Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1999-08-24
ECLI:NL:GHAMS:1999:AL8086
DE TARIEFCOMMISSIE Uitspraak in de zaak nr. 0072/97 TC de dato 24 augustus 1999 1. De procedure 1.1. Op 27 maart 1997 is een beroepschrift ingekomen van A en B te Y, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Y, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict Y (de inspecteur) van 18 februari 1997, nummer T..., waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen het in de uitnodiging tot betaling van 30 oktober 1996 vermelde bedrag aan douanerechten, groot f 1.449,40, werd afgewezen. 1.2. Van belanghebbende werd door de Secretaris een griffierecht van f 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Bij het vertoogschrift is een monster van een beerfiguur gevoegd. 1.3. De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 21 april 1998. Daar zijn verschenen namens belanghebbende A en namens de inspecteur mr. C en D. De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd. Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst teneinde de gemachtigde van belanghebbende in de gelegenheid te stellen nog stukken over te leggen. 1.4. Bij brief van 15 juli 1998 heeft de gemachtigde een voorbeeld van een engelfiguur toegezonden. 1.5. Bij brief van 3 augustus 1998 heeft de gemachtigde verklaringen overgelegd van W. Nostheide, uitgever van het vaktijdschrift op het gebied van kerstartikelen "Christmas Festival", en van drs. P.G.M. Bröker, directeur van Helikon, het Landelijk instituut voor religie in kunst en cultuur, alsmede twee boekwerken met de titel "Rondom Kerstmis" en "Rondom Pasen" van de hand van laatstgenoemde. Bij brief van 11 september 1998 heeft de gemachtigde nog twee exemplaren van het tijdschrift "Festival Christmas" van respectievelijk november 1997 en januari 1998 toegezonden. 1.6. Het sub 1.4. genoemde voorbeeld is bij brief van 12 augustus 1998 ter beoordeling aan de inspecteur toegezonden. Deze heeft het bij brief van 20 oktober 1998 teruggezonden en daarbij tevens gereageerd op de sub 1.5. genoemde stukken. 1.7. Bij brief van 27 oktober 1998 heeft de gemachtigde om een nieuwe mondelinge behandeling van de zaak verzocht. 1.8. Bij brief van 8 december 1998 heeft de Secretaris namens de Tariefcommissie aan partijen om inlichtingen verzocht. De gemachtigde heeft deze inlichtingen verstrekt bij brief van 22 december 1998 en de inspecteur bij brief van 28 januari 1999. 1.9. De tweede mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 23 maart 1999. Daar zijn verschenen namens belanghebbende A en namens de inspecteur mr. F en D. De gemachtigde en de inspecteur hebben beiden een pleitnota overgelegd en voorgedragen. 2. De vaststaande feiten 2.1. Op 27 september 1996 heeft belanghebbende in opdracht van J. X B.V. te M bij de douane-ambtenaren te Y onder nummer 0000.../00 96 00001824 aangifte ten invoer gedaan van 168 colli "kerstfeestartikelen", van oorsprong uit China. De goederen bestaan uit beerfiguren in drie verschillende maten en engelfiguren, welke hierna sub 2.2. en 2.3. nader zijn omschreven. Aangegeven werd post 9505 10 90 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT); de douanewaarde bedroeg f 24.164,--. Door vermelding van de code 142 is een beroep gedaan op toepassing van het preferentiële tarief in het kader van het Algemeen Preferentieel Systeem van 0%. Bij de aangifte is een certificaat van oorsprong, formulier A, nr. E484 960020 overgelegd. Tevens is daarbij een factuur gevoegd van Qingdao New Century Arts & Crafts Co, Ltd van 20 juli 1996, waarop de goederen zijn beschreven als "christmas decoration items" De ambtenaren zijn bij de verificatie overgaan tot een daadwerkelijke opname van de goederen. Zij hebben een monster genomen en vervolgens de goederen ingedeeld onder post 9503 41 00 van het GDT. Het conventionele tarief van het bij deze post behorende douanerecht bedroe Van deze artikelen kunnen worden genoemd: 1. versieringsartikelen (...), alsmede artikelen voor kerstboomversiering, in de regel van papier, van karton, van bladmetaal in strippen, stroken of bladen (klatergoud), van glas, enz, waarvan kunnen worden genoemd: (...) dierfiguren, nabootsingen van allerlei voorwerpen. (...) 