Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1999-05-19
ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8154
98/5127 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van de Inspecteur van de Belastingdienst te P Haarlem, de inspecteur. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 30 november 1998 gericht tegen de uitspraak van de inspecteur met dagtekening 12 november 1998 betreffende de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1995. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van f.195.673 en is bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak en vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van f.175.711. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak. Ter zitting van 7 april 1999 zijn verschenen belanghebbende, tot bijstand vergezeld van en de inspecteur, tot bijstand vergezeld van mr . Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota (met twee bijlagen) voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. De inspecteur heeft van de bijlagen kennis kunnen nemen en heeft zich daarover kunnen uitlaten. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende deed voor het onderhavige jaar aangifte van een belastbaar inkomen van f.171.798. In het aangiftebiljet zijn aftrekbare giften in aanmerking genomen tot een bedrag van f.19.962. In een bijlage bij de aangifte heeft belanghebbende een toelichting opgenomen op de giften en een specificatie die als volgt luidt: * Bijdrage aan Staatsbosbeheer in de vorm van een gebruiksvergoeding, welke vereist was voor de juridische onderbouwing van deze beheers- regeling. Gebaseerd op de omvang van het perceel is jaarlijks f.4.130 overeengekomen, exclusief BTW (factuur 5/9/95) f. 4.852,75 * Boombeschermers en boomband (factuur 20/6/95) " 627,79 * 10 gecreosoteerde landhekken (factuur 12/9/95) " 960,21 * Grondwerk (factuur 11/12/95) " 5.875,00 * 697 bomen (berken, eiken, kastanjes, beuken etc., conform specificatie van Staatsbosbeheer) (geleverd door Landschapsbeheer Zuid-Holland 18/12/95, gefactureerd in 1996) " p.m. * Grondwerk (factuur 13/12/95) " 5.875,00 * Schoeiingwerk in kader herstel watergangen (factuur 27/12/95) " 11.750,00 ----------- Gift aan de Staat in 1995 f.29.940,75 Bij vraag 25 in het aangiftebiljet heeft belanghebbende voormeld totaalbedrag van afgerond f.29.941 vermeld en het aftrekbare bedrag aan giften berekend op het van toepassing zijnde maximum, ofwel op f.19.962. 2.2. Belanghebbende is in 1987 met zijn partner verhuisd naar zijn huidige woning, een -voormalige- boerderij in Z. In die tijd was men na een ruilverkaveling bezig met de Landinrichting in het kader waarvan natuurelementen werden ingericht in de omgeving. In 1988 nam belanghebbende contact op met de Landinrichtingscommissie teneinde een perceel grond groot 1,2 hectare aan te kopen, gelegen achter de boerderij, met de bedoeling daar een natuurelement aan te leggen. Het verzoek van belanghebbende is door voornoemde commissie afgewezen. 2.3. In 1990 heeft belanghebbende een voorlopige koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een perceel grond van 1,7 hectare, gelegen aan de andere zijde van het dorp; ook hier wilde belanghebbende een natuurelement creëren. Door toedoen van de Landinrichtingscommissie is de koop niet tot stand gekomen. 2.4. In oktober 1994 heeft belanghebbende een perceel weiland te Q verworven met een oppervlakte van (volgens de aangifte) 5,7 hectare. Dit weiland wordt gebruikt voor beweiding van vee en als hooiland. In de aangifte 1995 vermeldt belanghebbende dat het de intentie is in de toekomst een positief rendement te behalen. Daartoe zijn in 1996 machines aangeschaft. In de pleitnota meldt belanghebbende dat dit weiland, waarvan de oppervlakte op ongeveer 8 hectare wordt gesteld, is aangekocht met de bedoeling daar een bos aan te leggen. De benodigde wijziging van het bestemmingsplan heeft geen In die overeenkomst, waarin belanghebbende is geduid als de