Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-07-04
ECLI:NL:GHAMS:2023:1595
Strafrecht
Hoger beroep
4,884 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003223-21
datum uitspraak: 4 juli 2023
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 november 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-106399-21 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) in het jaar 1975,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 juni 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 3 maart 2021 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een emballage trolley met kratjes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
hij op of omstreeks 3 maart 2021 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een emballage trolley met kratjes en/of meer goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel01] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen het middels een slagboom afgesloten terrein van [winkel01] is/zijn opgelopen en de aldaar aanwezige trolley heeft/hebben beetgepakt en/of verplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 3 maart 2021 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om een emballage trolley met kratjes die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan [winkel01] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen het, middels een slagboom afgesloten, terrein van [winkel01] is opgelopen en de aldaar aanwezige trolley heeft beetgepakt en verplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het hof acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat:
Een proces-verbaal van aangifte van 3 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant01] , doorgenummerde pagina's 03 en 06 tot en met 07.
Ik doe aangifte van diefstal namens [winkel01] . Ik ben werkzaam bij [winkel01] , het [adres02] te Amsterdam, alwaar de diefstal plaatsvond op 3 maart 2021.
Net buiten het magazijn bewaren wij de emballage. Er hangt buiten het magazijn een camera, waarvan de beelden binnenkomen in het magazijn. Om 19:00 uur kreeg ik via mijn “oortje” te horen dat er iets gaande was bij de magazijndeur.
Ik stuurde een collega direct naar het magazijn terwijl ik zelf de camerabeelden ging bekijken. Ik zag twee mannen die probeerden een kar met klapkratjes te verplaatsen.
Ik hoorde in mijn oortje dat een collega versterking had opgeroepen en de deur van het magazijn had opengedaan waarna de mannen het op een lopen zetten. Ik hoorde dat mijn collega met twee andere collega’s één van de mannen had kunnen tegenhouden. Ze hebben hem in bedwang gehouden tot de politie kwam. Helaas is de tweede betrokkene ontkomen.
Een proces-verbaal van getuige [getuige01] van 4 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, [verbalisant02] , doorgenummerde pagina’s 11 tot en met 12.
Het was 3 maart 2021 omstreeks 19.00 uur. Ik bevond mij in het magazijn van de [winkel01] . Ik had goed zich op de plek waar een aantal karren met daarin emballagekratjes stonden. Ik zag twee mannen regelrecht op de plek aflopen waar de karren stonden.
Eén van de mannen is later door ons aangehouden en aan de politie overgedragen. Ik zag dat deze mannen één van de karren, waarin emballagekratjes lagen, vastpakten en die in de richting van de uitgang reden. Ze waren ongeveer een zestal meters verwijderd vanaf de plek waar de karren stond.
Proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant03] en [verbalisant04] , doorgenummerde pagina’s 04 tot en met 05.
Wij, verbalisanten, waren op 3 maart 2021 in uniform gekleed en met noodhulpsurveillance
belast, toen wij de opdracht kregen van het Operationeel Centrum te Amsterdam om te gaan naar
het [adres02] te Amsterdam.
Aldaar werden wij aangesproken door een medewerker die wij, verbalisanten, herkenden aan de
werkkleding van [winkel01] . Ik hoorde de medewerker zeggen: “Daar staan mijn collega’s met
de aangehouden meneer.”
De verdachte bleek volgens zijn rijbewijs te zijn:
[verdachte01] geboren op [geboortedatum01] -1975.
Ik, verbalisant [verbalisant04] , was ondertussen met de medewerkers van [winkel01] in gesprek. Ik hoorde de dame zeggen: “Er zijn camerabeelden van het geheel. Hierop is te zien dat de man kratten wegneemt.” Ik, verbalisant [verbalisant04] , ben vervolgens ook gaan kijken naar de camerabeelden die de vrouw van [winkel01] liet zien. Hierop zag ik dat er twee mannen tussen de emballagekratten rommelden en vervolgens een kar mee wilde nemen. De kar was voor mij al helemaal uit beeld. Daarna zag ik de deur open gaan en zag ik een medewerker. Daarna zag ik de verdachten wegrennen. Ik herken een van deze mannen als verdachte [verdachte01] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, [verbalisant05] , doorgenummerde pagina 10
.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar:
Ik heb telefonisch contact gelegd met de bedrijfsleider om te vragen hoe je toegang kan krijgen tot de stalling van de emballage. De manager verklaarde mij het volgende: “er zit geen hek om het terrein heen, maar er is wel een slagboom. Te voet kan je er gewoon langs lopen, maar in principe heeft iemand die daar niets te zoeken heeft geen reden om daar te zijn. Het is geen doorgaande weg.”
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
Medeplegen van poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
3 (drie) maanden
.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
1 (één) maand
, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. T. de Bont en mr. P.C. Kortenhorst, in tegenwoordigheid van
mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juli 2023.
