Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-04-01
ECLI:NL:CRVB:2026:480
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
3,007 tokens
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:480 text/xml public 2026-04-29T09:01:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-01 24/2714 ANW-PV Uitspraak Hoger beroep Proces-verbaal NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:480 text/html public 2026-04-29T08:47:44 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:480 Centrale Raad van Beroep , 01-04-2026 / 24/2714 ANW-PV Afwijzing ANW-uitkering. Ten tijde van overlijden niet verzekerd voor de ANW op grond van wonen of werken. Niet gebleken van een vrijwillige verzekering. Geen aanspraak op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko. Niet aannemelijk dat sprake was van verzekering voor overlijden op grond van Marokkaanse socialezekerheidswetten. Het hoger beroep slaagt niet. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/2714 ANW-PV Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2024, 24/2742 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 1 april 2026 Zitting heeft: A. Hoogenboom Griffier: M. Dafir Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1961, heeft tot 2011 in Nederland gewoond en is daarna naar Marokko verhuisd. Hij ontving een remigratie-uitkering en is in Marokko op [datum] 2023 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd. 2. Met een besluit van 11 december 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 19 april 2024 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving. 3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. 4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot in Nederland heeft gewerkt. Zij wijst er verder op dat zij weduwe is en voor twee kinderen zorgt. 5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat hij zich vrijwillig heeft verzekerd. Appellante kan verder op grond van het NMV geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De rechtbank overweegt verder dat de bepalingen van de ANW ten aanzien van het verzekerd zijn dwingend van aard zijn. Er is geen ruimte om op grond van andere redenen dan de voorwaarden die in de ANW staan een uitkering te verlenen. Dat appellante weduwe is en dat zij voor twee kinderen zorgt, en dat de echtgenoot op het moment van overlijden een remigratie-uitkering en een tegemoetkoming ziektekostenverzekering uit Nederland ontving, kan dus niet tot toekenning van de ANW-uitkering leiden. 6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat de Raad de Svb heeft verzocht om nadere uitleg van de stukken in het dossier met betrekking tot de vraag of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De Svb stelt dat uit het door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale opgestelde NM/MN 205 formulier volgt dat geen sprake was van verzekerde tijdvakken in 2023. Met de Svb is de Raad van oordeel dat op basis van dat formulier aannemelijk is dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor overlijden voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering op die grond. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANW-uitkering. 7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer De griffier is verhinderd te ondertekenen (getekend) A. Hoogenboom Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 avril 2026. Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré. Algemene nabestaandenwet. Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:480 text/xml public 2026-04-29T09:01:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-01 24/2714 ANW-PV Uitspraak Hoger beroep Proces-verbaal NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:480 text/html public 2026-04-29T08:47:44 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:480 Centrale Raad van Beroep , 01-04-2026 / 24/2714 ANW-PV Afwijzing ANW-uitkering. Ten tijde van overlijden niet verzekerd voor de ANW op grond van wonen of werken. Niet gebleken van een vrijwillige verzekering. Geen aanspraak op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko. Niet aannemelijk dat sprake was van verzekering voor overlijden op grond van Marokkaanse socialezekerheidswetten. Het hoger beroep slaagt niet. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/2714 ANW-PV Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2024, 24/2742 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 1 april 2026 Zitting heeft: A. Hoogenboom Griffier: M. Dafir Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1961, heeft tot 2011 in Nederland gewoond en is daarna naar Marokko verhuisd. Hij ontving een remigratie-uitkering en is in Marokko op [datum] 2023 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd. 2. Met een besluit van 11 december 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 19 april 2024 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving. 3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. 4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot in Nederland heeft gewerkt. Zij wijst er verder op dat zij weduwe is en voor twee kinderen zorgt. 5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat hij zich vrijwillig heeft verzekerd. Appellante kan verder op grond van het NMV geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De rechtbank overweegt verder dat de bepalingen van de ANW ten aanzien van het verzekerd zijn dwingend van aard zijn. Er is geen ruimte om op grond van andere redenen dan de voorwaarden die in de ANW staan een uitkering te verlenen. Dat appellante weduwe is en dat zij voor twee kinderen zorgt, en dat de echtgenoot op het moment van overlijden een remigratie-uitkering en een tegemoetkoming ziektekostenverzekering uit Nederland ontving, kan dus niet tot toekenning van de ANW-uitkering leiden. 6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat de Raad de Svb heeft verzocht om nadere uitleg van de stukken in het dossier met betrekking tot de vraag of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De Svb stelt dat uit het door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale opgestelde NM/MN 205 formulier volgt dat geen sprake was van verzekerde tijdvakken in 2023. Met de Svb is de Raad van oordeel dat op basis van dat formulier aannemelijk is dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor overlijden voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering op die grond. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANW-uitkering. 7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer De griffier is verhinderd te ondertekenen (getekend) A. Hoogenboom Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 avril 2026. Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré. Algemene nabestaandenwet. Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.