 2022 kan de beslissing van de wrakingskamer van 25 juli 2022 niet worden aangemerkt als een uitspraak als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid Awb. Die beslissing is dan ook niet vatbaar voor herziening. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd in zijn nieuwe herzieningsverzoek leidt niet tot een ander oordeel.Aangezien het hier om een evidente niet-ontvankelijkheid gaat wordt de zaak buiten zitting afgedaan. Het verzoek tot herziening is kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot herziening kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. J.F. Aalders en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.N. Biersteker, en is op 3 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.