Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-04-21
ECLI:NL:CRVB:2026:528
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,474 tokens
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:528 text/xml public 2026-05-13T13:29:53 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-21 24/1340 PW-PV Uitspraak Hoger beroep Proces-verbaal NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:528 text/html public 2026-05-08T07:56:54 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:528 Centrale Raad van Beroep , 21-04-2026 / 24/1340 PW-PV Niet-ontvankelijk hoger beroep. Overlijden appellant. Appellant is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. 24 1340 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord Holland van 29 april 2024, 22/5037 (aangevallen uitspraak) Partijen: wijlen [appellant] , laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (college) Datum uitspraak: 21 april 2026 Zitting heeft: W.F. Claessens Griffier: A.A. Verweij De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 21 april 2026. Van de zijde van de erfgenamen van appellant is niemand ter zitting verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Namens appellant heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld. Appellant is op [datum] 2024 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen. Mr. Gans heeft laten weten niet bekend te zijn met het bestaan van erfgenamen van appellant. De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 24 maart 2026 aangekondigd dat de behandeling van de zaak op de zitting van 21 april 2026 zal plaatsvinden. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) A.A. Verweij (getekend) W.F. Claessens Staatscourant 2026, 11222.
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:528 text/xml public 2026-05-13T13:29:53 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-21 24/1340 PW-PV Uitspraak Hoger beroep Proces-verbaal NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:528 text/html public 2026-05-08T07:56:54 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:528 Centrale Raad van Beroep , 21-04-2026 / 24/1340 PW-PV Niet-ontvankelijk hoger beroep. Overlijden appellant. Appellant is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. 24 1340 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord Holland van 29 april 2024, 22/5037 (aangevallen uitspraak) Partijen: wijlen [appellant] , laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (college) Datum uitspraak: 21 april 2026 Zitting heeft: W.F. Claessens Griffier: A.A. Verweij De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 21 april 2026. Van de zijde van de erfgenamen van appellant is niemand ter zitting verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Namens appellant heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld. Appellant is op [datum] 2024 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen. Mr. Gans heeft laten weten niet bekend te zijn met het bestaan van erfgenamen van appellant. De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 24 maart 2026 aangekondigd dat de behandeling van de zaak op de zitting van 21 april 2026 zal plaatsvinden. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) A.A. Verweij (getekend) W.F. Claessens Staatscourant 2026, 11222.