Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1999-06-04
ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8120
98/12 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Vierde Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van Burgemeester en wethouders van de gemeente P, verweerder. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is ter griffie van het gerechtshof een beroepschrift ingekomen op 5 januari 1998, ingediend door mr. A (...) te Q als zijn gemachtigde, en aangevuld bij brief van 6 mei 1998 van mr. B (hierna: de gemachtigde), kantoorgenoot van mr. A. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van verweerder, gedagtekend 17 december 1997, betreffende de op grond van de Wet waardering onroerende zaken genomen beschikking, waarbij de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te R naar de waardepeildatum 1 januari 1995 voor het tijdvak 1 januari 1997 tot 1 januari 2001 is vastgesteld op f 1.142.000. Het bezwaar tegen deze waardevaststelling is bij de thans bestreden uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak, ontvankelijkverklaring van het bezwaar en vermindering van de bij de beschikking vastgestelde waarde tot - naar belanghebbende ter zitting van 9 april 1999 heeft verklaard - f 411.425. Verweerder heeft een vertoogschrift ingediend en concludeerde tot bevestiging van de uitspraak. Ter zitting van 26 oktober 1998 van de Vijfde Enkelvoudige Belastingkamer zijn verschenen belanghebbende, zijn echtgenote en de gemachtigde, alsmede namens verweerder C. Na de zitting heeft verweerder een brief aan het Hof gezonden, gedagtekend 27 november 1998. In deze brief concludeert verweerder tot vernietiging van de uitspraak, ontvankelijkverklaring van het bezwaar en handhaving van de bij de beschikking vastgestelde waarde. Aan het kantoor van gemachtigde is een afschrift van deze brief gezonden, waarop mr. A bij schrijven van 30 december 1998 heeft gereageerd. Van dit schrijven is een afschrift aan verweerder gezonden. Het lid van de Vijfde Enkelvoudige Belastingkamer heeft de behandeling van het beroep verwezen naar de Vierde Meervoudige Belastingkamer, alwaar het is behandeld ter zitting van 9 april 1999. Ter zitting zijn verschenen belanghebbende, zijn echtgenote en de gemachtigde, alsmede namens verweerder C, tot bijstand vergezeld van D, WOZ-taxateur te S. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. De onroerende zaak a-straat 1 te R betreft een woning met aanbouw, een landbouwschuur, met ondergrond en erf, alsmede vijf percelen grond met de perceelnummers 114, 314, 542, 758 en 955, en een gezamenlijk oppervlak van 24.55.25 ha (hierna: de vijf percelen). Belanghebbende is genothebbende krachtens eigendom en gebruiker van de onroerende zaak. 2.2. Belanghebbende is tevens pachter van drie percelen met de perceelnummers 129, 131 en 143 en een gezamenlijk oppervlak van 10.73.15 ha. 2.3. Belanghebbende heeft in 1996 met het Bureau Beheer Landbouwgronden E te T een overeenkomst gesloten. De overeenkomst, waarin belanghebbende wordt aangeduid als de wederpartij luidt - voor zover thans van belang - als volgt: " OVEREENKOMST Ruime jas experiment (...) DEEL I: OVEREENKOMSTGEGEVENS Overeenkomstnummer : 3805 Soort : Overeenkomst Begindatum : 01-04-1996 Einddatum : 31-12-1999 .... In deze overeenkomst opgenomen beheersobjecten Nummer Soort 7701 PERCEEL () 7702 PERCEEL () Totale jaarvergoeding gehele overeenkomst (in guldens) Vergoeding verplichte bepalingen : 46.619,20 Vergoeding facultatieve bepalingen : 0,00 DEEL II: OVEREENKOMSTVOORWAARDEN De ondergetekenden, - overwegende dat partijen kennis hebben genomen van het ruime jasplan en dat de wederpartij wil deelnemen aan het experiment "ruime jas-methode" - komen als volgt overeen: (...) Artikel 2 De wederpartij verplicht zich jegens het Bureau een beheer uit te voeren zoals opgenomen in deel III van deze overeenkomst. Artikel 3. 