Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1999-08-24
ECLI:NL:GHAMS:1999:AM3304
DE TARIEFCOMMISSIE Uitspraak in de zaak nr. 0163/97 TC de dato 24 augustus 1999 1. De procedure 1.1. Op 8 augustus 1997 is een beroepschrift ingekomen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Y, belanghebbende, gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict A (hierna: de inspecteur) van 27 juni 1997, nummer ..., waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen het in de uitnodiging tot betaling van 16 juli 1996, nr. ..., vermelde bedrag aan douanerechten, groot f 10.079,20, werd afgewezen. 1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek en de inspecteur een conclusie van dupliek ingediend. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 21 april 1998. Daar zijn verschenen namens belanghebbende mr. S en mr. T en namens de inspecteur mr. U en V. De gemachtigde heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen. 2. De vaststaande feiten 2.1. Bij beschikking van 30 december 1988, nr. ...., is met ingang van 1 januari 1989 aan belanghebbende toestemming verleend tot toepassing van de geïntegreerde douaneregeling ten behoeve van onder meer de invoer van goederen; nadien is deze toestemming uitgebreid tot daartoe geautoriseerde X-vestigingen in Nederland. In de bijlage bij die beschikking zijn de algemene bepalingen van de regeling opgenomen; bijlage I bij die bijlage bevat de voor belanghebbende geldende nadere specifieke bepalingen. Deze specifieke bepalingen zijn, voor zover hier van belang, aangepast bij beschikking van 31 augustus 1990, nr. .... 2.2. Belanghebbende houdt in het kader van de toepassing van de geïntegreerde douaneregeling met betrekking tot de door haar ingevoerde goederen een, als "relatiebestand" aangeduid, productenbestand bij. In dit bestand worden van de artikelen het productnummer (12NC/typenr) en de goederencode van het Tarief van invoerrechten (GDT) tot op het 10-cijferig niveau vermeld. Eveneens wordt een technische omschrijving van de goederen, het bedrag van de douanerechten en het BTW-tarief opgenomen. In totaal zijn er ongeveer 250.000 artikelen in het productenbestand opgenomen. Belanghebbende kent in het productenbestand met betrekking tot de goederencode aan de goederen de status "J", "H" en "B" toe. De status staat respectievelijk voor: - door de douane niet betwiste indeling, - door de declarant met de hand aangebrachte indeling of de door de ambtenaren aangegeven indeling, - indeling met bezwaar. In het productenbestand zijn goederen met de status "N" (= niet gecontroleerd) opgenomen. Zodra aangifte van een zending goederen wordt gedaan, gaat belanghebbende na of het 12NC-nummer in het producten-bestand is terug te vinden. Is de status "J" dan wordt aan het product de desbetreffende goederencode toegekend. Is de status "N", dan tarifeert belanghebbende het product. Iedere week zendt belanghebbende een opgave van de mutaties in het productenbestand naar de douane. De douaneambtenaren kunnen facturen, brochures en documenten opvragen; ook kan de douane inzicht verkrijgen in een database met betrekking tot de producten. Eventueel vindt nog overleg plaats tussen de ambtenaren en belanghebbende en vervolgens wordt het productenbestand door de douane en belanghebbende geparafeerd. 2.3. Het onderhavige product met typenr. 12 NC 3222 198 17021 is in 1993 aan het productenbestand toegevoegd en heeft de status "J" gekregen. 2.4. Belanghebbende doet elke maand bij de douane aangifte van in het vrije verkeer gebrachte goederen. In die maandaangiften worden van de in die maand ingevoerde goederen vanuit het productenbestand het 12NC-typenummer, de goederencode en de voormelde status overgenomen. 