Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2012-04-11
ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2935
Strafrecht
13-845502-11 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, TWAALFDE MEERVOUDIGE STRAFKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] wonende te [woonplaats], tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 26 maart 2012, houdende toewijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 28 maart 2012, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadslieden mr. T. Dieben en mr. J. Jahae. Het hof: VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in zijn hoger beroep. Deze beschikking is gegeven op 11 april 2012 in raadkamer van dit hof door mr. Bronkhorst, voorzitter, mrs. Van Asperen de Boer-Delescen en Bulsing, raadsheren, in tegenwoordigheid van Doruk als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte. Amsterdam, 11 april 2012, de advocaat-generaal