Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2022-04-26
ECLI:NL:GHAMS:2022:1286
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,420 tokens
Inleiding
beschikking
_________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.272.984/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 april 2022
inzake
1. de vennootschap naar het recht van Estland
ATTEXO OÜ,
gevestigd te Tallinn, Estland,
2. [A],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat: mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TAF ASSET 11 B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
thans zonder advocaat, voorheen: mr. L.D. Bruining, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de vennootschap naar het recht van Cyprus
AVERLINE HOLDINGS LIMITED,
gevestigd te Larnaca, Cyprus,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. A. Schennink en S.V. Stephenson, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
2 [B] ,
wonende te [....] ,
3. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. S.C.M. van Thiel en C.L. Kruse, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
4 [D] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
5 [E] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. R de Bree, kantoorhoudende te Den Haag.
Partijen worden in deze beschikking ook als volgt aangeduid:
Attexo OÜ als Attexo;
[A] als [A] ;
[A] en
Attexo samen als Attexo c.s.;
TAF Asset 11 B.V. als TAF;
Averline Holdings Limited als Averline;
[B] en [C]
samen als [B cs] ;
- [E] als [E] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 14 en 17 september 2020 en van 3 februari 2021.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van TAF over de periode vanaf 1 september 2014, mr. W.J.B. van Nielen (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 180.000, exclusief btw. Ook heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen, mr. J.G. Princen (hierna: de OK-bestuurder) benoemd als bestuurder van TAF en mr. R. le Grand (hierna: de OK-beheerder) benoemd als beheerder van aandelen in TAF.
1.3
Bij e-mail van 29 december 2021 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen tot € 220.000, exclusief btw.
1.4
Bij e-mail van 3 januari 2022 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in 1.3 genoemde verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget.
1.5
Bij e-mail van 12 januari 2022 heeft mr. Endedijk namens Attexo c.s. de Ondernemingskamer verzocht de procedure zo spoedig mogelijk te beëindigen.
1.6
Bij e-mail van 13 januari 2022 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in 1.5 genoemde verzoek van Attexo c.s. tot beëindiging van de procedure.
1.7
Bij e-mail van 17 januari 2022 heeft de OK-bestuurder de Ondernemingskamer bericht dat de procedure niet zonder meer kan worden beëindigd op het enkele verzoek van Attexo c.s.
1.8
Bij e-mail van 19 januari 2022 heeft de OK-beheerder de Ondernemingskamer bericht dat het onwenselijk is dat de procedure conform het verzoek van Attexo c.s. wordt beëindigd.
1.9
Bij e-mails van eveneens 19 januari 2022 hebben mr. Schennink namens Averline en mr. Kruse namens [B cs] de Ondernemingskamer bericht in te stemmen met beëindiging van de procedure.
1.10
Bij e-mail van 20 januari 2022 heeft mr. V.R.M. Appelman namens Ingrida Mikenaite, voormalig bestuurder van TAF, de Ondernemingskamer bericht geen bezwaren te hebben tegen beëindiging van de procedure.
1.11
Bij e-mail van 20 januari 2022 heeft mr. De Bree namens [E] , die eerder niet in de procedure is verschenen, de Ondernemingskamer bericht dat indien een verzoek tot beëindiging wordt ingediend, hij daarover geïnformeerd wenst te worden.
1.12
Bij e-mail van 21 januari 2022 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer mr. De Bree bericht dat mr. Endedijk namens Attexo c.s. een verzoek tot beëindiging heeft ingediend en mr. De Bree in de gelegenheid gesteld op dat verzoek te reageren.
1.13
Bij e-mail van 28 januari 2022 heeft mr. De Bree namens [E] de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van mr. Endedijk namens Attexo c.s. tot beëindiging van de procedure af te wijzen.
1.14
Bij e-mail van 28 maart 2022 heeft mr. De Bree namens [E] de Ondernemingskamer bericht dat [E] bereid is verdere financiering te verstrekken voor het onderzoek, maar dat het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget een nadere toelichting behoeft.
1.15
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 14 april 2022. De advocaten, de onderzoeker, de OK-bestuurder en de OK-beheerder hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht, wat mr. Van Thiel betreft aan de hand van overgelegde aantekeningen.
