Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-03-24
ECLI:NL:CRVB:2026:410
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
521 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CRVB:2026:410 text/xml public 2026-04-10T13:51:02 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-03-24 25/1855 PW-V Uitspraak Hoger beroep Verzet NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:410 text/html public 2026-04-10T13:48:47 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:410 Centrale Raad van Beroep , 24-03-2026 / 25/1855 PW-V Verzet gegrond. De Raad overweegt dat inderdaad is gebleken dat appellant op 4 december 2025 gronden heeft ingediend via de digitale postkamer. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 juli 2025, SGR 23/8281, (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 24 maart 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 13 januari 2026 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden heeft ingediend. Appellant heeft verzet gedaan. In verzet stelt appellant dat hij de gronden van zijn hoger beroepszaken op 4 december 2025 via de digitale postkamer heeft ingediend. OVERWEGINGEN De Raad overweegt dat inderdaad is gebleken dat appellant op 4 december 2025 gronden heeft ingediend via de digitale postkamer. Vanwege een administratieve fout zijn de stukken van appellant door medewerkers van de Raad niet verwerkt. Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 13 januari 2026 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree in tegenwoordigheid van A.S. Abbas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2026. (getekend) J.C. Boeree (getekend) A.S. Abbas