Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-04-09
ECLI:NL:CRVB:2026:473
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
2,337 tokens
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:473 text/xml public 2026-04-29T08:36:16 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-09 23/1737 WIA Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:473 text/html public 2026-04-29T08:35:21 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:473 Centrale Raad van Beroep , 09-04-2026 / 23/1737 WIA Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 23/1737 WIA Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 mei 2023, 21/4616 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 9 april 2026 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. D.E. de Hoop hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 8 mei 2024. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. De Hoop en haar begeleidster [naam begeleidster] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.S. Träger. De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de uitkomst van een hoorzitting in een lopende bezwaarprocedure af te wachten. Partijen hebben nadere stukken ingediend. De Raad heeft psychiater M. van Beem als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 26 november 2025 gerapporteerd. Het Uwv heeft op 16 februari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen over het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Raad heeft partijen gewezen op hun recht om op een zitting te worden gehoord. Partijen hebben niet gereageerd op de mogelijkheid om van dat recht gebruik te maken. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een nadere zitting behandeld en heeft de Raad het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 februari 2026 volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen. Het Uwv wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.332,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 666,- per punt), € 2.335,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting en 0,5 punt voor de reactie op het rapport van de deskundige, met een waarde van € 934,- per punt) en € 1.868,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934,- per punt), in totaal € 5.535,- voor verleende rechtsbijstand. Ook de kosten voor de door appellante in beroep ingediende expertiserapporten van Medisch Advies Groep, tot een bedrag van in totaal € 2.811,87 (inclusief omzetbelasting), komen voor vergoeding in aanmerking. Het totale bedrag aan kosten dat het Uwv moet vergoeden bedraagt € 8.346,87. Daarnaast dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 8.346,87; - bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026 . (getekend) H.G. Rottier (getekend) M.G.J. van Eck
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:473 text/xml public 2026-04-29T08:36:16 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-09 23/1737 WIA Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:473 text/html public 2026-04-29T08:35:21 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:473 Centrale Raad van Beroep , 09-04-2026 / 23/1737 WIA Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 23/1737 WIA Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 mei 2023, 21/4616 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 9 april 2026 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. D.E. de Hoop hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 8 mei 2024. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. De Hoop en haar begeleidster [naam begeleidster] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.S. Träger. De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de uitkomst van een hoorzitting in een lopende bezwaarprocedure af te wachten. Partijen hebben nadere stukken ingediend. De Raad heeft psychiater M. van Beem als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 26 november 2025 gerapporteerd. Het Uwv heeft op 16 februari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen over het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Raad heeft partijen gewezen op hun recht om op een zitting te worden gehoord. Partijen hebben niet gereageerd op de mogelijkheid om van dat recht gebruik te maken. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een nadere zitting behandeld en heeft de Raad het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 februari 2026 volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen. Het Uwv wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.332,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 666,- per punt), € 2.335,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting en 0,5 punt voor de reactie op het rapport van de deskundige, met een waarde van € 934,- per punt) en € 1.868,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934,- per punt), in totaal € 5.535,- voor verleende rechtsbijstand. Ook de kosten voor de door appellante in beroep ingediende expertiserapporten van Medisch Advies Groep, tot een bedrag van in totaal € 2.811,87 (inclusief omzetbelasting), komen voor vergoeding in aanmerking. Het totale bedrag aan kosten dat het Uwv moet vergoeden bedraagt € 8.346,87. Daarnaast dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 8.346,87; - bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026 . (getekend) H.G. Rottier (getekend) M.G.J. van Eck