Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-06-20
ECLI:NL:GHAMS:2023:1415
Strafrecht
Hoger beroep
4,784 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001556-19
datum uitspraak: 20 juni 2023
TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-077708-19 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1994,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 april 2019 te Amsterdam (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen van hun/zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan telkens een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen:
- dicht, schouder aan schouder, achter viertal Aziatische personen zijn/is gaan lopen (op minder dan een arm lengte achter één van de Aziatische mannen) en een linkerhand naar de rugtas van deze Aziaat hebben/heeft gebracht en/of
- achter een groep (bestaande uit één vrouw en twee mannen) Aziatische personen zijn/is gaan lopen, schouder aan schouder op geringe afstand van de vrouw (die in haar linkerjaszak een wit voorwerp had) en vervolgens een hand naar de linker jaszak van de vrouw hebben/heeft gebracht en/of
- schouder aan schouder achter een Aziatische man, welke netjes gekleed was en een zwarte rugtas over zijn schouders had, zijn/is gaan lopen en vervolgens een jas hebben/heeft geopend en met twee handen die jas, breed hebben/heeft gemaakt (waardoor het zicht voor de passanten die achter hen liepen werd belemmerd en vervolgens een hand naar de rugtas heeft/hebben gebracht van de Aziaat en de rugtas open hebben/heeft geritst,
terwijl de uitvoering van die/dat voorgenomen misdrijven/misdrijf niet is voltooid.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsoverweging en strafoplegging komt dan de politierechter.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde. De verbalisant heeft de handelingen mogelijk verkeerd geïnterpreteerd. Er zijn geen andere bewijsmiddelen die de bevindingen van de verbalisant ondersteunen. Op de camerabeelden zijn geen pogingen tot diefstal te zien. Op basis van het proces-verbaal van bevindingen is er te veel ruimte om te twijfelen aan wat er is gebeurd. De verbalisant heeft gerelateerd dat hij de verdachte en de medeverdachte ambtshalve kende, maar dit is onwaarschijnlijk aangezien de verdachte pas kort in Nederland was en hij geen antecedenten had.
Het hof volgt de raadsvrouw niet in haar verweer en overweegt daarover het volgende.
Verbalisant [verbalisant01] heeft in het proces-verbaal van 2 april 2019 gerelateerd dat hij op 1 april 2019 de hem ambtshalve bekende verdachte en medeverdachte op een afstand van ongeveer 3 meter heeft zien lopen in Amsterdam. De verdachte en de medeverdachte kijken continu om zich heen. Zij lopen achter een viertal personen, gaan schouder aan schouder lopen, de medeverdachte pakt de elleboog van de verdachte vast en de verdachte brengt zijn linkerhand naar de rugtas van de man die op minder dan een armlengte afstand voor hem loopt. De verbalisant blijft achter de verdachte en de medeverdachte lopen en ziet dat zij vervolgens achter een vrouw met een voorwerp in haar linker jaszak gaan lopen. De verdachten gaan weer schouder aan schouder lopen, de medeverdachte pakt de elleboog van de verdachte vast en de verdachte brengt zijn hand naar de linker jaszak van de vrouw. De verbalisant houdt zicht op de verdachten en ziet dat zij vervolgens schouder aan schouder achter een man gaan lopen. De medeverdachte opent zijn jas, maakt deze breed en belemmert zo het zicht voor de personen die achter hem lopen. De verdachte brengt zijn hand naar de rugtas van de man die voor hem loopt en ritst de tas open.
Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant01] . Het proces-verbaal is op ambtseed en in de wettelijke vorm opgemaakt. De verbalisant heeft in het proces-verbaal drie situaties uiteengezet, waarbij hij de specifieke handelingen van de verdachten heeft beschreven. Dit betreft drie keer een poging tot zakkenrollerij. Er zijn geen aanknopingspunten op basis waarvan het hof kan of zou moeten concluderen dat de verbalisant zich heeft vergist in wat hij heeft waargenomen en heeft opgeschreven. Het feit dat de verdachte pas kort in Nederland was en destijds geen antecedenten had maakt dit niet anders. Verbalisant [verbalisant01] is ter terechtzitting in hoger beroep gehoord. Hij heeft verklaard dat hij zich het voorval op 1 april 2019 niet kan herinneren en zich ook niet kan herinneren waar hij de verdachte en de medeverdachte destijds van herkende, maar dat het feit dat ze geen antecedenten hadden en pas kort in Nederland waren niets zegt, omdat het ook mogelijk is dat hij hen bijvoorbeeld de week ervoor heeft staande gehouden of heeft gesproken. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte. Op basis van het voorgaande komt het hof tot bewezenverklaring het ten laste gelegde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 1 april 2019 te Amsterdam meermalen tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om goederen van hun gading, die telkens aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen:
- dicht, schouder aan schouder, achter een viertal Aziatische personen is gaan lopen op minder dan een armlengte achter één van de Aziatische mannen en een linkerhand naar de rugtas van deze Aziaat heeft gebracht en
- achter een groep, bestaande uit één vrouw en twee mannen, Aziatische personen is gaan lopen, schouder aan schouder op geringe afstand van de vrouw die in haar linker jaszak een wit voorwerp had en vervolgens een hand naar de linker jaszak van de vrouw heeft gebracht en
- schouder aan schouder achter een Aziatische man, welke netjes gekleed was en een zwarte rugtas over zijn schouders had, is gaan lopen en vervolgens een jas heeft geopend en met twee handen die jas, breed heeft gemaakt waardoor het zicht voor de passanten die achter hen liepen werd belemmerd en vervolgens een hand naar de rugtas heeft gebracht van de Aziaat en de rugtas open heeft geritst,
terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
80 (tachtig) dagen
.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. R.P. den Otter en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Jansen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juni 2023.
mr. R.P. den Otter en mr. N.E. Kwak zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001556-19
datum uitspraak: 20 juni 2023
TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-077708-19 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1994,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 april 2019 te Amsterdam (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen van hun/zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan telkens een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen:
- dicht, schouder aan schouder, achter viertal Aziatische personen zijn/is gaan lopen (op minder dan een arm lengte achter één van de Aziatische mannen) en een linkerhand naar de rugtas van deze Aziaat hebben/heeft gebracht en/of
- achter een groep (bestaande uit één vrouw en twee mannen) Aziatische personen zijn/is gaan lopen, schouder aan schouder op geringe afstand van de vrouw (die in haar linkerjaszak een wit voorwerp had) en vervolgens een hand naar de linker jaszak van de vrouw hebben/heeft gebracht en/of
- schouder aan schouder achter een Aziatische man, welke netjes gekleed was en een zwarte rugtas over zijn schouders had, zijn/is gaan lopen en vervolgens een jas hebben/heeft geopend en met twee handen die jas, breed hebben/heeft gemaakt (waardoor het zicht voor de passanten die achter hen liepen werd belemmerd en vervolgens een hand naar de rugtas heeft/hebben gebracht van de Aziaat en de rugtas open hebben/heeft geritst,
terwijl de uitvoering van die/dat voorgenomen misdrijven/misdrijf niet is voltooid.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsoverweging en strafoplegging komt dan de politierechter.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde. De verbalisant heeft de handelingen mogelijk verkeerd geïnterpreteerd. Er zijn geen andere bewijsmiddelen die de bevindingen van de verbalisant ondersteunen. Op de camerabeelden zijn geen pogingen tot diefstal te zien. Op basis van het proces-verbaal van bevindingen is er te veel ruimte om te twijfelen aan wat er is gebeurd. De verbalisant heeft gerelateerd dat hij de verdachte en de medeverdachte ambtshalve kende, maar dit is onwaarschijnlijk aangezien de verdachte pas kort in Nederland was en hij geen antecedenten had.
