Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1999-08-26
ECLI:NL:GHAMS:1999:AL8196
DE TARIEFCOMMISSIE Uitspraak in de zaak nr. 0140/97 TC de dato 26 augustus 1999. 1. De procedure 1.1. Op 23 juni 1997 is een beroepschrift ingekomen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Y, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict Z (hierna: de inspecteur) van 21 mei 1997, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de beschikking van 29 november 1996, bij welke beschikking een verzoek tot terugbetaling is geweigerd, werd afgewezen. 1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 21 april 1998. Daar zijn verschenen namens belanghebbende C.J. van X-van L en C. van X en namens de inspecteur mr. H en S. De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen. 1.4. Bij brief van 12 augustus 1998 heeft de Secretaris namens de Tariefcommissie aan de inspecteur om nadere inlichtingen verzocht, welke deze bij brief van 4 september 1998 heeft verstrekt. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 15 september 1998. Partijen hebben vervolgens schriftelijk medegedeeld hun standpunten niet nader mondeling uiteen te willen zetten. 1.5. De tweede mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 februari 1999. Partijen, aan wie mededeling van plaats en tijdstip van deze behandeling is gedaan, zijn niet ter zitting verschenen. 2. De vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is importeur van grondstoffen voor producten van chocolade; zij verkoopt die goederen aan in Nederland en België gevestigde chocoladefabrikanten. 2.2. De douane-expediteur H B.V. te Z heeft in opdracht van belanghebbende bij de douaneambtenaren te Z de volgende aangiften ten invoer gedaan: - op 7 oktober 1994 onder nummer ... 94 11000218 van 200 vaten "zure kersen op alcohol, met een diameter van niet meer dan 19,9 mm, al dan niet ontpit, bestemd om te worden verwerkt in chocoladeproducten", van oorsprong uit Slovenië. Aangegeven werd post 2008 60 39 van het Tarief van invoerrechten (GDT) met de aanvullende goederencode 020 005. De douanewaarde bedroeg f 55.414,-- - op 28 november 1994 onder nummer ,... 94 11002483 van 220 vaten "zure kersen op alcohol, met een diameter van niet meer dan 19,9 mm, al dan niet ontpit, bestemd om te worden verwerkt in chocoladeproducten", van oorsprong uit Slovenië. Aangegeven werd post 2008 60 19 van het GDT en de aanvullende code 020.003. De douanewaarde bedroeg f 57.287,--. Op de aangiftenformulieren stond telkens vermeld "T5/Bijzondere bestemmingen". Daarmede werd een beroep gedaan op de verlaagde heffing van 10% douanerechten. Omdat belanghebbende geen vergunning "bijzondere bestemming" kon overleggen heeft de douane bij de beëindiging van de verificatie op 10 mei 1995 met betrekking tot beide aangiften de goederen ingedeeld onder post 2008 60 19 van het GDT, met de aanvullende code 090 000, hetgeen vanwege het bij deze post horende tarief van 32% heeft geleid tot meer verschuldigde douanerechten, ten bedrage van respectievelijk f 12.191,10 en f 12.603,20. 2.3. Belanghebbende heeft de goederen doorverkocht en afgeleverd aan A N.V. te I (België). Deze vennootschap beschikte over een vergunning bijzondere bestemmingen. 2.4. Bij brief van 10 januari 1995 heeft belanghebbende verzocht met betrekking tot voormeld product een vergunning bijzondere bestemmingen te verlenen. Belanghebbende is op dit verzoek gehoord. In het verslag van deze bespreking is onder meer vermeld: "Gemaakte afspraken, aanvraag ingetrokken. Aanvraag vergunning bijzondere bestemming is om praktische redenen ingetrokken. Belanghebbende is niet in het bezit van een AGP (de Tariefcommissie leest: accijnsgoederenplaats). Wel heeft men een vergunning geregistreerd bedrijf. Het aanvragen van een AGP is op dit moment problematisch omdat men (no