Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1998-01-22
ECLI:NL:GHAMS:1998:AA4195
Gerechtshof te Amsterdam kenmerk P96/02659 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Tweede Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X B.V. te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst Ondernemingen P de inspecteur. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is een beroepschrift ontvangen op 15 juli 1996, ingediend door de gemachtigde. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur met dagtekening 15 juli 1996 betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari tot en met 31 december 1990. Het beroepschrift is aangevuld bij brief van 5 december 1996. De aanslag is berekend op een belastingbedrag van f 30.000,- en is bij de bestreden uitspraak verminderd tot een bedrag van f 7.075,- aan enkelvoudige belasting, verhoogd met f 2.699,- aan heffingsrente. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak en de aanslag. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak. Ter zitting van 11 september 1997 zijn verschenen de gemachtigde voornoemd, tot bijstand vergezeld van A, alsmede de inspecteur, tot bijstand vergezeld van B. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. Daarnaast heeft hij overgelegd een bezwaarschrift inzake de omzetbelasting over het tijdvak 1 februari tot en met 28 februari 1997, de uitspraak hierop en foldermateriaal. De inspecteur was bekend met deze stukken. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende heeft de beschikking over een aantal antieke auto's, nieuwe en klassieke limousines en sportwagens, veelal two-seaters van onder meer de merken Chevrolet, Ferrari, Jaguar, Lamborghini, Mercedes, Porsche en Volkswagen. 2.2. Belanghebbende heeft de sportwagens speciaal aangeschaft voor de verhuur bij trouwplechtigheden. Bij een dergelijke verhuur rijdt een medewerker van belanghebbende naar het door het bruidspaar opgegeven adres; vervolgens rijdt de bruidegom na enige instructie zelf in de auto terwijl de medewerker van belanghebbende de verhuurde sportwagen begeleidt en bewaakt; na afloop van de afgesproken huurperiode rijdt de medewerker van belanghebbende de auto weer terug naar de garage van belanghebbende. Het komt voor dat de medewerker gedurende de dag de auto naar een foto-lokatie rijdt of een ritje maakt met een van de gasten naast zich. Volgens de door belanghebbende gehanteerde algemene voorwaarden behorende bij de "Huurovereenkomst trouwauto's" zijn de gemaakte verkeersovertredingen voor rekening van het bruidspaar. De begeleiding en bewaking door een medewerker van belanghebbende is nadrukkelijk bedongen in het kader van de cascoverzekering van de auto's. De bruidegom rijdt veelal slechts 5-10% van het aantal per dag verreden kilometers. Belanghebbende heeft op deze prestatie het verlaagde tarief toegepast. 2.3. Het komt voor dat belanghebbende, naast de hiervoor omschreven prestatie, tevens zorgdraagt voor het vervoer van personen bij enige trouwgelegenheid door het ter beschikking stellen van volgwagens met chauffeur. Niet in geschil is dat deze prestatie valt onder het verlaagde tarief. 2.4. Bij brief van 28 maart 1996 heeft de staatssecretaris kenbaar gemaakt dat "de in het kader van trouwvervoer plaatsvindende verhuur van een auto met chauffeur is aan te merken als trouwvervoer" waarop het verlaagde tarief van toepassing is. De enkele verhuur van een auto bestempelde de staatssecretaris niet als "vervoersprestatie". Op 12 juli 1996 heeft de staatssecretaris geschreven dat "trouwvervoer met sportauto's ... tegen het lage BTW-tarief (kan) plaatsvinden". Voorts bevat de brief de volgende passage In het door u geschetste geval wordt de bruidsauto voor verreweg het grootste deel van de afstand bestuurd door de chauffeur, maar voor een korte afstand ook door de bruid of bruidegom. Ik kan mij er in beginsel mee verenigen dat ook in dergelijke situaties, waarbij het vervoe