Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-07-04
ECLI:NL:GHAMS:2023:1697
Strafrecht
Hoger beroep
1,168 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001777-22
datum uitspraak: 4 juli 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-066868-22 (zaak A), 13-050331-21 (zaak B), 13-072557-21 (zaak C), 13-182215-21 (zaak D), 13-284644-21 (zaak E), 13-312606-21 (zaak F), 13-068679-22 (zaak G) en
13-100154-22 (zaak H) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
postadres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 juli 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), en van het standpunt van de verdediging.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman heeft ter terechtzitting van 4 juli 2023, in vervolg op zijn e-mailbericht van 3 juli 2023, namens de verdachte te kennen gegeven dat zij haar oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat zij het hof verzoekt haar in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. S. Jongeling en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juli 2023.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001777-22
datum uitspraak: 4 juli 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-066868-22 (zaak A), 13-050331-21 (zaak B), 13-072557-21 (zaak C), 13-182215-21 (zaak D), 13-284644-21 (zaak E), 13-312606-21 (zaak F), 13-068679-22 (zaak G) en
13-100154-22 (zaak H) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
postadres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
4 juli 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), en van het standpunt van de verdediging.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman heeft ter terechtzitting van 4 juli 2023, in vervolg op zijn e-mailbericht van 3 juli 2023, namens de verdachte te kennen gegeven dat zij haar oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat zij het hof verzoekt haar in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. S. Jongeling en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juli 2023.