Het hof volgt de raadsvrouw niet in haar verweer en overweegt daarover het volgende.
Verbalisant [verbalisant01] heeft in het proces-verbaal van 2 april 2019 gerelateerd dat hij op 1 april 2019 de hem ambtshalve bekende verdachte en medeverdachte op een afstand van ongeveer 3 meter heeft zien lopen in Amsterdam. De verdachte en de medeverdachte kijken continu om zich heen. Zij lopen achter een viertal personen, gaan schouder aan schouder lopen, de medeverdachte pakt de elleboog van de verdachte vast en de verdachte brengt zijn linkerhand naar de rugtas van de man die op minder dan een armlengte afstand voor hem loopt. De verbalisant blijft achter de verdachte en de medeverdachte lopen en ziet dat zij vervolgens achter een vrouw met een voorwerp in haar linker jaszak gaan lopen. De verdachten gaan weer schouder aan schouder lopen, de medeverdachte pakt de elleboog van de verdachte vast en de verdachte brengt zijn hand naar de linker jaszak van de vrouw. De verbalisant houdt zicht op de verdachten en ziet dat zij vervolgens schouder aan schouder achter een man gaan lopen. De medeverdachte opent zijn jas, maakt deze breed en belemmert zo het zicht voor de personen die achter hem lopen. De verdachte brengt zijn hand naar de rugtas van de man die voor hem loopt en ritst de tas open.
Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant01] . Het proces-verbaal is op ambtseed en in de wettelijke vorm opgemaakt. De verbalisant heeft in het proces-verbaal drie situaties uiteengezet, waarbij hij de specifieke handelingen van de verdachten heeft beschreven. Dit betreft drie keer een poging tot zakkenrollerij. Er zijn geen aanknopingspunten op basis waarvan het hof kan of zou moeten concluderen dat de verbalisant zich heeft vergist in wat hij heeft waargenomen en heeft opgeschreven. Het feit dat de verdachte pas kort in Nederland was en destijds geen antecedenten had maakt dit niet anders. Verbalisant [verbalisant01] is ter terechtzitting in hoger beroep gehoord. Hij heeft verklaard dat hij zich het voorval op 1 april 2019 niet kan herinneren en zich ook niet kan herinneren waar hij de verdachte en de medeverdachte destijds van herkende, maar dat het feit dat ze geen antecedenten hadden en pas kort in Nederland waren niets zegt, omdat het ook mogelijk is dat hij hen bijvoorbeeld de week ervoor heeft staande gehouden of heeft gesproken. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte. Op basis van het voorgaande komt het hof tot bewezenverklaring het ten laste gelegde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 1 april 2019 te Amsterdam meermalen tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om goederen van hun gading, die telkens aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen:
- dicht, schouder aan schouder, achter een viertal Aziatische personen is gaan lopen op minder dan een armlengte achter één van de Aziatische mannen en een linkerhand naar de rugtas van deze Aziaat heeft gebracht en
- achter een groep, bestaande uit één vrouw en twee mannen, Aziatische personen is gaan lopen, schouder aan schouder op geringe afstand van de vrouw die in haar linker jaszak een wit voorwerp had en vervolgens een hand naar de linker jaszak van de vrouw heeft gebracht en
- schouder aan schouder achter een Aziatische man, welke netjes gekleed was en een zwarte rugtas over zijn schouders had, is gaan lopen en vervolgens een jas heeft geopend en met twee handen die jas, breed heeft gemaakt waardoor het zicht voor de passanten die achter hen liepen werd belemmerd en vervolgens een hand naar de rugtas heeft gebracht van de Aziaat en de rugtas open heeft geritst,
terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
80 (tachtig) dagen
.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. R.P. den Otter en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Jansen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juni 2023.
mr. R.P. den Otter en mr. N.E. Kwak zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]