Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1998-09-08
ECLI:NL:GHAMS:1998:AI5684
DE TARIEFCOMMISSIE Uitspraak in de zaak nr. 0178/95 TC de dato 8 september 1998 1. De procedure 1.1. Op 10 juli 1995 is een beroepschrift ingekomen van X te Y, belanghebbende, gericht tegen de uitspraak van de inspecteur der invoerrechten en accijnzen te Z (de inspecteur) van 29 juni 1995, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de indeling van na te noemen goederen in het Tarief van invoerrechten (GDT) is afgewezen. 1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 21 januari 1997. Daar zijn verschenen namens belanghebbende mr. B, tot zijn bijstand vergezeld van dr.L en J, en namens de inspecteur mr. S en drs. K, medewerker van het Laboratorium van de Belastingdienst (het Laboratorium). De gemachtigde heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd, met als bijlage een brief van het Laboratorium van 9 maart 1989. 2. De vaststaande feiten 2.1. Op 14 juni 1994 heeft belanghebbende aangifte ten uitvoer gedaan van "800 zak X SPG-30 Andere glucose, geagglomereerd, fruct. < 20g%", van oorsprong uit Nederland en met bestemming Saoedi-Arabië. Aangegeven werd post 1702 30 91 van het GDT. De verificatie werd voor monsteronderzoek aangehouden. 2.2. Bij brief van 22 augustus 1994 heeft het Laboratorium met betrekking tot de onderhavige goederen medegedeeld dat bij onderzoek het volgende is bevonden: "Glucosestroop, in de vorm van een wit niet-kristallijn poeder, in droge toestand geen of minder dan 20 gewichtspercenten fructose bevattend. Het gehalte aan reducerende suiker, uitgedrukt als dextrose en berekend op de droge stof, bedraagt meer dan 20 gewichtspercenten. Het fructosegehalte bedraagt: <0.1 gewichtspercenten. Het glucosegehalte bedraagt : 2.1 gewichtspercenten. Het maltosegehalte bedraagt : 9.2 gewichtspercenten. Het droge-stofgehalte bedraagt: 98.6 gewichtspercenten. Advies goederencode: 1702.3099.0". 2.3. Op 30 augustus 1994 is aan belanghebbende mededeling van de beëindiging van de verificatie gedaan. De uitslag luidde "niet conform", met als de door de ambtenaar toegepaste goederencode post 1702 30 99 van het GDT. 2.4. Tot de gedingstukken behoort een brief van drs. V van het Laboratorium van 24 maart 1995, aan de ambtenaar van de belastingdienst J, welke, voor zover hier van belang, luidt als volgt: "Naar aanleiding van de brief waarin u de mening van het Laboratorium vraagt betreffende de door de X aangekaarte problematiek het volgende: In onderstaande brief wordt puntsgewijs de alineas van de brief van de heer L van 10/2/95, beschouwd. De tabel met de GN-codes op blz 2 en de aanvullende code voor maltodextrines zijn correct weergegeven. De onderverdeling tussen 1702.3051 en 1702.3059 wordt voor droge stoffen inderdaad volledig gebaseerd op het al of niet kristallijn zijn. Dit geldt ook voor het onderscheid tussen 1702.3091 en 1702.3099, en de aanvullende restitutiecode voor de post 1702.9050. De mate van het kristallijn zijn, lijkt inderdaad bepaald te worden door de hoeveelheid vrije glucose (dextrose) die in het product aanwezig is. Een volledig kristallijn maltodextrine lijkt ook mij zeer onwaarschijnlijk. Iets is kristallijn als het overwegend kristallijn is, dus inderdaad bij een percentage groter dan 50%. De vergelijking met chemisch gemodificeerde zetmelen gaat niet op omdat in dat geval middels de behandeling het product als geheel andere eigenschappen heeft gekregen, wat een andere indeling tot gevolg heeft. Dit ondanks dat in sommmige gevallen maar een klein gedeelte van het zetmeel een daadwerkelijke modificatie heeft ondergaan. Het onderscheid tussen zetmeel en de afgebroken zetmelen (maltodextrines) wordt gemaakt op basis van het D.E. (dextrose eenheid) getal. Binnen de maltodextrines vindt daarna nog een verdere onderverdeling plaats tussen kristallijn