Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1999-12-21
ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7796
98/4659 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Eerste Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van de besloten vennootschap X B.V. te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst Grote ondernemingen te P, de inspecteur. Loop van het geding Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 23 oktober 1998, ingediend door mr. drs. A (B Belastingadviseurs) te Q als haar gemachtigde en aangevuld bij brief van 2 maart 1999. Het beroep is gericht tegen de uitspraak met dagtekening 15 september 1998 van de inspecteur - de brief van de inspecteur van 19 augustus 1998 vat het Hof op als motivering van en toelichting op de uitspraak - betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting over 1994. Na bezwaar tegen de aanslag is deze bij de bestreden uitspraak verminderd tot een berekend naar een belastbaar bedrag van ƒ 567.460,--. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de inspecteur en tot vermindering van de aanslag tot nihil. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Hij concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. Met toestemming van de voorzitter van de belastingkamer heeft belanghebbende een conclusie van repliek ingezonden. De inspecteur heeft een conclusie van dupliek ingezonden. Ter zitting van 19 oktober 1999 zijn verschenen en gehoord voornoemde gemachtigde, tot bijstand vergezeld van mr. C, alsmede de inspecteur. De gemachtigde heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. Voorts hebben partijen ter zitting stukken overgelegd waarvan de wederpartij heeft kunnen kennisnemen en waarover de wederpartij zich heeft kunnen uitlaten. Belanghebbende heeft haar jaarbericht 1995 en een kopie van de uitspraak en van een akte houdende overdracht van aandelen van 28 december 1995 overgelegd. De inspecteur heeft een kopie van de aangifte vennootschapsbelasting 1994 van belanghebbende overgelegd. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende houdt zich bezig met het beheer en de exploitatie van onroerende zaken. De naam van belanghebbende is per 2 april 1996 gewijzigd van Y B.V. in X B.V. 2.2. Op 28 december 1993 heeft belanghebbende alle aandelen verworven in D B.V. D B.V. was eigenaar van een pand waarin zij een hotel exploiteerde. Met ingang van 1 januari 1994 vormden belanghebbende en D B.V. een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Bij de totstandkoming van deze fiscale eenheid zijn voorwaarden gesteld als bedoeld in artikel 15, eerste en derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Deze voorwaarden zijn door belanghebbende aanvaard. Van deze voorwaarden luidt voorwaarde 12 als volgt: "In de vermogensopstelling van de combinatie per het einde van het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het splitsingstijdstip, kan het bedrag van de reserves als bedoeld in de artikelen 13 en 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet overtreffen het totaal van de bedragen die deze reserves volgens goed koopmansgebruik bij de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij zouden hebben belopen als zij afzonderlijk belastingplichtig zouden zijn geweest." 2.3. Op 30 december 1994 heeft D B.V. de economische eigendom van het hotelpand verkocht aan E B.V. Met deze transactie is een boekwinst gerealiseerd van ƒ 4.695.514,-- die door belanghebbende is toegevoegd aan een vervangingsreserve als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet). Naast deze toevoeging heeft belanghebbende in 1994 geen andere toevoegingen en ook geen onttrekkingen aan de vervangingsreserve gedaan. De stand van de vervangingsreserve op de fiscale balans van belanghebbende per 31 december 1994 bedraagt ƒ 4.695.514,--. In een specificatie van de fiscale balans van belanghebbende per 31 december 1994 is de vervangingsreserve als passivum van D B.V. geboekt. 2.4. Blijkens een notariële akte verleden op 28 december 1995 heeft belanghe