ECLI:NL:GHAMS:2016:3695
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 20 juli 2016 de advocaat-generaal, de veroordeelde en de raadsman van de veroordeelde ter terechtzitting gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift.
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2014 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen hechtenis.
Op 19 augustus 2015 heeft het hof het bezwaar tegen een eerdere beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis gegrond verklaard en de verdachte een termijn van drie maanden na de datum van de uitspraak vergund om de resterende uren taakstraf te verrichten. Blijkens een rapportage van Reclassering Nederland van 23 november 2015 heeft de veroordeelde de door het hof opgelegde taakstraf weer niet geheel naar behoren verricht, maar heeft slechts 8 uren gewerkt.
Op grond van artikel 22i van het Wetboek van Strafrecht kan het openbaar ministerie een beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis slechts nemen gedurende de termijn waarbinnen de taakstraf dient te zijn voltooid of binnen drie maanden na afloop van deze termijn. Deze termijn is in deze zaak overschreden nu de aan de verdachte betekende kennisgeving van omzetting ziet op het bevel van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis van 17 mei 2016. Het bezwaar moet derhalve als gegrond worden aangemerkt.
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: 001125-16
Parketnummer: 23-005256-12
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres]
Inhoud van het bezwaarschrift
Het bezwaarschrift richt zich tegen het bevel van het openbaar ministerie de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen, op de grond dat de – resterende – taakstraf van 26 uur ter vervanging waarvan de hechtenis is opgelegd, niet naar behoren is verricht.
Het hof:
Verklaart het bezwaar gegrond.
Bepaalt dat de veroordeelde nog 26 (zesentwintig) uur aan taakstraf dient te verrichten.
Bepaalt dat de taakstraf binnen drie maanden na heden moet worden voltooid.
Deze beslissing is genomen door mr. G. Oldekamp, mr. J.J.I. de Jong en mr. F.W. van Lottum, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2016.
mr. F.W. van Lottum en mr. C.J.J. Kwint zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.