en niet kristallijn. De mate van chemis Het XRD patroon van SPG30 is karakteristiek voor een volledig amorfe structuur. Dus met XRD zijn geen kristallijne structuren in SPG30 aantoonbaar. Opgemerkt dient te worden dat XRD een redelijk ongevoelige techniek is, dus een geringe hoeveelheid kristallijn materiaal kan over het hoofd gezien worden. Conclusie: Op grond van de smeltpieken bij de DSC metingen kan gesteld worden dat SPG30 een geringe hoeveelheid kristallijn materiaal bevat. Dit kristallijne materiaal is vermoedelijk dextrose-monohydraat. Met XRD zijn geen kristallijne structuren aantoonbaar. Waarschijnlijk omdat XRD hiervoor te ongevoelig is." 2.6. Tenslotte bevat het dossier een brief van het Laboratorium van 27 oktober 1994, die als volgt luidt: "Naar aanleiding van het bezwaar van X tegen de indeling van het product X SPG 30 (monsteronderzoek 623.4.956; Laboratoriumnummer. 11605F94) als glucose-stroop in de vorm van een wit niet kristallijn poeder onder goederencode 1702 3099.0 met als restitutiecode 1702.3099.000 en het product X MD-20 (monsteronderzoek 623.4.976; Laboratoriumnr. 11591F94) als een maltodextrinestroop in de vorm van een wit niet kristallijn poeder onder goederencode 1702 9050.0 met als restitutiecode 1702.9050.900, zijn de analyseresultaten van beide monsteronderzoeken nogmaals bestudeerd. Uit het onderzoek naar de kristalliniteit van de producten, hetgeen binnen het laboratorium plaatsvindt met behulp van Röntgendiffractie, blijkt dat beide monsters géén kristallijne structuur hebben doch een amorf voorkomen hebben. Uit een onderzoek binnen het laboratorium met behulp van zowel Thermogravimetrie als met Differentiële Scanning Calorimetrie is geen smeltovergang voor de ontledings-temperatuur bevonden. Gelet op de aard en samenstelling van beide producten, mengsels van glucose, maltose en glucose-oligomeren, lijkt een kristallijne structuur minder voor de hand liggend." 3. Het geschil In geschil is of het onderhavige product moet worden ingedeeld onder de door belanghebbende bepleite post 1702 30 91 van het GDT, dan wel onder post 1702 30 99, zoals de inspecteur voorstaat. Deze posten luiden: "1702 Andere suiker, chemisch zuivere lactose, maltose, glucose en fructose (levulose) daaronder begrepen, in vaste vorm; suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen; kunsthonig, ook indien met natuurhonig vermengd; karamel: (...) 1702 30 - glucose en glucosestroop, in droge toestand geen of minder dan 20 gewichtspercenten fructose bevattend: (...) - - andere: (...) - - - andere: 1702 30 91 - - - - in wit kristallijn poeder, ook indien geagglomereerd 1702 30 99 - - - - andere." 4. Het standpunt van belanghebbende 4.1. Zetmeel, een polymeer van glucose, kan met zuren en/of enzymen worden afgebroken tot in meer of minder lange ketens, te weten in volgorde: dextrines (gewijzigd zetmeel), maltodextrines, glucosen en dextrosen. De mate van afbraak van zetmeel wordt uitgedrukt in dextrose equivalent (DE). 4.2. De autoriteiten van de Europese Gemeenschap erkennen bij het verlenen van restituties de kristalliniteit van maltodextrines ook in het geval sprake is van een geringe mate van kristalliniteit. In de regelgeving noch in de wetsgeschiedenis van die wettelijke bepalingen is uitsluitsel te krijgen over de vraag wanneer een product als kristallijn kan worden aangemerkt. Voor de stelling van de inspecteur dat daarvan eerst sprake is indien het product voor meer dan 50% kristallijn is, kan geen steun in de regelgeving worden gevonden. Voor de verdere onderverdeling in de goederencodes 1702 30 en 1702 90 ten behoeve van de restituties is het onderscheid tussen stropen en poeders bepalend. Het uitsluiten van - slechts in enige mate gekristalliseerde - poeders uit de onderverdeling voor poeders doet afbreuk aan die indeling. 4.3. De indeling gaat blijkens de bewoordi