2.5. De douaneambtenaren hebben een controle op de maandaangiften uitgevoerd. Dit heeft geleid tot de sub 1.1. vermelde uitnodiging tot betaling. De aan de uitnodiging tot Het productenbestand speelt bij de geïntegreerde douaneregeling een belangrijke rol; het gebruik ervan is praktisch bezien een voorwaarde om met vereenvoudigde procedures te kunnen werken. De geïntegreerde douaneregeling, waarbij van geautomatiseerde gegevensverwerkende systemen wordt gebruik gemaakt, gaat uit van een administratieve controle. In de regeling is opgenomen dat, naast de traditionele administratieve controle achteraf, ook administratieve controle direct na vastlegging van de gegevens plaatsvindt, eventueel aangevuld met een steeksproefsgewijze fysieke controle van de goederen. 5.2. De aanduiding van de status "J" in het productenbestand wordt door belanghebbende zelf toegekend. Die toekenning houdt niet in dat de douane dit goed daadwerkelijk zelf heeft gecontroleerd; zij betekent slechts dat de douane niet uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de indeling in het tarief door belanghebbende. Het relatiebestand is aan te merken als de bron, waaruit ten behoeve van de te controleren maandaangiften kan worden geput; het is een in de geïntegreerde douaneregeling niet weg te denken hulpmiddel, maar ook niet meer dan dat, voor het doen van de maandaangiften. Toetsing achteraf van die maandaangiften en navordering is derhalve mogelijk. 5.3. Artikel 220, lid 1, van het CDW verplicht de inspecteur om tot invordering over te gaan, in het geval een douaneschuld niet of tot een te laag bedrag is geboekt. Met betrekking tot de verwerking van de maandaangiften is geen sprake van een vergissing van de ambtenaren in de zin van artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW. 5.4. In de zaak 0014/95 TC ging het om de administratief gecontroleerde regeling van een FEMAC met maar drie verschillende producten; Daar was regelmatige controle op de indeling van goederen mogelijk. Bij belanghebbende is sprake van 250.000 verschillende artikelen, die regelmatig van samenstelling en dan ook van indeling veranderen. De genoemde uitspraak is derhalve in het onderhavige geval niet van toepassing. 6. De rechtsoverwegingen 6.1. In Punt 10 van de bijlage bij de sub 2.1. vermelde beschikking van 30 december 1988 dat betrekking heeft op eisen die aan de administratie van het bedrijf worden gesteld, is onder 10.1 onder meer vermeld: "Naast de traditionele administratieve controle achteraf, vindt bij een geïntegreerde douaneregeling (op een aantal onderdelen) ook een administratieve controle onmiddellijk na vastlegging van de gegevens (controle à-tempo) plaats, eventueel aangevuld met steekproefsgewijze fysieke controle van de goederen." 6.2. Uit deze passage blijkt dat de toestemming tot toepassing van de geïntegreerde douaneregeling de gebruikelijke controle achteraf uitdrukkelijk niet uitsluit. De bevoegdheid van de inspecteur tot controle van de aangifte is dus door de toepassing van de geïntegreerde douaneregeling geenszins beperkt. De regeling biedt geen steun voor de opvatting dat een uit die controle voortvloeiende correctie uitsluitend gevolgen voor de toekomst kan hebben. De primaire grief van belanghebbende dat, in verband met de toepassing van de geïntegreerde douaneregeling, zij er op mocht vertrouwen dat navordering niet mogelijk zou zijn, moet daarom worden verworpen. 6.3. Niet gesteld of gebleken is dat bij de opneming in het productenbestand het onderhavige product daadwerkelijk is onderzocht. Er is derhalve geen sprake van een als een vergissing in de zin van artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW op te vatten actieve gedraging van de ambtenaren. 6.4. Uit al het vorenoverwogene volgt dat de bestreden uitspraak dient te worden bevestigd. 7. De proceskosten De Tariefcommissie acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 11b van de Tariefcommissiewet. 8. De uitspraak De Tariefcommissie bevestigt de uitspraak, waarvan beroep. Aldus gewezen in raadkamer op 24 augustus 1999 door mr. H.M.J.I. Steenbergen, voorzitter, mr. F.H.M. Possen, ondervoorzitter, H.J. Bokhorst, gewoon lid, mr. K. Kooijm