Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2021-12-03
ECLI:NL:GHAMS:2021:3810
Strafrecht
Hoger beroep
2,435 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000383-20
datum uitspraak: 3 december 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-000359-20 (zaak A) en 13-007859-20 (zaak B) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
adres: [adres] ,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Vught - Nieuw Vosseveld 2 LAA te Vught.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek
van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A (parketnummer 13-000359-20):
1.hij op of omstreeks 1 januari 2020 te Amsterdam, verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen: Ik koop zo een pistool en ik schiet jullie allemaal dood, dat maakt mij niets uit. Ik schiet jullie allemaal neer! Ik schiet ook je vrouw en kinderen dood!, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.hij op of omstreeks 1 januari 2020 te Amsterdam, opzettelijk een ambtenaar/meerdere ambtenaren, te weten verbalisanten [verbalisant 1] en /of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen:
- Je kankermoeder, je bent een vuile kankerracist! Wat kom jij doen kankerhoer?!, en/of
- Ik neuk je moeder en ik neuk je vader! Vuile kankerhoer!, en/of
- Je kankermoeder! Je bent een kankerracist!, en/of
- Ik neuk je moeder en ik neuk je vader! Vuile kankerhoer!,
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Zaak B (parketnummer 13-007859-20):
1.hij op of omstreeks 8 januari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [bedrijf 1] en/of een of meer medewerker(s), heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstond, en/of door die/dat [bedrijf 1] en/of een of meer medewerker(s) dreigend de woorden toe te voegen: "ik pak mijn auto en rij het door de voorgevel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.
Bewijsmotivering
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
De raadsman heeft in zaak B bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaringen van de receptionistes [getuige 1] en [getuige 2] verschillen wezenlijk van elkaar. Niet kan worden vastgesteld wat de verdachte daadwerkelijk heeft gezegd. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de geuite bewoordingen geen bedreiging opleveren nu de vermeende bedreiging tegen goederen, te weten [bedrijf 1] , is gericht. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er van een redelijke vrees niet kan worden gesproken nu de verdachte niet bekend was met een eerdere aanslag op het kantoorgebouw van [bedrijf 2] .
Wat betreft een bewezenverklaring in zaak A heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof overweegt in zaak B als volgt.
Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee werd gedreigd.
De verschillen tussen de verklaringen van de beide receptionistes van [bedrijf 1] zijn niet van dien aard dat deze verklaringen niet kunnen worden gebezigd voor het bewijs. De verklaringen komen in hoofdlijnen en op essentiële punten overeen. Uit de verklaringen die getuige [getuige 2] bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd volgt dat zij de tenlastegelegde bedreiging van de verdachte, geuit tegen [getuige 1] , heeft gehoord. Zij verklaart dat zij op dat moment naast [getuige 1] stond en dat zij het gesprek tussen de twee goed heeft kunnen volgen. Daarmee is voldoende vast komen te staan dat de verdachte [bedrijf 1] en [getuige 1] heeft bedreigd.
Voorts heeft de raadsman betoogd dat de bedreiging (alleen) zou zijn gericht tegen goederen. Onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2011:BO3400 en hetgeen [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard, geldt dat de bedreiging ook betrekking had op de algemene veiligheid van personen, nu [getuige 1] zich in [bedrijf 1] bevond.
Voor zover de raadsman nog heeft aangevoerd dat niet kan worden gesproken van een redelijke vrees, geldt dat de bedreigende woorden die de verdachte heeft geuit van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden hebben plaatsgevonden dat bij [getuige 1] de redelijke vrees kon ontstaan dat zij voor haar leven te vrezen had, te meer nu nog geen twee jaar geleden daar op eenzelfde wijze een aanslag is gepleegd.
Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en zaak B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A (parketnummer 13-000359-20): 1.hij op 1 januari 2020 te Amsterdam, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen: “Ik koop zo een pistool en ik schiet jullie allemaal dood, dat maakt mij niets uit. Ik schiet jullie allemaal neer! Ik schiet ook je vrouw en kinderen dood!”.
2.hij op 1 januari 2020 te Amsterdam, opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten verbalisanten
[verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen:
- “ Je kanker moeder, je bent een vuile kankerracist! Wat kom jij doen kankerhoer?!’’, en/of:
- “ Ik neuk je moeder en ik neuk je vader! Vuile kankerhoer! ”,
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Zaak B (parketnummer 13-007859-20):1.hij op 8 januari 2020 te Amsterdam, [bedrijf 1] en een medewerker heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstond, door die medewerker dreigend de woorden toe te voegen: "ik pak mijn auto en rij door de voorgevel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Hetgeen in zaak A en zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
13-000359-20 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-007859-20 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-000359-20 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-007859-20 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van
mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 december 2021.