1. Het Bureau verplicht zich jegens de wederpartij gedurende de periode waarvoor deze overeenkomst is aangegaan tot het betalen van de bedragen zoals opgenomen in deel III van deze overeenkomst. (...) In bijzo Ter zitting van 26 oktober 1998 is hieraan nog toegevoegd door of namens: belanghebbende: In eerste instantie is een pro forma bezwaarschrift ingediend, waarna, na ontvangst van het taxatieverslag, in een brief aan de gemeente is gevraagd waarom de grond niet als cultuurgrond is aangemerkt. verweerder: Het pro forma bezwaarschrift is wel gekomen, de motivering niet, wel de vraagstelling. Als het bezwaar ontvankelijk is, wil ik nader reageren. Ter zitting van 9 april 1999 is hieraan nog toegevoegd door of namens: belanghebbende: Beheersovereenkomsten als hier in het geding worden door de overheid alleen met agrarische bedrijven gesloten. Wat ik doe is mede een vorm van agrarisch natuurbeheer; ik word betaald voor de productie van natuur. Door het achterwege laten van allerlei intensieve bewerkingen zoals bemesting, bemaling en beweiding, verschijnen er mooie vogels, planten, zoogdieren, etc. Vroeger boerde ik gewoon: suikerbieten, schapen, koeien, etc. Door de beheers-overeenkomst blijft het agrarische grond, alleen zijn er een aantal beperkingen. Ik bepaal elk jaar wat op welk perceel mag worden gedaan. De werkzaamheden worden door derden verricht. Zij betalen mij voor het gebruik van het land. Er zijn geen contracten met die derden, maar het zijn wel elk jaar dezelfde mensen. Het grasland wordt 1 keer per jaar gemaaid door derden. Het komt ook voor dat ik een perceel grasland een jaar niet laat maaien. Het hooi gaat naar biologisch-dynamische landbouwbedrijven, dat levert ongeveer f 5.000 op. Er vindt in de periode juli - oktober extensieve begrazing plaats door dieren van derden, dat levert f 10.000 à f 15.000 op. De zeeasters kunnen net als spinazie blijvend worden geoogst, het vraagt wel behandeling, maar dat doe ik niet zelf. Het levert mij een positieve opbrengst op. Er zijn geen percelen die aan de natuur worden prijsgegeven. Het grootste deel van het gebied ligt tegen de vuilnisbelt van de gemeente P, de daardoor plaatsvindende verrijking van de grond kan worden teruggedrongen door een hoge waterstand. Ik pacht grond voor f 50 per ha. De beheersovereenkomst levert mij een rendement van ongeveer f 2.000 per ha. Als er een voor mij voordelige bosbouwregeling komt, zal ik daar gebruik van maken. Voor de inkomstenbelasting word ik aangemerkt als ondernemer. verweerder: De ontvankelijkheid van het bezwaar is geen geschilpunt meer. Ik betwist de hoogte van de door belanghebbende gestelde opbrengsten niet. Als je het omrekent ontvangt hij f 1,50 per koe per dag. De in het taxatierapport vermelde gegevens omtrent de percelen komen uit het kadaster. Als belanghebbende in het gelijk wordt gesteld ga ik ermee akkoord dat de vastgestelde waarde ad f1.100.000 wordt verminderd met de aan de vijf percelen toegekende waarde ad f 730.575, zodat de waarde tot f 411.425 kan worden verminderd. Belanghebbende behoeft niet de dupe te worden van de door ons gemaakte fout 10.000 m2 grond aan de percelen toe rekenen in plaats van - naar later bleek - aan de ondergrond en erf. 5. Beoordeling van het geschil 5.1.1. Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet) wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald naar de waarde die de zaak op de waardepeildatum heeft en naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert. 5.1.2. Ingevolge artikel 18, derde lid, van de Wet kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld ingevolge welke - voor zover thans van belang - bij de waardebepaling buiten aanmerking wordt gelaten de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan. De in dit derde lid bedoelde ministeriële regeling is de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van deze regeling wordt bij de bepaling van de waarde buiten aanmerking gelaten de waarde van ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, voor zover die niet de ondergrond vormt van de daarop gebouwde eigendommen.