2De gronden van de beslissing
Het verzoek van Attexo c.s. tot beëindiging van de procedure
2.1
Attexo c.s. hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat zij met een derde partij tot een minnelijke regeling zijn gekomen, waarbij de door hen gehouden aandelen in TAF zullen worden overgedragen. Bij die stand van zaken hebben zij geen belang meer bij voortzetting van de op hun verzoek gestarte enquêteprocedure. Averline heeft het verzoek van Attexo c.s. ondersteund. De voormalig bestuurders van TAF, [B cs] , hebben betoogd dat het onderzoek wordt misbruikt als pressiemiddel in een groter geschil tussen de families Numavičius en Marcinkevičius dat zich geheel in het buitenland afspeelt en dat de doelen van het enquêterecht met voortzetting van het onderzoek niet meer worden gediend: herstel van gezonde verhoudingen is niet meer aan de orde, openheid van zaken is al verkregen met het door Attexo c.s. zelf uitgevoerde onderzoek, voortzetting van het onderzoek gaat geen verdere gegevens opleveren en zonder onderzoek is vaststelling van verantwoordelijkheid voor wanbeleid niet mogelijk. De OK-bestuurder en de OK-beheerder menen op hun beurt dat het belang van TAF en haar schuldeisers meebrengt dat orde op zaken moet worden gesteld en dat daarom het onderzoek moet worden afgerond en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in stand moeten blijven. [E] heeft aangevoerd dat hij 13,85 % van de aandelen in TAF houdt, dat met hem geen minnelijke regeling is getroffen en dat de in de beschikking van 14 september 2020 genoemde gronden voor het gelasten van een onderzoek ook nu nog gelden. Kort gezegd is er nog steeds zo’n 26 miljoen euro op oneigenlijke wijze aan TAF onttrokken.
Dictum
De Ondernemingskamer:
wijst het verzoek van Attexo OÜ en [A] tot beëindiging van de enquêteprocedure af;
verhoogt het bedrag dat het bij beschikking van 14 september 2020 bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 220.000, exclusief btw;
benoemt mr. A.W.H. Vink tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. D. Kingma, raadsheren, en prof dr. mr. S. ten Have en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022.
Inleiding
beschikking
_________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.272.984/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 april 2022
inzake
1. de vennootschap naar het recht van Estland
ATTEXO OÜ,
gevestigd te Tallinn, Estland,
2. [A],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat: mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TAF ASSET 11 B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
thans zonder advocaat, voorheen: mr. L.D. Bruining, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de vennootschap naar het recht van Cyprus
AVERLINE HOLDINGS LIMITED,
gevestigd te Larnaca, Cyprus,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. A. Schennink en S.V. Stephenson, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
2 [B] ,
wonende te [....] ,
3. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. S.C.M. van Thiel en C.L. Kruse, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
4 [D] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
5 [E] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. R de Bree, kantoorhoudende te Den Haag.
Partijen worden in deze beschikking ook als volgt aangeduid:
Attexo OÜ als Attexo;
[A] als [A] ;
[A] en
Attexo samen als Attexo c.s.;
TAF Asset 11 B.V. als TAF;
Averline Holdings Limited als Averline;
[B] en [C]
samen als [B cs] ;
- [E] als [E] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 14 en 17 september 2020 en van 3 februari 2021.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van TAF over de periode vanaf 1 september 2014, mr. W.J.B. van Nielen (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 180.000, exclusief btw. Ook heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen, mr. J.G. Princen (hierna: de OK-bestuurder) benoemd als bestuurder van TAF en mr. R. le Grand (hierna: de OK-beheerder) benoemd als beheerder van aandelen in TAF.
1.3
Bij e-mail van 29 december 2021 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen tot € 220.000, exclusief btw.
1.4
Bij e-mail van 3 januari 2022 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in 1.3 genoemde verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget.
1.5
Bij e-mail van 12 januari 2022 heeft mr. Endedijk namens Attexo c.s. de Ondernemingskamer verzocht de procedure zo spoedig mogelijk te beëindigen.
1.6
Bij e-mail van 13 januari 2022 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in 1.5 genoemde verzoek van Attexo c.s. tot beëindiging van de procedure.
