Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2026-07-08
ECLI:NL:CRVB:2026:945
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellant. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juli 2025, 24/8386 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 8 juli 2026 SAMENVATTING Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv aan appellant per 24 januari 2022 terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant vindt dat hij meer (medische) beperkingen heeft dan het Uwv heeft aangenomen en de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies daarom niet kan vervullen. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.C. Walker, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 27 mei 2026. Voor appellant is mr. Walker verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R.D. van den Heuvel. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellant heeft voor het laatst gewerkt als procesoperator voor 31 uur per week. Daarnaast ontving hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Op 27 januari 2020 heeft hij zich ziekgemeld met een afgescheurde achillespees. Nadat appellant een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) had ingediend, heeft onderzoek plaatsgevonden door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige van het Uwv. De verzekeringsarts heeft vastgesteld dat appellant bij het verrichten van werkzaamheden beperkingen heeft en die beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 7 juli 2023. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellant niet meer geschikt is voor zijn laatste werk. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens voor appellant functies geselecteerd. Het Uwv heeft bij besluit van 25 juli 2023 geweigerd appellant met ingang van 24 januari 2022 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. 1.2. Bij besluit van 3 december 2024 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de FML op één punt aangevuld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens geconcludeerd dat vier van de geduide functies niet geschikt zijn voor appellant en heeft daarom twee nieuwe functies geselecteerd. Op basis hiervan is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant bepaald op 28,86%. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. Volgens de rechtbank is het aan het Uwv om de op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen. De aantekeningen van de medisch secretaresse zijn gebruikt als hulpmiddel voor het opstellen van het medisch rapport. Het rapport is te beschouwen als het op de zaak betrekking hebbend stuk, maar de aantekeningen zelf niet. Zij hebben niet zelfstandig een rol gespeeld bij de besluitvorming en hoefden daarom niet te worden overgelegd. Het is ook nergens uit gebleken dat aan appellant is toegezegd om de aantekeningen te verstrekken. Voorts heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. In het huisartsenjournaal staat weliswaar depressie bij de datum 24 februari 2022, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat er meer beperkingen moeten worden aangenomen. Ook de echo van 25 november 2021 heeft de rechtbank niet doen twijfelen aan de overwegingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ondanks de verdikking is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen reden voor verdergaande beperkingen: het eigen lichamelijk onderzoek van de huisarts in juni 2023 heeft laten zien dat er geen medische reden is voor inactiviteit of voor gebruik van hulpmiddelen. Om die reden heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook de toelichting bij de FML over het gebruik van hulpmiddelen kunnen verwijderen. Omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische beoordeling, heeft de rechtbank geen aanleiding gezien een deskundige te benoemen. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat de geduide functies geschikt zijn voor appellant. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft geweigerd appellant een WIA-uitkering toe te kennen, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%. Omdat het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een toereikende medische onderbouwing, is sprake van een gebrek. Dit heeft de rechtbank met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht gepasseerd, waarbij het Uwv is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het door hem betaalde griffierecht. Het standpunt van appellant 3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat het gespreksverslag van de medisch secretaresse ten onrechte niet aan het dossier is toegevoegd. Dat het geen op de zaak betrekking hebbend stuk is, is niet juist. Verder zijn volgens appellant zijn beperkingen onderschat. Er is sprake van een verminderde bewegelijkheid van de achillespees, zoals blijkt uit de brief van de radioloog van 25 november 2021. Daarnaast blijkt niet dat de psychische problematiek van appellant is betrokken bij de beoordeling. De psychische onderzoeken door de verzekeringsartsen hebben bijna 18 maanden en bijna 22 maanden na de datum in geding plaatsgevonden. Er is voorbijgegaan aan de depressie, die door de huisarts wordt genoemd. Het standpunt van het Uwv 4. Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen. Het oordeel van de Raad 5. De Raad beoordeelt aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden, of de rechtbank het bestreden besluit over de weigering van de WIA-uitkering terecht in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 5.1. Op grond van artikel 5 van de Wet WIA bestaat recht op een WIA-uitkering als een betrokkene ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat een betrokkene in zijn laatste werk nog had kunnen verdienen, te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. 5.2. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van de gronden die hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze gronden uitvoerig besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. De Raad voegt daaraan het volgende toe. Zorgvuldigheid van het onderzoek 5.3. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het onderzoek van de artsen van het Uwv voldoende zorgvuldig is geweest en dat er geen grond was de aantekeningen van de medisch secretaresse aan appellant te verstrekken. De stelling van appellant dat het Uwv heeft toegezegd deze aantekeningen ter beschikking te stellen, maakt dit niet anders. Ter zitting heeft appellant een stuk overgelegd, waaruit volgens appellant deze toezegging van het Uwv blijkt.