2. artikelen, die gewoonlijk bij kerstfeesten worden gebruikt, zoals imitatiekerstbomen (sparren van papier, karton, soepele kunststof, met of zonder kunstrijp, al dan niet opvouwbaar, enz.), kribben (van papier, hout, enz.), ook indien gestoffeerd, personages en dierfiguren voor kribben (van was, papier maché, aarde, karton, enz.) engeltjes, kerstklompen en -blokken (in de regel van versierd karton), kerstmannetjes, enz. Overigens wordt opgemerkt dat sommige voorwerpen voor de versiering van kerstbomen eveneens dienen voor de versiering van kribben;". 4. Het standpunt van belanghebbende 4.1. De importeur van de in geding zijnde goederen voert hoofdzakelijk kerstartikelen in. De fabricage van kerstartikelen is bijna volledig geconcentreerd in de Volksrepubliek China. Deze importeur wordt regelmatig geconfronteerd met tariefswijzigingen door de douane, die tot gevolg hebben dat goederen worden ingedeeld onder posten (speelgoed, porselein, aardewerk etc.) waarvoor de import uit China is gelimiteerd en waarvoor jaarlijks invoervergunningen moeten worden aangevraagd. Aangezien de aanvraag in de gehele EG altijd veel groter is dan de beschikbare hoeveelheid, dekken deze vergunningen bij lange na niet de gewenste hoeveelheden. Wanneer onverwacht de tariefindeling van goederen wordt gecorrigeerd door de douane, kan dit tot gevolg hebben dat de goederen niet kunnen worden ingevoerd wegens gebrek aan een invoervergunning. Gelet op de diversiteit van kerstfeestartikelen en de jaarlijks wisselende trends is het niet mogelijk van te voren de indeling van al deze artikelen te laten bepalen en te laten vastleggen in bindende tariefinlichtingen. De uitleg van de term "kerstfeestartikelen" is voor deze importeur dan ook van groot belang. 4.2. De bewoordingen van post 9505 zijn te beperkt om daarin alle kerstartikelen onder te brengen. Volgens de toelichting IDR op de post 9505 worden als kerstartikelen aangemerkt artikelen voor kerstboom-versiering en artikelen die gewoonlijk - waaronder anders dan de inspecteur kennelijk van mening is, niet mag worden verstaan "uitsluitend" - bij kerstfeesten worden gebruikt. De Nederlandse toelichting is beperkter in zijn omschrijving dan de Engelse versie; dit komt omdat de kerstbeleving van invloed is op de indeling van bepaalde kerstartikelen. De laatste jaren ontstaat er een grote toename in variëteit ten aanzien van bij het kerstfeest gebruikte artikelen. Een en ander blijkt uit de overgelegde catalogi "1994 Christmas Catalog-Kurt S Adler Inc" en "Innovation The magic Christmas 1996". Die trend is met name gebaseerd op de Anglo-Saksische kerstbeleving, waarbij het mode is om een kerstboom volgens een bepaald thema op te tuigen. In die catalogi worden kerstversieringen voor bepaalde thema's genoemd, bijvoorbeeld Disney-figuren, die in Nederland niet direct in verband worden gebracht met kerst. Een product is als kerstfeestartikel in de zin van genoemde post aan te merken, indien het bijdraagt tot het ontstaan van een kerstsfeer, hetgeen dient te worden beoordeeld aan: - het gebruiksdoel, zoals dit bijvoorbeeld uit catalogi kan blijken, - zijn uiterlijke kenmerken en - de afnemers. In het arrest van het Hof van Justitie van 14 juli 1981, zaak nr. 205/80, Jur. 1981, blz. 2097-2106, werden "flashing light circles" als kerstfeestartikelen aangemerkt. Uit dit arrest blijkt dat voor de indeling in het GDT het gebruiksdoel van het artikel prevaleert boven het materiaal. Bij het arrest van het Hof van Justitie van 20 november 1997, nr. C-338/95, Jur. 1997, blz. 6495-6526, is ten aanzien van de indeling van nachtkleding overwogen da