Mr. Kortenhorst is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003223-21
datum uitspraak: 4 juli 2023
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 november 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-106399-21 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) in het jaar 1975,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 juni 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 3 maart 2021 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een emballage trolley met kratjes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
hij op of omstreeks 3 maart 2021 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een emballage trolley met kratjes en/of meer goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel01] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen het middels een slagboom afgesloten terrein van [winkel01] is/zijn opgelopen en de aldaar aanwezige trolley heeft/hebben beetgepakt en/of verplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 3 maart 2021 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om een emballage trolley met kratjes die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan [winkel01] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen het, middels een slagboom afgesloten, terrein van [winkel01] is opgelopen en de aldaar aanwezige trolley heeft beetgepakt en verplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het hof acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat:
Een proces-verbaal van aangifte van 3 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant01] , doorgenummerde pagina's 03 en 06 tot en met 07.
Ik doe aangifte van diefstal namens [winkel01] . Ik ben werkzaam bij [winkel01] , het [adres02] te Amsterdam, alwaar de diefstal plaatsvond op 3 maart 2021.
Net buiten het magazijn bewaren wij de emballage. Er hangt buiten het magazijn een camera, waarvan de beelden binnenkomen in het magazijn. Om 19:00 uur kreeg ik via mijn “oortje” te horen dat er iets gaande was bij de magazijndeur.
Ik stuurde een collega direct naar het magazijn terwijl ik zelf de camerabeelden ging bekijken. Ik zag twee mannen die probeerden een kar met klapkratjes te verplaatsen.
Ik hoorde in mijn oortje dat een collega versterking had opgeroepen en de deur van het magazijn had opengedaan waarna de mannen het op een lopen zetten. Ik hoorde dat mijn collega met twee andere collega’s één van de mannen had kunnen tegenhouden. Ze hebben hem in bedwang gehouden tot de politie kwam. Helaas is de tweede betrokkene ontkomen.
Een proces-verbaal van getuige [getuige01] van 4 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, [verbalisant02] , doorgenummerde pagina’s 11 tot en met 12.
Het was 3 maart 2021 omstreeks 19.00 uur. Ik bevond mij in het magazijn van de [winkel01] . Ik had goed zich op de plek waar een aantal karren met daarin emballagekratjes stonden. Ik zag twee mannen regelrecht op de plek aflopen waar de karren stonden.
Eén van de mannen is later door ons aangehouden en aan de politie overgedragen. Ik zag dat deze mannen één van de karren, waarin emballagekratjes lagen, vastpakten en die in de richting van de uitgang reden. Ze waren ongeveer een zestal meters verwijderd vanaf de plek waar de karren stond.
Proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant03] en [verbalisant04] , doorgenummerde pagina’s 04 tot en met 05.
Wij, verbalisanten, waren op 3 maart 2021 in uniform gekleed en met noodhulpsurveillance
belast, toen wij de opdracht kregen van het Operationeel Centrum te Amsterdam om te gaan naar
het [adres02] te Amsterdam.
Aldaar werden wij aangesproken door een medewerker die wij, verbalisanten, herkenden aan de
werkkleding van [winkel01] . Ik hoorde de medewerker zeggen: “Daar staan mijn collega’s met
de aangehouden meneer.”
De verdachte bleek volgens zijn rijbewijs te zijn:
[verdachte01] geboren op [geboortedatum01] -1975.
Ik, verbalisant [verbalisant04] , was ondertussen met de medewerkers van [winkel01] in gesprek. Ik hoorde de dame zeggen: “Er zijn camerabeelden van het geheel. Hierop is te zien dat de man kratten wegneemt.” Ik, verbalisant [verbalisant04] , ben vervolgens ook gaan kijken naar de camerabeelden die de vrouw van [winkel01] liet zien. Hierop zag ik dat er twee mannen tussen de emballagekratten rommelden en vervolgens een kar mee wilde nemen. De kar was voor mij al helemaal uit beeld. Daarna zag ik de deur open gaan en zag ik een medewerker. Daarna zag ik de verdachten wegrennen. Ik herken een van deze mannen als verdachte [verdachte01] .
Een proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, [verbalisant05] , doorgenummerde pagina 10
.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar:
Ik heb telefonisch contact gelegd met de bedrijfsleider om te vragen hoe je toegang kan krijgen tot de stalling van de emballage. De manager verklaarde mij het volgende: “er zit geen hek om het terrein heen, maar er is wel een slagboom. Te voet kan je er gewoon langs lopen, maar in principe heeft iemand die daar niets te zoeken heeft geen reden om daar te zijn. Het is geen doorgaande weg.”
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
Medeplegen van poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
3 (drie) maanden
.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
1 (één) maand
, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. T. de Bont en mr. P.C. Kortenhorst, in tegenwoordigheid van
mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 juli 2023.
Mr. Kortenhorst is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]