Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1995-07-14
ECLI:NL:GHAMS:1995:AA4480
Gerechtshof te Amsterdam Kenmerk: P 93/2286 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Vierde Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van de Inspecteur van de Gemeentebelastingen te P, de inspecteur. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 24 mei 1993 gericht tegen de uitspraak van de inspecteur, met dagtekening 2 april 1993, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag brandweerrechten, met dagtekening 14 mei 1992. De aanslag is aan belanghebbende opgelegd wegens "dienstverlening d.d. 2 mei 1992, a-kade t/o nr.3, assisteren bij het op de kant zetten van een voertuig, kenteken ..., 08.04 uur, (duikwerkzaamheden)" en bedraagt ƒ 566,--. Na bezwaar tegen de aanslag is deze bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak en de aanslag. De inspecteur heeft geen vertoogschrift ingediend. Ter zitting van de Zevende Enkelvoudige Belastingkamer van het Hof van 30 september 1994 zijn verschenen belanghebbende en de inspecteur. De inspecteur heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier opgenomen geldt. Belanghebbende heeft kennis kunnen nemen van en kunnen reageren op de bij de pleitnota gevoegde bijlagen. Na de zitting is het geding verwezen naar de meervoudige belastingkamer. Ter zitting van 18 november 1994 is de inspecteur verschenen. Belanghebbende is, met telefonisch bericht, niet verschenen. De inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier opgenomen geldt. Na de zitting heeft een briefwisseling tussen Hof en partijen plaatsgevonden ten aanzien waarvan het bepaalde in de artikelen 14 en 16 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken toepassing heeft gevonden. Partijen hebben schriftelijk ervan afgezien om in de gelegenheid te worden gesteld de standpunten opnieuw mondeling toe te lichten. 2. Verordening Bij Koninklijk Besluit van 20 december 1990, nr. 90.024.346, is goedgekeurd de Verordening brandweerrechten 1991 (de Verordening). De Verordening en de daarbij behorende tabel houden voor zover hier van belang het volgende in: Belastbaar feit art. 2. Onder de naam van brandweerrechten worden - anders dan in geval van brand- en rampenbestrijding alsmede van beperking en bestrijding van gevaar voor mens en dier bij ongevallen - rechten geheven ter zake van: a. het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen van de Brandweer; b. het genot van door de Brandweer verleende diensten als omschreven in deze verordening en de daarbij behorende tabel. Belastingplicht art. 3. Belastingplichtig is de aanvrager van het gebruik of de diensten dan wel degene te wiens behoeve het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend, enz.... Tarieven en maatstaven art. 4. 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel, met inachtneming van de daarbij behorende bijzondere bepalingen. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid van tijd of afmeting voor een volle eenheid gerekend. Wijze van heffing art. 5. De rechten worden geheven bij wege van aanslag. Tabel Nr. Omschrijving Tarief 6. Overige dienstverlening 6.2. Voor het verrichten van duikwerkzaamheden geldt per halfuur een tarief van ƒ 283,-- 3. Tussen partijen vaststaande feiten Op 2 mei 1992 heeft de brandweer van de gemeente P, gewaarschuwd door de politie, een auto (een "Eend") die aan belanghebbende toebehoorde en door derden in de gracht was geduwd, met behulp van duikers uit het water getakeld. Ter zake daarvan is aan belanghebbende de onderhavige aanslag opgelegd. 4. Geschil Tussen partijen is in geschil of belanghebbende terecht in de heffing van brandweerrechten is betrokken. 5. Standpunten van partijen en behandeling ter zitting Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar hetgeen dienaang