Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1998-12-22
ECLI:NL:GHAMS:1998:AA7162
kenmerk P98/1329 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Eerste Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belang-hebbende, tegen een uitspraak van het Hoofd van de Belas-tingdienst P, de inspecteur. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ont-vangen op 30 maart 1998 ingediend door A te Z als gemach-tig-de van belangheb-bende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspec-teur, gedagtekend 18 februari 1998, betref-fende de aan belanghebbende opge-legde -aanslag in de inkomstenbelasting/premie volks-verze-kerin-gen over 1995. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van f 333.962 en is na bezwaar gehandhaafd. Het beroep strekt tot vernieting van de uitspraak van de inspecteur en tot vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van f 37.197 nega-tief. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Hij concludeert tot bevestiging van zijn uitspraak. Ter zitting van 20 oktober 1998 zijn verschenen en ge-hoord A vergezeld van B, zomede de in-specteur, tot bijstand verge-zeld van C. De ge-mach-tigde en de inspec-teur hebben ieder een pleit-no-ta voorge-dragen en overge-legd. De inhoud daarvan geldt als hier opgenomen. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende, geboren in 1948 en gehuwd, is direc-teur en enig aandeelhouder van de besloten vennootschap D B.V. Hij is sinds 1 juli 1992 bij haar in dienst-be-trek-king. Op 16 december 1994 kwamen D B.V. en belang-heb-bende het volgende overeen: "1. Het volledige salaris over 1995 zal reeds betaalbaar worden gesteld in december 1994 tegen de contan-te waarde daarvan berekend tegen een rente-per-centa-ge van 7,5%. 2. In geval van overlijden van X in 1995 zal het teveel betaalde salaris over het per overlij-densdatum nog niet verstreken deel van 1995 terstond opeisbaar zijn door de vennootschap." 2.2. D B.V. heeft belanghebbende in decem-ber 1994 een bedrag van f 371.159 betaald als salaris over 1995. Belanghebbende heeft dit bedrag in zijn aangifte inkom-stenbelasting/premie volksverzekeringen 1994/vermogensbe-lasting 1995 tot zijn belast-bare inkomen gerekend. Het aldus aangegeven belastbare inkomen bedroeg f 1.854.394 en het aangegeven belastbare vermogen f 9.124.861. De aanslagen over dat jaar zijn opge-legd conform de aangif-te. 2.3. Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbe-las-ting/premie volksverzekeringen 1995/vermogensbelasting 1996 een belastbaar inkomen van f 68.037 negatief verant-woord en een belastbaar vermogen van f 9.775.884. De aanslag vermogensbelasting 1996 is vast-gesteld overeen-komstig de aangifte. Bij het vaststellen van het belast-ba-re inkomen is de inspecteur afgeweken van de aangifte. Hij heeft het in 1994 betaalde salaris over 1995 van f 371.-159 en het in 1996 betaalde vakan-tiegeld over 1995 van f 30.850 bij het aangegeven belast-bare inkomen ge-teld en dit vastgesteld op f 333.96-2. 3. Geschil In geschil is of het loon over 1995, dat in december 1994 aan belanghebbende is betaald, op grond van artikel 33, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1995) in verbinding met artikel 27, tiende lid, van de Wet op de loonbelas-ting 1964 (tekst 1995, hierna: de Wet) tot zijn belastba-re inko-men over 1995 behoort. Voorts is in ge-schil of belanghebbende in frau-dem legis handelde door van D B.V. te bedingen dat zij zijn jaar-loon over 1995 in december 1994 betaalbaar stelde. 4. Standpunten van partijen 4.1. Voor de stand-punten van par-tijen wordt verwe-zen naar de gedingstukken en de pleitnota's. 4.2. Ter zitting heeft belanghebbende nog het volgende doen aanvoeren. De werkgeefster zelf heeft belang gehad bij de vervroegde beta-ling van het loon over 1995, omdat het bedrag contant is gemaakt met een rente van 7,5 percent. Tot nu toe heeft belang-hebbende niet weer zijn loon vervroegd laten uitbetalen. Het in de aangifte 1995 vermelde loon van f 11.195 is een deel van het vakantie-geld. Het vakan-tiegeld 1995 is dus niet in 1994 betaald.