1.7
Bij e-mail van 17 januari 2022 heeft de OK-bestuurder de Ondernemingskamer bericht dat de procedure niet zonder meer kan worden beëindigd op het enkele verzoek van Attexo c.s.
1.8
Bij e-mail van 19 januari 2022 heeft de OK-beheerder de Ondernemingskamer bericht dat het onwenselijk is dat de procedure conform het verzoek van Attexo c.s. wordt beëindigd.
1.9
Bij e-mails van eveneens 19 januari 2022 hebben mr. Schennink namens Averline en mr. Kruse namens [B cs] de Ondernemingskamer bericht in te stemmen met beëindiging van de procedure.
1.10
Bij e-mail van 20 januari 2022 heeft mr. V.R.M. Appelman namens Ingrida Mikenaite, voormalig bestuurder van TAF, de Ondernemingskamer bericht geen bezwaren te hebben tegen beëindiging van de procedure.
1.11
Bij e-mail van 20 januari 2022 heeft mr. De Bree namens [E] , die eerder niet in de procedure is verschenen, de Ondernemingskamer bericht dat indien een verzoek tot beëindiging wordt ingediend, hij daarover geïnformeerd wenst te worden.
1.12
Bij e-mail van 21 januari 2022 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer mr. De Bree bericht dat mr. Endedijk namens Attexo c.s. een verzoek tot beëindiging heeft ingediend en mr. De Bree in de gelegenheid gesteld op dat verzoek te reageren.
1.13
Bij e-mail van 28 januari 2022 heeft mr. De Bree namens [E] de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van mr. Endedijk namens Attexo c.s. tot beëindiging van de procedure af te wijzen.
1.14
Bij e-mail van 28 maart 2022 heeft mr. De Bree namens [E] de Ondernemingskamer bericht dat [E] bereid is verdere financiering te verstrekken voor het onderzoek, maar dat het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget een nadere toelichting behoeft.
1.15
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 14 april 2022. De advocaten, de onderzoeker, de OK-bestuurder en de OK-beheerder hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht, wat mr. Van Thiel betreft aan de hand van overgelegde aantekeningen.
2De gronden van de beslissing
Het verzoek van Attexo c.s. tot beëindiging van de procedure
2.1
Attexo c.s. hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat zij met een derde partij tot een minnelijke regeling zijn gekomen, waarbij de door hen gehouden aandelen in TAF zullen worden overgedragen. Bij die stand van zaken hebben zij geen belang meer bij voortzetting van de op hun verzoek gestarte enquêteprocedure. Averline heeft het verzoek van Attexo c.s. ondersteund. De voormalig bestuurders van TAF, [B cs] , hebben betoogd dat het onderzoek wordt misbruikt als pressiemiddel in een groter geschil tussen de families Numavičius en Marcinkevičius dat zich geheel in het buitenland afspeelt en dat de doelen van het enquêterecht met voortzetting van het onderzoek niet meer worden gediend: herstel van gezonde verhoudingen is niet meer aan de orde, openheid van zaken is al verkregen met het door Attexo c.s. zelf uitgevoerde onderzoek, voortzetting van het onderzoek gaat geen verdere gegevens opleveren en zonder onderzoek is vaststelling van verantwoordelijkheid voor wanbeleid niet mogelijk. De OK-bestuurder en de OK-beheerder menen op hun beurt dat het belang van TAF en haar schuldeisers meebrengt dat orde op zaken moet worden gesteld en dat daarom het onderzoek moet worden afgerond en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in stand moeten blijven. [E] heeft aangevoerd dat hij 13,85 % van de aandelen in TAF houdt, dat met hem geen minnelijke regeling is getroffen en dat de in de beschikking van 14 september 2020 genoemde gronden voor het gelasten van een onderzoek ook nu nog gelden. Kort gezegd is er nog steeds zo’n 26 miljoen euro op oneigenlijke wijze aan TAF onttrokken.
Dictum
De Ondernemingskamer:
wijst het verzoek van Attexo OÜ en [A] tot beëindiging van de enquêteprocedure af;
verhoogt het bedrag dat het bij beschikking van 14 september 2020 bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 220.000, exclusief btw;
benoemt mr. A.W.H. Vink tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. D. Kingma, raadsheren, en prof dr. mr. S. ten Have en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022.