Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1998-02-27
ECLI:NL:GHAMS:1998:AA8027
96/2736 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Vierde Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van het Hoofd van de Afdeling Heffing van de Dienst Centrale Omslagheffing te Alkmaar, de inspecteur. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is op 19 juli 1996 ter griffie van het Gerechtshof een beroepschrift ontvangen gericht tegen de uitspraak van de inspecteur met dagtekening 14 juni 1996 betreffende de aan belanghebbende opgelegde, met andere aanslagen op één aanslagbiljet verenigde, aanslagen in de waterschapsbelastingen voor het jaar 1995. De aanslagen zijn berekend met inachtneming van de omslagklassenverordening van het waterschap Hollands Kroon en zijn bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak en van de aanslagen. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak. Ter zitting van 17 juni 1997 van de Eerste Enkelvoudige Belastingkamer van dit Hof zijn verschenen belanghebbende tot bijstand vergezeld van zijn gemachtigden A en B, alsmede C namens de inspecteur. Namens beide partijen zijn pleitnota's met bijlage(n) overgelegd en voorgedragen. Het Hof heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld na de zitting nog schriftelijk te reageren op de door de inspecteur overgelegde bijlagen bij de pleitnota. De gemachtigde van belanghebbende heeft daarvan gebruik gemaakt bij brief van 4 juli 1997, welke in afschrift aan de inspecteur is gezonden. Deze heeft daarop gereageerd bij brief van 10 september 1997 met bijlage. Deze stukken zijn in afschrift aan de gemachtigde van belanghebbende gezonden. Na verwijzing naar de Meervoudige Belastingkamer zijn ter zitting van 16 januari 1998 verschenen belanghebbende en zijn echtgenote, tot bijstand vergezeld van A voornoemd, alsmede C, namens de inspecteur. De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd. Van alle hiervoor genoemde stukken heeft de wederpartij kennis kunnen nemen en daarover heeft hij zich kunnen uitlaten. Die stukken worden als hier ingelast beschouwd en tot de gedingstukken gerekend. 2. De verordeningen Het (voorlopig) algemeen bestuur van het waterschap Hollands Kroon heeft op 30 december 1994 de Omslagverordening 1995 vastgesteld, welke verordening is goedgekeurd bij besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 10 januari 1995, nr. 95-510325. De verordening is gepubliceerd in de Schager en Helderse Courant van 2 februari 1995. De verordening houdt - voor zover hier van belang - het volgende in: "Belastbaar feit en omslagplicht Artikel 2 1. Ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de aan het waterschap opgedragen taken wordt onder de naam 'waterschapsomslag' een directe belasting geheven. 2. De in het eerste lid bedoelde waterschapsomslag wordt geheven van de omslagplichtigen: a. bedoeld in de hoofdstukken II en III, ter zake van de in die hoofdstukken genoemde onroerende zaken, voor zover deze belang hebben bij de taken van het waterschap; ... Hoofdstuk II Omslagheffing ongebouwd ... Omslagplicht eigenaar-gebruikers en pachters ongebouwd Artikel 4 1. De waterschapsomslag wordt geheven van degenen die in het waterschapsgebied ... krachtens een door de Grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst het gebruik hebben van ongebouwde onroerende zaken . ... Belastingobject ongebouwd Artikel 5 Voor de toepassing van de artikelen 3 en 4 wordt als één ongebouwde onroerende zaak aangemerkt: een kadastraal perceel of een gedeelte daarvan, ... Heffingsmaatstaf ongebouwd Artikel 6 1. Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Omslagklassenverordening wordt de waterschapsomslag, bedoeld in de artikelen 3 en 4, geheven naar de oppervlakte van de ongebouwde onroerende zaak. De oppervlakte wordt uitgedrukt in een aantal hectaren of een gedeelte daarvan. ... Tarieven ongebouwd Artikel 7 Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening bed Zodoende heeft een onvoldoende en onevenwichtige besluitvorming plaats gehad. Het samenvoegen van drie aspirant omslagklassen tot één is ongemotiveerd gebeurd; indien wel omslagklassen moeten worden ingesteld zijn er te weinig ingesteld. Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende gepersisteerd bij zijn ingenomen standpunten en nog gesteld dat het voorzieningenniveau en de daaruit voortvloeiende kosten moeten worden vergeleken per waterstaatkundige eenheid, waaronder hij verstaat de percelen welke tezamen door een dijk worden omgeven. 5.3. De inspecteur is kort en zakelijk samengevat van mening dat omslagklassen kunnen worden ingesteld indien er aanmerkelijke verschillen in belang bestaan - voortvloeiende uit de hoedanigheid of de ligging van de onroerende zaken - die bij een gelijke omslag zouden leiden tot onevenredige voor- of nadelen voor de omslagplichtigen. Binnen het beheersgebied van het waterschap Hollands Kroon zijn er gebieden waarin de voor die gebieden te maken kosten, in verband met het voorzieningenniveau, bij toerekening aan de binnen die gebieden gelegen gronden zouden resulteren in een omslag welke meer dan 25 procent uit zou gaan boven de aan die gronden in rekening te brengen omslag indien de kosten over alle in het beheersgebied gelegen gronden zouden worden omgeslagen. Dit rechtvaardigt het instellen van omslagklassen. De praktische uitvoerbaarheid stelt een beperking aan het aantal omslagklassen; daarom is gestreefd naar een zo beperkt mogelijk aantal omslagklassen. Uiteindelijk zijn op basis van de factoren wateraanvoer, waterafvoer, verfijnd peilbeheer en bemaling en met inachtneming van de algemene solidariteitsgedachte een vijftal omslagklassen ingesteld. Daarbij is geen sprake van scherp afgebakende, strikt te onderscheiden niveau's, maar binnen die omslagklassen is sprake van een zekere globaliteit. Bij de vergelijking van de onderlinge verschillen in omslagklassen moet worden gekeken naar het voorzieningenniveau in het gehele gebied en niet per perceel in dat gebied. Evenmin is daarbij van belang of een bepaalde belanghebbende voor zijn bedrijfsvoering bij alle voorzieningen is gebaat of dat hij zelf nog aanvullende voorzieningen moet treffen. De inspecteur heeft ter zitting eveneens gepersisteerd bij zijn ingenomen standpunten en zijnerzijds gesteld dat een waterstaatkundige eenheid veel ruimer moet worden opgevat dan belanghebbende doet. Het voorzieningenniveau en de daaruit voortvloeiende kosten moeten worden vergeleken binnen gebieden die globaal een vergelijkbare hoeveelheid hoofdwatergangen, een vergelijkbare hoeveelheid voorzieningen, zoals stuwen en gemalen hebben, waar een vergelijkbare waterafvoer en -aanvoerfactor bestaat en waar de onderhoudsmethode en de frequentie daarvan vergelijkbaar zijn. 6. Beoordeling van het geschil 6.1. Het Hof stelt voorop dat blijkens het bepaalde in artikel 120, vijfde lid van de Waterschapswet (tekst voor het jaar 1995) het algemeen bestuur met betrekking tot de heffingsmaatstaf voor de omslagen ter zake van ongebouwde onroerende zaken een verordening kan vaststellen, waarin omslagklassen voor onroerende zaken worden ingesteld om te voorkomen dat verschillen in hoedanigheid of ligging leiden tot onevenredig voor- of nadeel voor de omslagplichtigen. Het Hof begrijpt het standpunt van belanghebbende aldus dat hij in de eerste plaats heeft willen stellen dat het algemeen bestuur in casu niet tot de vaststelling van de Omslagklassenverordening heeft kunnen komen, en, zo dit wel het geval is, in de tweede plaats een aantal grieven aanvoert tegen de wijze waarop aan die verordening inhoud is gegeven. 6.2. Belanghebbende heeft voor zijn eerste stelling aangevoerd dat zijns inziens geen sprake is van onevenredig voor- of nadeel nu het kostenniveau in omslagklasse 5 dertien procent bedraagt ten opzichte van het gemiddelde voorzieningenniveau. Het Hof verwerpt deze grief van belanghebbende omdat het bij de beantwoording van de vraag of sprake is van onevenre