gebruiker en Staatsbosbeheer, handelende namens de Staat der Nederlanden, als de Staat, is onder meer het volgende bepaald: '(.....) komen overeen dat de Staat aan de gebruiker toestemming verleent tot het gebruik van een perceel grond voor de duur van maximaal 10 jaar ingaande 1 juni 1995 en derhalve tot uiterlijk 1 juni 2005, Indien de dan geldende beheersdoelstelling van Staatsbos- beheer zich niet tegen een verlenging van de ingebruikgeving verzet, zal 1 jaar voor de afloop van de onderhavige overeenkomst onderhandeld worden over de voorwaarden voor verlenging. (.....) tegen betaling van een periodieke gebruiksvergoeding van f 4.130,-- per jaar, genoemd bedrag is exclusief BTW, hoog tarief en onder de volgende voorwaarden: (.....) Artikel 2 1. De gebruiker kent het in gebruik gegeven object volkomen en aanvaardt dit in gebruik in de staat, waarin het zich ten tijde van het sluiten van deze overeenkomst bevindt, met alle daaraan verbonden lusten en lasten, heersende en lijdende erfdienstbaarheden. (.....) Artikel 4 1. De gebruiker is verplicht als een goed huisvader voor het behoud en onderhoud van het in gebruik gegeven object te zorgen. 2. De gebruiker is verplicht het in gebruik gegeven object slechts in overeenstemming met zijn bestemming te gebruiken. 3. De gebruiker is niet bevoegd de aard, bestemming, inrichting of gedaante van het in gebruik gegeven object geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming van de Staat. 4. De gebruiker is niet bevoegd het in gebruik gegeven object hetzij om niet hetzij tegen een vergoeding aan een ander in gebruik of genot af te staan of aan een ander te verhuren of te verplichten. Artikel 5 1. De Staat is te allen tijde bevoegd nakoming te vorderen van de ingevolge de gebruiksovereenkomst op de gebruiker rustende verplichtingen. In dat kader is de Staat bevoegd de gebruiker te allen tijde aanwijzingen te geven met betrekking tot de naleving van de op de gebruiker rustende verplichtingen welke naar het oordeel van de Staat geboden zijn. De gebruiker is gehouden deze aanwijzingen onverwijld op te volgen. (.....) Artikel 7 (.....) 3. Het gehele onderhoud van de ingebruik gegeven percelen is voor rekening van de gebruiker. 4. Op het perceel moet bos instand worden gehouden en er mogen alleen inheemse soorten bijgeplant worden. 5. De Staat behoudt zich het genot van de jacht en visserij op het ingebruik gegevene voor. De gebruiker verleent zijn toestemming aan de Staat het genot van de jacht en visserij op het ingebruik gegevene te verhuren. (.....)' 2.8. In het in het beheersplan opgenomen nat/drooggebied hebben onder meer de volgende werkzaamheden plaatsgevonden: afgraven van de grond om meer waterpartijen te creëren, vorming van (schier)eilandjes, opwerpen heuvels met een beukenstrook. Voorts is aan de westzijde van het terrein een woudzoom aangelegd, een en ander volgens een gedetailleerde specificatie wat betreft soort en maat van bomen en struiken. Er zijn ongeveer 2000 boompjes geplant. 2.9. Tot de zomer van 1996 was het perceel toegankelijk voor publiek. Omdat sprake was van diverse soorten vernieling op het terrein is het -in overleg met Staatsbosbeheer- medio 1996 afgesloten totdat de verschillende bomen en overige aanplant voldoende volgroeid zijn. 2.10. Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur -naast een niet in geschil zijnde correctie- het aangegeven belastbare inkomen verhoogd met het hiervoor onder 2.1. vermelde bedrag van f.19.962. 3. Geschil Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de periodieke betaling aan Staatsbosbeheer voor het gebruiksrecht van het perceel en de overige uitgaven die belanghebbende met betrekking tot het onderhoud van het perceel heeft gedaan kunnen worden aangemerkt als aftrekbare giften in de zin van artikel 47 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (de Wet). 4. Standpunten van partijen Hiervoor verwijst het Hof naar de stukken van het geding. Ter zitting i