Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-17
ECLI:NL:GHAMS:2023:2325
Civiel recht
Hoger beroep
2,014 tokens
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.321.321/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2022/2
Dictum
inzake
mr. [notaris],
notaris te [plaats A] ,
appellant,
tegen
[klager]
,
wonend te [plaats B] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de notaris en klager genoemd.
1De zaak in het kort
De notaris heeft zijn beroepschrift niet binnen de beroepstermijn van dertig dagen (artikel 107 lid 1 Wet op het notarisambt) ingediend. De vraag die het hof als eerste moet beantwoorden is of de notaris toch ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
Procesverloop
2.1.
De notaris heeft een beroepschrift – met dagtekening 11 januari 2023 – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’sHertogenbosch (hierna: de kamer) van 12 december 2022 (ECLI:NL:TNORSHE:2022:37), welk beroepschrift op 13 januari 2023 door het hof is ontvangen. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel, en de notaris veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan klager in verband met het door klager betaalde griffierecht.
2.2.
De notaris heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen aanvullende gronden, die uitsluitend betrekking hebben op zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep, ingediend.
2.3.
Klager heeft op 12 april 2023 een inhoudelijk verweerschrift, dat niet ziet op de ontvankelijkheid van de notaris in het hoger beroep, ingediend.
2.4.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.5.
De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van het hof van 7 september 2023. Het hof heeft partijen vooraf laten weten eerst alleen de ontvankelijkheid van de notaris in zijn hoger beroep te zullen behandelen. Beide partijen hebben het hof vooraf laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.
3De ontvankelijkheid van de notaris in het hoger beroep
3.1.
Dictum
3.2.
De rechtszekerheid vergt dat strikt de hand wordt gehouden aan wettelijke beroepstermijnen. Het risico dat een beroepschrift na het verstrijken van de beroepstermijn ter griffie van het hof inkomt ligt bij de appellant, in dit geval de notaris. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan op dit uitgangspunt een uitzondering worden gemaakt. Het is aan de notaris om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
3.3.
In de e-mail van 6 september 2023 schreef de notaris dat de beroepstermijn van één maand bizar kort is, temeer nu deze periode viel in de laatste weken van december en de eerste weken van januari, een periode waarin notarissen dag en nacht werken. Dat bij de verzending van het beroepschrift de receptie van de notaris en/of de koerier vervolgens een steek heeft laten vallen, is uiteraard aan hemzelf te wijten, aldus de notaris.
3.4.
Het hof is van oordeel dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat van feiten of omstandigheden die de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar doen zijn, niet is gebleken. De notaris zal daarom nietontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.
Dictum
Het hof verklaart de notaris niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 12 december 2022.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, A.D.R.M. Boumans en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023 door de rolraadsheer.
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.321.321/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2022/2
Dictum
inzake
mr. [notaris],
notaris te [plaats A] ,
appellant,
tegen
[klager]
,
wonend te [plaats B] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de notaris en klager genoemd.
1De zaak in het kort
De notaris heeft zijn beroepschrift niet binnen de beroepstermijn van dertig dagen (artikel 107 lid 1 Wet op het notarisambt) ingediend. De vraag die het hof als eerste moet beantwoorden is of de notaris toch ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
Procesverloop
2.1.
De notaris heeft een beroepschrift – met dagtekening 11 januari 2023 – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’sHertogenbosch (hierna: de kamer) van 12 december 2022 (ECLI:NL:TNORSHE:2022:37), welk beroepschrift op 13 januari 2023 door het hof is ontvangen. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel, en de notaris veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan klager in verband met het door klager betaalde griffierecht.
2.2.
De notaris heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen aanvullende gronden, die uitsluitend betrekking hebben op zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep, ingediend.
2.3.
Klager heeft op 12 april 2023 een inhoudelijk verweerschrift, dat niet ziet op de ontvankelijkheid van de notaris in het hoger beroep, ingediend.
2.4.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.5.
De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van het hof van 7 september 2023. Het hof heeft partijen vooraf laten weten eerst alleen de ontvankelijkheid van de notaris in zijn hoger beroep te zullen behandelen. Beide partijen hebben het hof vooraf laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.
3De ontvankelijkheid van de notaris in het hoger beroep
3.1.
Dictum
3.2.
De rechtszekerheid vergt dat strikt de hand wordt gehouden aan wettelijke beroepstermijnen. Het risico dat een beroepschrift na het verstrijken van de beroepstermijn ter griffie van het hof inkomt ligt bij de appellant, in dit geval de notaris. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan op dit uitgangspunt een uitzondering worden gemaakt. Het is aan de notaris om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
3.3.
In de e-mail van 6 september 2023 schreef de notaris dat de beroepstermijn van één maand bizar kort is, temeer nu deze periode viel in de laatste weken van december en de eerste weken van januari, een periode waarin notarissen dag en nacht werken. Dat bij de verzending van het beroepschrift de receptie van de notaris en/of de koerier vervolgens een steek heeft laten vallen, is uiteraard aan hemzelf te wijten, aldus de notaris.
3.4.
Het hof is van oordeel dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat van feiten of omstandigheden die de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar doen zijn, niet is gebleken. De notaris zal daarom nietontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.
Dictum
Het hof verklaart de notaris niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 12 december 2022.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, A.D.R.M. Boumans en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023 door de rolraadsheer.